Sinterklaas

 

Klaas zonder theorie, Katholieke Klaaskunde, Heidense bisschop, Parade der Klazen, Sint zonder sint, Feest der verwachting, De verlieving van de Sint, Pakjesavond, Bedreigde vrienden.

 

Vroeger joeg men kinderen schrik aan. Men maakte hen bang voor sloten en vaarten met de Bullebak, die zich onder het kroos schuilhield om hen aan de vissen te kunnen voeren. Men probeerde hen weg te houden van korenvelden en bossen met wezens als de Roggemoeder, de Weerwolf, de Tenensnijder en de Bloedzuiper. Men zorgde dat ze voor donker thuis waren met figuren als Tientoon en Elfribben en men hield hen stil in bed met de Boeman, - Klaas Vaak, de Nederlandse uitgave van de Zandman, zou zo wel komen.

Volkskundigen noemen dit verschijnsel 'kinderschrik'. Maar kinderschrik was veel meer, dunkt me; het was de hele opvoedmethode. Onder katholieken hield men de jeugd tot in de twintigste eeuw braaf met engelbewaarders, die weliswaar bescherming boden maar bij wangedrag niet draalden om een zieltje zwart te kleuren. Onder protestanten liet men haar sidderen voor de Here Here met gebeden als: 'Genaderijke weldoener, gelieft het U om ons, vloek- en helwaardige Adamskinderen...'

 

baaskinderschrik         moederkinderschrik

Details van een stichtende centsprent, begin 19de eeuw, over Baas en Moeder Kinderschrik. (Atlas van Stolk) 

 

En dan waren er de akelige verhalen die kinderen te horen kregen over ongelukken waarin stoute leeftijdgenoten werden gestort, met de bijbehorende gruwelijke doodsstrijd. Er waren de lijfstraffen met speciaal voor dat doel vervaardigde werktuigen, zoals de bullepees en de plak; in de negentiende eeuw nog alom gangbaar. Er waren de tirannieke vaders, voor wie zij bij gelegenheid op hun blote knieën om vergiffenis moesten vragen. En zelfs degene die zich presenteerde als de kindervriend bij uitstek, was een engerd, die hedendaagse ouders geen minuut bij hun kinderen zouden dulden.

 

Klaas zonder theorie

 

Toen ik me eind jaren zeventig met Sinterklaas ging bezighouden had nog niemand zijn pedagogische geschiedenis onderzocht. Het dichtst in de buurt kwam de psycholoog A.D. de Groot met zijn Saint Nicholas, a psychoanalytic analyses of his history and myth. Maar diens 'history' betrof de Sint zoals hij uit de legendes oprijst, niet de ontwikkeling die hij sindsdien heeft doorgemaakt.

Wat mij evenzeer verbaasde was dat het Nederlandse sinterklaasfeest nooit een degelijke monografie had gekregen. Daar bestond genoeg aanleiding toe. Het feest zoals wij het kennen wordt verder alleen in België gevierd, zij het dat het daar een aangelegenheid voor kinderen is gebleven, zonder een pakjesavond met surprises en gedichten. Kinderen zetten er ook slechts eenmaal hun schoen en zullen daar nooit een chocoladeletter in aantreffen, - wel gek, want Belgen zijn dol op chocolade, maar misschien zegt dat genoeg. Evenmin is de pepernoot er bekend; in plaats daarvan fungeert een letterkoekje, in Antwerpen Karolientje genaamd. En in steden als Aalst, Beveren, Ieper en Mechelen heeft Sint Maarten op 11 november de rol van Sinterklaas op zich genomen. In Wallonië ten slotte gaat de goedheiligman net als in de Elzas te ezel in plaats van te paard. 

 

chocoletter

Lettersnoep vervaardigden de Romeinen al tot lering en vermaak. Een Nederlandse specialiteit is de gegoten chocoladeletter. In 1858 adverteerde Wed. G.J. Teule in de Amsterdamse Kalverstraat er als eerste mee. Een paar decennia later werd dit luxe-artikel een massa-artikel dankzij de opkomst van fabrieken. www.chocoladeletter.net

 

In Nederland daarentegen houdt zowat iedere gemeente een sinterklaasintocht en staat het nationale leven wekenlang bol van het feest. Enkele eigenaardigheden smeken daarbij om een verklaring. Hoe kan het dat een katholieke bisschop een calvinistisch land aan zijn voeten heeft gekregen, en waar komt die typische knecht Zwarte Piet vandaan? Weliswaar bestaat er sinds 1930 een onderzoeksinstituut dat zich met zulke vragen belast, het Meertens Instituut, maar dat was tot voor kort nooit verder gekomen dan het bestuderen van wat Duitstalige auteurs over hun eigen sinterklaasvieringen hadden gemeld. Hierdoor konden er met betrekking tot Zwarte Piet misverstanden rijzen die de discussie over hem jarenlang zouden vertroebelen en vertragen...  

 

Katholieke Klaaskunde 

 

De nog steeds belangrijkste auteur over ons sinterklaasfeest is de katholieke Duitse volkskundige Karl Meisen, met zijn Nikolauskult und Nikolausbrauch im Abendlande uit 1931. Dankzij hem weten we dat de heilige Nicolaas in werkelijkheid de vereenzelviging is van twee personen: een bisschop van Myra uit de vierde eeuw na Christus, over wie nauwelijks iets bekend is, en een naamgenoot en collega uit het nabijgelegen Pinara, die in 564 overleed.

 

jansteen


Sinterklaasfeest van Jan Steen, circa 1665. Als katholiek heilige werd Sinterklaas pas later afgebeeld; hij reed meestal anoniem. (Rijksmuseum Amsterdam)


De eerste legendes over de bisschop van Myra, om wie de verering zich uiteindelijk zou concentreren, duiken in de Griekse overlevering in de zesde eeuw op. Wonderlijke vroomheid was zijn handelsmerk. Zo zou hij als zuigeling twee uur staand in bad hebben gebeden alvorens zich door de vroedvrouw te laten wassen, en op vastendagen accepteerde hij de moederborst slechts eenmaal.

In zijn functie als bisschop redde hij tot twee keer toe drie onschuldig veroordeelde generaals: zowel door persoonlijke tussenkomst als door in een droom aan Constantijn de Grote te verschijnen - vandaar dat hij patroon van gevangenen werd en, in één moeite door, van dieven, rechters en advocaten. Hij bracht voor zeelieden een orkaan tot bedaren: patroon van schippers, vissers en reizigers. Hij zond na zijn dood enkele graanboten naar de door hongersnood geplaagde inwoners van Myra en vervoerde hen naar veiliger oorden: patroon van bakkers, kooplieden en marskramers. Hij verschafte een bruidschat, in de vorm van gouden appels, aan drie meisjes wier armlastige vader op het punt stond hen te prostitueren: patroon van bankiers, hoeren en maagden. En hij wekte drie scholieren weer tot leven die door een herbergier in een pekelvat waren gestopt om als varkensvlees te worden verkocht: patroon van slagers, kuipers, kinderen en scholieren.

De verering van Sint Nicolaas bleef aanvankelijk beperkt tot de Byzantijnse kerk, waarin hij na Maria nog steeds de belangrijkste heilige is. Vanaf de zevende eeuw verbreidde zijn cultus zich over Italië en drong via de Noormannen langzaam naar het noorden door. In aristocratische kringen werd hij hier geïntroduceerd door het huwelijk van Otto II met de Byzantijnse prinses Theophano in 972. Een volksheilige werd hij pas nadat Italiaanse kooplieden zijn stoffelijke resten vanuit het christelijke Myra, dat door moslims werd belegerd, in 1087 overbrachten naar Bari in Zuid-Italië. Kruisvaarders, die zich in die stad inscheepten voor de oversteek naar het Heilige Land, namen zijn roem mee naar huis. Via hen raakten ook relikwieën van hem over heel Europa verspreid (de Mariakerk in Maastricht bezit een van zijn tanden). De toenemende handel en scheepvaart versterkten zijn positie andermaal. Talrijke havensteden bouwden een Nicolaaskerk; in Nederland langs de hele Zuiderzee en langs de grote rivieren. Ook Groningen, Leiden en Delft bezitten een aan hem gewijde kerk; Amsterdam telt er zelfs drie en heeft hem bovendien tot stadspatroon verheven.

Volgens Meisen deed Nicolaas als kinderheilige later zijn intrede en ook vanuit een andere hoek. De herkomst van het kinderfeest ligt in middeleeuwse Franse kloosterscholen, waar op Onnozele Kinderen (28 december) een kinderbisschop werd gekozen, die een parodie op een mis opvoerde en zijn medeleerlingen over hun gedrag uithoorde: wie zoet was kreeg lekkers, wie stout was de roe. Op een of andere manier moet dit narrenfeest, dat zich over het hele noorden, midden en westen van Europa verbreidde, naar 6 december zijn verplaatst, de sterfdag van Sint Nicolaas. Op die datum kreeg het feest geleidelijk zijn huidige aanzien, aldus Meisen. De geschenken die men daarbij ging uitdelen, herinneren aan de bruidschat voor de drie maagden; de schoen waarin ze worden gestopt aan de graanboten waarmee Nicolaas de bevolking van Myra redde; de schoorsteen aan het raam waardoor die bruidschat naar binnen was gegooid.

 

brakenburgh1685

Andermaal een Sinterklaasfeest, hoewel schraler qua cadeautjes. Bij Jan Steen is dat nauwelijks te zien, maar de huilende jongen links heeft een roe in zijn schoen gekregen, hij heeft zich dus misdragen. Richard Brakenburgh, 1685 (www.geheugenvannederland.nl


En Zwarte Piet moeten we volgens Meisen beschouwen als een overwonnen duivel, een van de velen die het tegen Sint Nicolaas hebben afgelegd. Oorspronkelijk was Zwarte Piet geketend en bevatte, zo dacht men, de door hem gedragen zak alle verschrikkingen van de hel. Toen het geloof afnam dat duivels concrete verschijningen waren, werd Piet een knechtje, maar zijn zwartgeblakerde gezicht, zijn kettingen en zijn zak duiden op zijn helse verleden.

 

Heidense bisschop  


Met deze kerkelijke interpretatie van sinterklaasgebruiken uit 1931 reageerde Meisen op de zienswijze van de germanistische school die op dat moment dominant was (en wel zodanig dat de nazi's zo veel mogelijk exemplaren van Meisens boek vernietigden). Aanhangers van deze school zagen in Sinterklaas een gekerstend Wodanfeest, waarin ook Freir, de god van geschenken en vruchtbaarheid, een aandeel had. Wodan placht door de lucht te klieven op de achtvoetige schimmel Sleipnir. Hij droeg een breedgerande hoed en een wijde mantel; in zijn hand had hij de wonderlans Gungnir. Dikwijls ging Wodan vergezeld van Nörwi, een zwarte rijmende reus, die met een roe vruchtbaarheid bracht. De mensen stopten ten behoeve van Wodans paard wat voer in een schoen bij de schoorsteen, die als verbinding met de geestenwereld fungeerde. Hiermee is Sinterklaas volgens germanistische mythologen vrijwel rond. Maar een speciaal punt van aandacht is zijn lange witte baard geweest. In de Byzantijnse kerk wordt Nicolaas steevast afgebeeld met een geschoren baardje; de lange baard van Sinterklaas moet dus wel van Wodan afkomstig zijn.


koekplank

Koekplank met Sinterklaas te paard, samen met de drie kinderen in een pekelvat die hij weer tot leven wekte. Koekplanken, sinds de 16de eeuw bekend, waren ook in nabuurlanden gangbaar maar een voorstelling met de sint viel in Nederland extra in de smaak. www.bakkerijmuseum.nl  

 

Het probleem met de germanistische visie is dat zijzelf niet uit de oertijd stamt, maar is geconstrueerd in de negentiende eeuw op basis van sprookjes die Jacob Grimm heeft verzameld. Dit is 'invented tradition' in de ware zin van het woord. Bovendien gaat die visie voorbij aan mogelijke christelijke invloeden op het feest, terwijl die juist in de loop van de geschiedenis op de voorgrond traden. Onder wetenschappers is het Wodan-verhaal daarom niet populair meer; wel onder publicisten. In recente publicaties is hij nog in verband gebracht met de Janusfiguur (katholieke heilige enerzijds, Wodan anderzijds) en met de Wijze Sjamaan, die in tijd gemeten zelfs Wodan voorafgaat.

Niettemin is het duidelijk dat het Sinterklaasfeest ook buitenkerkelijke elementen in zich draagt. Zo is daar de magische leeftijd van de goedheilige. De katholieke Kerk vereert alleen gestorven heiligen, maar deze leeft en al honderden jaren lang. Ook de diverse klazen die er zijn geven aan dat de Kerk de regie nooit volledig voerde.


Parade der Klazen


Sint Nicolaas is niet de enige Sinterklaas en zijn feest wordt niet altijd op 6 december gevierd. In het Friese Grouw komt Sinterklaas helemaal niet langs, maar Sint Pieter, de apostel van de lente, aan wie tot aan de Reformatie de dorpskerk was gewijd. Vroeger werd Sint Pieter in grote delen van het land vereerd, onder meer met Pietersvuren, maar alleen Grouw heeft hem in het hart gesloten. Op de avond voor zijn naamdag, 22 februari, doet hij hetzelfde wat Sinterklaas in de rest van Nederland doet. Wel ziet hij er anders uit. Hij draagt een witte mantel in plaats van een rode, berijdt een zwart paard in plaats van een schimmel en zijn enige zwarte knecht heet Hantjse Pik. Net als Sinterklaas wordt 'Sint Piter', zoals de Friezen zeggen, ingevaren met een boot en ontvangen door de burgemeester, maar hij verdwijnt niet in de nacht, hij wordt feestelijk uitgezwaaid. De onderzoeker S.J. van der Molen meldt dat de huidige viering dateert van 1908, toen een kleuterjuf de sint qua uiterlijk transformeerde tot een bisschop. Sindsdien heeft het feest de instroom van talloze nieuwe bewoners overleefd, niet in de laatste plaats doordat dorpsonderwijzers de organisatie ervan in handen houden en jaarlijks een sprookje over de heilige opvoeren. Zelfs de winkeliers voegen zich naar zijn regime, ook al hebben ze geprobeerd als extraatje de sinterklaasviering ingang te doen vinden.

 

stpieter

 

Een verre neef van Sinterklaas, de lente-apostel Sint Pieter, die op 21 februari in het Friese Grouw rijdt. (ANP)


Interessant is het uiterlijk dat Sint Pieter voor 1908 had: een ketting aan zijn been, een oude jas om waarop lekkernijen waren genaaid en een doek voor zijn gezicht die alleen zijn ogen onbedekt liet. Dit signalement gaat op voor talloze klazen. Dominee Hanewinkel schrijft in zijn Reizen door de Marjorij van 's Hertogenbosch uit 1799 dat sinterklaas daar in alle dorpen zijn intrede deed: 'Op enige derzelven rijdt één, somtijds twee mensen op een paard dan rond; zij zijn zeer misselijk, somtijds zelfs afschuwelijk uitgedost, zij werpen allerlei klein gebak onder de kinderen, die hen in menigte, met hoop en vrees bezield, navolgen en denken dat dit de ware St. Nicolaas is'.

De Friese volkskundige Waling Dijkstra meldt dat in Franeker aan het begin van de negentiende eeuw gemaskerde schippersknechten op sinterklaasavond onder 'hoorngetoet en ketelmuziek' rondtrokken, in een gewaad dat 'lelijk en wanstaltig, ook wel onkies' was; 'de duivel met een zwarte keten aan het been mocht er nooit bij ontbreken'. En bij Ter Gouw staat te lezen dat in Amsterdam 'zwarte klazen' kettingen over de straatstenen lieten kletteren, op deuren en vensters bonsden en met een bullebakstem riepen of er nog stoute kinderen waren. Die konden dan in de zak worden meegenomen (om vervolgens tot pepernoten te worden vermalen, zoals een verhaal wilde).

 

krampus.jpg

Hedendaagse Sinterklaas met de duivelse Krampus in Zwitserland. Deze sint is nooit onderwerp van een algemeen volksfeest geworden. http://wickedwayproductions.blogspot.nl

 

Dergelijke woeste, duivelachtige figuren trekken tot vandaag rond in Zwitserland en Tirol, onder namen als Krampus en Klaubauf (http://youtu.be/MwK8J_ZxuE4). In Nederland werden de ommegangen lieflijker, maar bleven nog lang bestaan. In 1888 ging de achtjarige prinses Wilhelmina op sinterklaasavond rond Het Loo een eindje rijden op haar pony, waarbij zijzelf versierd was met 'dode varens en gras'. In het Betuwse dorp Beusichem deden kinderen tot aan de Tweede Wereldoorlog op die avond aan 'poplopen': gehuld in een wit hemd en met een mombakkes voor trokken zij langs de deuren om centen en lekkers te ontvangen. Het gebruik verdween naar verluidt subiet toen er een vergunning voor moest worden aangevraagd.  

Op de Waddeneilanden daarentegen zijn dergelijke ommegangen tot vandaag bewaard gebleven, met het Groningse Zoutkamp als echo vanaf het vasteland. Texel vormt hierbij een overgangsgebied. Op 5 december wordt op dat eiland Nieuwe Sunderklaas gevierd, dat precies verloopt als op het vasteland. Maar op 12 december 'speult' men in de meeste dorpen Oude Sunderklaas. Eerst de jongeren, daarna de ouderen lopen vermomd over straat en gaan naar binnen waar de deur op een kier is gezet. Ze spreken met verdraaide stem om niet te worden herkend. Een jury beoordeelt sinds enige decennia de vermommingen, die vaak op lokale of nationale situaties slaan.

De overige eilanden kennen alleen officieus ons sinterklaasfeest. Op 5 december trekken op Vlieland en Schiermonnikoog verklede figuren, zowel mannen als vrouwen, 's avonds langs de huizen. De bedoeling is ook hier om anoniem te blijven. De Vlielandse Opgekleden zwijgen daartoe, al proberen hun gastheren hen tot spreken te verleiden. De Schiermonnikoger Klozums (Klaas-omes) praten slechts met vervormde stem. Er wordt natuurlijk allerlei gekheid gemaakt en later op de avond volgt de feestelijke ontmaskering.

Op Terschelling gaat het ongeveer zo, zij het dat het feest daar op 6 december plaatsvindt en zich beperkt tot het oosten van het eiland. Bovendien mogen de vrouwen zich er niet als Sunderums (sintheeromes) voordoen, ook al wordt daar sinds de jaren zeventig de hand mee gelicht, ondanks gemelde straffen bij ontdekking als vastgebonden worden aan een hek of een gedwongen duik nemen in een gierput of mestvaalt. In de televisiefilm Sunny side up (2015) wordt een beeld van de Terschellinger viering geschetst.

 

sint_4


Amelander Klaasome uit 1948 met stok en toeter, door tekenaar Cees Bantzinger. (Zuiderzeemuseum Enkhuizen)


Ameland tenslotte heeft zijn Sundeklaas of Sunneklaas. Dit feest is totaal - horeca en winkels zijn maar liefst twee dagen dicht - en exclusief, in de zin dat 'freemden' (vastelanders) niet welkom zijn, vooral journalisten niet. In het vroegere katholieke oostelijke deel van het eiland is de uitvoering vrolijk en carnavalesk, met veel gedans en maskerades die doorgaans in een winkel zijn aangeschaft. In het van origine protestantse westelijke deel houdt men zich strikt aan de traditie. Vooral de viering in Hollum is befaamd. 

Hollum houdt op 4 december een Kleine Klaas voor jongens tot achttien jaar, die daarmee worden ingewijd in de geheimen van Grote Klaas, de dag erna. Op Grote Klaas verzamelen zich tegen de avond volwassen mannen in cafés met witte lakens om de schouders, versierde stokken in de hand en lange toeters aan de mond. Klokslag vijf uur trekken deze Klaasomes 'knorrend' op hun toeters door de straten, daarmee het sein gevend dat vrouwen en kinderen naar binnen moeten gaan. Dit heet banenvegen of wegbereiden. De straten, die de hele nacht onverlicht blijven, zijn vanaf dat moment het domein van hen. Wie dit niet respecteert, wordt in elkaar geknuppeld, zo staat er in verslagen doodleuk te lezen. De uitdaging voor meisjes en jongens is vliegensvlug achter de banenvegers van het ene huis naar het andere over te steken of via 'tuintje sloep' elders te geraken.

 

sunneklaas

Hoewel de Klaasomes een broertje de dood aan de pers hebben, heeft iemand enkele foto's van hen op www.flickr.com geplaatst.

 

Dan, tussen zeven en acht, krijgen de vrouwen een vrijgeleide naar verschillende open huizen, die voorzien zijn van drank en eten. In pakken waaraan maanden in het diepste geheim is gewerkt en die vaak lokale toestanden op de hak nemen, verschijnen al toeterend de gemaskerde Klaasomes ten tonele. Het zijn er enkele honderden, die in groepjes van twee of meer opereren. Zodra de groepjes elkaar ontmoeten beginnen ze te 'foesten': ze geven elkaar de hand en proberen met rukken en trekken de ander uit balans te brengen. Blijkt die ander 'een paddestoel' te zijn, dat wil zeggen: onder de leeftijd, dan krijgt hij een flinke aframmeling. De Klaasomes schijnen ook niet tegen verlichte gordijnspleten te kunnen; ze slaan dan met hun stokken op de ruiten, waarbij er geregeld een aan diggelen gaat. Ze hebben de wind er flink onder, want op youtube zal men tevergeefs naar bewegende beelden van hen zoeken.

Om de Klaasomes te tergen en te lokken mekkeren vrouwen vanuit de open huizen: 'Bàààà'. Eenmaal binnen eisen de omes dat de vrouwen met een jojobeweging over hun stok springen. Zij geven dit aan door met die stok voor hun voeten op de grond te tikken. Een klap op de benen volgt als het niet tot tevredenheid gebeurt. Sommige omes gaan bij de vrouwen op schoot zitten en fluisteren met een babystemmetje onzinnigheden in hun oor ('Ke je me niet meer? We hewwe toch zo heerlijk ritselt?'). De afgang is enorm voor wie dan door de mand valt. Om twaalf uur volgt er, in tegenstelling tot de andere eilanden, geen demasqué maar verdwijnen de Klaasomes in de nacht.


Sint zonder sint


De klaasommegangen vormen een residu van een sinterklaasfeest dat ooit algemeen was. De vroegste Nederlandse vermelding van dat feest heeft echter alleen betrekking op schoolkinderen. De historicus G.D.J. Schotel citeert een stadsrekening uit Dordrecht van 1360, waaruit blijkt dat zulke kinderen op 'Nyclaesdagh' vrij hadden en geld ontvingen om plezier te maken. Een van hen werd net als in Frankrijk tot bisschop gekozen; onder de Vespers kreeg hij een mijter op zijn hoofd en een kromstaf in zijn hand gedrukt en vervolgens gingen de kinderen bedelend langs de straten.

Ook het zetten van schoenen, ter herinnering aan de graanboten voor de bevolking van Myra, was al vroeg bekend. In 1427 werden in de Sint-Nicolaaskerk in Utrecht op sinterklaasavond enkele schoenen met wat geld gevuld, dat 'om Godswille' aan de armen werd geschonken. Volgens de sociologe Mirjam van Leer mochten in de vijftiende eeuw kinderen ook thuis en bij 'petemoei' een schoen of klomp zetten, om daar de volgende ochtend noten, appels en zoetigheid in te vinden.

 

dusart

 

Sinterklaas op het platteland in de 17de eeuw, met voornamelijk eetwaren als cadeautjes. Op de grond een sok met een roe. Aquarel Cornelis Dusart. (Atlas van Stolk)


Daarnaast was sinterklaas een feest voor adolescenten en volwassenen. In veel steden bestond een Nicolaasgilde, dat op die dag een processie hield en een feestmaal aanrichtte. Zeelieden hielden een braspartij. Op de sinterklaasmarkten konden jongelui mannelijke en vrouwelijke taaitaaipoppen kopen, vrijers en vrijsters geheten. Door die poppen aan elkaar te schenken, suikerharten waren ook goed, konden zij peilen hoe de voorkeuren lagen. In gegoede milieus werden die poppen eerst met bladgoud en zilverstrookjes versierd, het zogenaamd koekvergulden. Sinterklaas was namelijk een hylickmaker, een huwelijksmaker - niet voor niets had hij drie meisjes een bruidschat verschaft. De theoloog Louis Janssen weet te melden dat vanwege deze functie onwettige zonen dikwijls Klaas werden genoemd.

De Reformatie bracht heil en verdoemenis. Met de openbare, kerkelijke verering van Sint Nicolaas was het direct afgelopen, zo ook met de kinderbisschop. Zelfs het lekenfeest kwam onder vuur te liggen. Dominee Walich Sieuwerts schreef: ' 't Is een zotte ende ongefundeerde manier van de kinderen hun schoenen met allerlei snoeperij ende slickerdemick te vullen. Wat is dit anders gedaan, als op de hoogten geofferd ende gerookt? Die zulks doen en verstaan noch niet wat van de ware religie is!'

 

roede

Een roede van gebundelde twijgen - ook wel gard genaamd - was niet voorbehouden aan Sinterklaas. Een stout kind kreeg er van oudsher 'liefdeslagen' mee, 'niet uit haat'. In 1820 werd de roede op scholen officieel verboden verklaard, maar Sinterklaas en zijn knechten bleven ermee dreigen tot ca 1980. Ets van Jan Luyken, 1775. www.catawiki.nl

 

Ook een gematigd hervormer als Luther was tegen het sinterklaasfeest. Blijkens zijn bewaard gebleven boekhouding, onderzocht door Meisen, vierde hij het feest nog wel met zijn kinderen, maar oordeelde hij later dat het geven van geschenken met het kerstkind moest worden geassocieerd. Immers, in een religie waarin alleen God goed doet, kunnen geschenken slechts van hem komen. Dit heeft er toe geleid dat in landen als Duitsland, Frankrijk en Engeland het sinterklaasfeest naar Kerstmis verhuisde. De Duitse Weihnachtsmann, de Franse Père Noël, de Engelse Father Christmas en de Amerikaanse Santa Claus zijn dus ontheemde klazen. Dit geldt bijna letterlijk voor de laatste, want zijn naam is een rechtstreekse vertaling van 'sinterklaas', die indertijd door Hollanders is ingevoerd in Nieuw Amsterdam, het huidige New York.

In Nederland weerstond het publiek het verzet van de dominees, hoewel de laatsten veel stadsbestuurders aan hun kant kregen. Om de 'paapsche idolaterie' tegen te gaan verboden Dordrecht (1657) en Amsterdam (1663) zelfs het hele sinterklaasfeest, inclusief de markt. Leerzaam is wat er daarop in Amsterdam gebeurde: boze kinderen en hun ouders roerden zich dusdanig dat het stadsbestuur bakzeil haalde. En nog in 1732 sneuvelden in Amsterdam bij drie predikanten de ruiten, omdat zij zich te fanatiek tegen sinterklaas hadden gekeerd. Misschien gingen de eisen van Nederlandse dominees te ver en spraken zij ook hun banvloek uit over het geven van geschenken tijdens Kerstmis, wat als schending van de Heer kon worden uitgelegd. Maar waarschijnlijker is dat sinterklaas hier al te zeer met het vroeg-moderne gezinsleven was verstrengeld om nog succesvol door het protestantisme te kunnen worden bestreden.

 

cortroost

Sinterklaasochtend in een welvarend milieu, 1761, naar Cornelis Troost (GA Amsterdam)

 

Het katholicisme lukte dit evenmin, al probeerde de Kerk dat wel. Vanaf de achttiende eeuw hekelde zij de optochten van gemaskerde klazen, vooral vanwege de onoirbare dingen die daarbij gebeurden. Onder invloed van de Contrareformatie en de Verlichting, die ten aanzien van geloofszaken een grotere stiptheid en soberheid brachten, werd ook het kerkelijk vertoon ter ere van Nicolaas van Myra minder uitbundig. Omdat er geen enkel bewijs voor de legendes rond zijn persoon voorhanden is, nam zijn status geleidelijk af. Vanwege die onzekerheid liet paus Johannes Paulus in 1969 zelfs zijn naamdag op 6 december van de algemene liturgische kalender afvoeren, al bleef hij als heilige te boek staan. In katholieke landen heeft deze devaluatie reeds vroeg consequenties gehad: de Nicolaas-verering werd een plaatselijke aangelegenheid en versnipperde. Het protestantse Nederland was uiteraard ongevoelig voor deze ontwikkeling. En zo kon Nederland het enige land worden met een echte nationale Sinterklaas.


Feest der verwachting


Maar men vierde zijn feest wel zonder hem. Het grote publiek zal dit niet als een gemis hebben ervaren, want onder druk van de autoriteiten nam het belang van sinterklaas als publieksfeest geleidelijk af. De aan hem gewijde markten en bals begonnen te kwijnen. De sinterklaasmarkt in Amsterdam, tegen de afschaffing waarvan tweehonderd jaar eerder kinderen nog in opstand kwamen, werd rond 1830 wegens gebrek aan belangstelling gewoon geschrapt. Individuen lieten zich echter niet van het feest weerhouden. Te oordelen naar heel wat prenten en schilderijen uit de negentiende eeuw genoten bakkerijen juist extra aandacht; drommen mensen staan daarop te watertanden voor hun etalages - dat moet echt een tijdsbeeld zijn geweest.

 

sinterklaassnoep

De uitstalling van suikerwerk voor het Sint Nicolaasfeest, J.H. van Grootvelt, 1841. www.simonisbuunk.nl

 

Logisch was die extra aandacht wel. Bakkerijen hadden dankzij de VOC de beschikking gekregen over speculaaskruiden, wat hun mogelijkheden aanzienlijk verruimde. Taaitaaipoppen, die niet voor niets zo heetten, konden nu brossige speculaaspoppen worden. De traditionele pepernoot, op basis van roggebloem en anijs, werd een kruidnoot op basis van tarwebloem en speculaaskruiden en had zoveel succes dat zij er zelfs met de benaming pepernoot vandoor ging. Betrekkelijk nieuw was ook bladerdeeg, waardoor de aloude boterletter tot banketletter promoveerde. Dankzij de overschakeling van dure rietsuiker op goedkope bietsuiker konden bakkers bovendien hun assortiment van borstplaten en schuimwaren binnen het bereik van meer mensen brengen.  

De centrale rol van bakkerijen blijkt evenzeer uit het feit dat zij gelegenheid gaven voor het koekvergulden; Hildebrand beschrijft zo'n tafereel in de Camera Obsura uit 1839. Toch zou het koekvergulden uit de gunst raken, omdat het verguldsel niet gezond was om op te eten en het openlijk uitdelen van vrijerskoeken steeds minder strookte met de gewenste beslotenheid tijdens de hofmakerij.

Een nieuw hoogtepunt zouden bakkerijen nog beleven tijdens de introductie van de gegoten chocoladeletter, waarmee Wed. G.J. Teule in de Amsterdamse Kalverstraat in 1858 als eerste adverteerde. Maar vervolgens moesten zij geleidelijk terrein prijsgeven aan moderne suikerwerkfabrikanten, die vanwege het schaalvoordeel hun producten tegen een beduidend lagere prijs konden aanbieden. Verkade en Droste floreerden dankzij hun afzet van chocoladeletters, die een echt Nederlands succes werden. Hetzelfde gold voor de pepernoot. De grootste pepernotenfabriek ter wereld staat in Harderwijk, Van Delft. Overigens zou in dezelfde tijd ook een speelgoedindustrie en kledingindustrie tot ontwikkeling komen, waardoor sinterklaas naast een smulfestijn een cadeautjesfestijn kon worden.   

 

koekvergulden1

Koekvergulden voor sinterklaas, volgens een illustratie van Anton Pieck in een uitgave van de Camera Obscura van Hildebrand. www.catawiki.nl

 

Leidde deze overvloed tot schuldbesef? Alsof de reformatie niet had plaatsgevonden werd sinterklaas wederom onderdeel van georganiseerde liefdadigheid. In 1871 vergastte de Vereniging tot Veredeling van het Volksvermaak leerlingen van armenscholen in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt op chocolademelk, krentenbollen, kleren en speelgoed. Elders onstonden soortgelijke initiatieven. Er valt van hieruit een directe lijn te trekken naar de Witte Bedjesactie van Het Parool sinds 1946 ('Breng zon in de schoorsteen') en de Vara Speelgoedactie sinds 1951.

Ondertussen kreeg het thuisfront steeds meer nadruk met sinterklaas. W.J. Dekker meldt dat halverwege de achttiende eeuw de gewoonte was ontstaan oudere kinderen, die tot dan steevast zout in hun schoen aantroffen, eveneens met cadeaus te bedenken. Mirjam van Leer voegt hieraan toe dat in de eerste helft van de negentiende eeuw mannen aardigheidjes voor hun vrouwen gingen kopen en dat in de tweede helft van die eeuw die vrouwen dat omgekeerd voor hun mannen deden. Sinterklaas werd aldus 'een feest van verwachting', waarvoor speciale kinderliedjes in omloop kwamen, zoals Zie de maan schijnt door de bomen uit 1843 van Jan Pieter Heije ('Vol verwachting klopt ons hart, wie de koek krijgt, wie de gard'). In dezelfde periode werd trouwens het anonieme Sinterklaas Kapoentje (Gooi wat in mijn schoentje) opgetekend en dat doet vermoeden dat sommige protestanten toch nog moeite hadden met de bisschop, want een kapoen is een gecastreerde haan.

 

sinterklaas10


Sociale Sinterklaas: feest voor arme kinderen in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam, door J.C. Greive, 1883. (GA Amsterdam)


De Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman lanceerde in 1850 het verrassend moderne Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan. Niet alleen de stoomboot, die toen net nieuw was, is hierbij opmerkelijk, ook 'Spanje' dat als thuisland van de sint wordt genoemd. De relatie met dat land werd al eerder ter sprake gebracht in het lied Sinterklaas, goedheiligman/ trek uw beste tabberd an/ reis daarmee naar Amsterdam/ van Amsterdam naar Spanje, etc, dat in 1810 in druk verscheen. Er is over die relatie oneindig veel gespeculeerd, maar volgens mij zit het zo in elkaar: Zuid-Italië, waarin Bari met haar Sint Nicolaas-basiliek ligt, viel in de zeventiende eeuw rechtstreeks onder de Spaanse kroon en werd nog in de negentiende eeuw door Spaanse Bourbons bestuurd, zodat dit gebied in het spraakgebruik best voor Spaans kon doorgaan.

De moeilijkheid was dat men nog steeds niet over een uitgebreid scenario voor een huiselijk feest beschikte. Sinterklaas bleef 's nachts rijden, waarbij de avond ervoor de spanning werd opgevoerd door iemand op deuren te laten bonzen en strooigoed naar binnen te laten werpen. De sint zelf kregen de kinderen nog steeds niet te zien. Omdat hij als pedagogisch middel buitengewoon effectief kon zijn, doemde hij halverwege de achttiende eeuw eerst in volksprenten op. In een prent met in totaal 36 taferelen genaamd Jongens wild uw hier vermaken van drukker Kannewet uit Amsterdam zijn twee taferelen aan hem gewijd waarin hij als actieve gever optreedt, mogelijk de allervroegste verbeelding van een moderne, profane sinterklaas. Rond 1800 krijgt hij zijn eigen prenten, meestal te paard en met een golf geschenken achter zich aan, waarnaar kinderen grijpen.

 

kannewet 

Detail uit Jongens wild uw hier vermaken, kinderprent gedrukt bij Kannewet te Amsterdam, ca 1750. Links deelt Sinterklaas zelf geschenken uit, mogelijk de eerste afbeelding van hem als buitenkerkelijk heiligman. www.collectiegelderland.nl

 

In dezelfde periode moet het verlangen zijn opgekomen hem ook in levenden lijve op te voeren, het liefst tijdens huisbezoek. Niet iedereen was van dit idee gecharmeerd. Men kende tot dusver slechts de Klazen, en in 1831 beschrijft de Leidse hoogleraar W.A. van Hengel in Sint-Nikolaas en het Sint-Nikolaas-feest hoe zo'n Klaas er uitzag: 'een gemeenen kluchtspeler', in beestenhuiden gehuld en met 'oogen van vuur'. De hoogleraar pleitte ervoor dat de bisschop in het verborgene bleef opereren. Ook de goedheiligman in Sint-Nicolaasavond van De Genestet uit 1849 lijkt geen aanbeveling te zijn. Hij droeg zijn kleren binnenstebuiten, en: 'Al grommlend in den baard, die afstroomt van zijn kin, Een masker voor 't gelaat - afschuwelijk van kleuren'. Een dergelijke Sint wilde de burgerij beslist niet over de vloer hebben.

 

De verlieving van de Sint


Waar moest men een nette levende Sint vandaan halen? Het is logisch dat protestanten hiertoe niet het initiatief namen, want zij verfoeiden elke bisschop, laat staan een heilige. Katholieken konden dat wel. In 2012 kwam een medewerker van het Meertens Instituut, John Helsloot, op het idee voor deze onstaansgeschiedenis enkele databanken te raadplegen, zoals www.delpher.nl en www.groene.nl. Hierdoor weten we nu dat roomse milieus in Amsterdam al in 1828 een levende Sint kenden. In dat jaar organiseerde een Italiaanse koopman, Domenico Arata, in zijn huis op de Herengracht een 'strooiavond' voor kinderen, onder wie de toekomstige schrijver Jozef Alberdingk Thijm, die bijna zestig jaar later zijn herinneringen eraan zou publiceren. Nadat de kinderen hadden gezongen kwam een 'kinderlievende bisschop' binnen, compleet met koorkap, witte baard en mijter. Terwijl de kinderen dansten wierp de Sint uit een zak ulevellen, chocolaadjes, suikererwten, kapittelstokjes en amandelen in de kring en vervolgens overhandigde hij, na 'eenige kwalijk geformuleerde zedelessen', ieder kind een geschenk uit een korf, die werd gedragen door... Pieter me knecht, een 'kroesharige neger'. 

We zien hier dus zowel Sint als Piet optreden. Dat dit geen eenmalig gebeuren was, bevestigt het Amsterdamse katholieke dagblad De Tijd in 1859, door te stellen dat 'hier en daar', dus allicht ook onder zijn abonnees, de gewoonte bestaat dat een goedhartige peetoom of een oude huisknecht zich tijdens sinterklaas met een mijter en staf tooit, vergezeld door 'een personnaadje, een Neger, die onder den naam Pieter, mijn knecht niet minder populair is dan de Heilige Bisschop-zelf'.  

 

nicolaas

 

schenkman

 

Sinterklaas bij stoute kinderen in twee edities van Sint Nicolaas en zijn knecht van Jan Schenkman; boven uit 1850, onder uit 1905. Opmerkelijk is dat de Sint in het laatste jaar  een nog actievere rol vervult. (Atlas van Stolk, www.dbnl.nl

 

Waarschijnlijk heeft de eerder genoemde Jan Schenkman, een onderwijzer van protestantse huize, het aangedurfd dit katholieke feest te gebruiken voor zijn Sint Nicolaas en zijn knecht uit 1850, dat talloze malen is herdrukt. Van durf lijkt hier wel degelijk sprake, want protestanten koesterden destijds nog een openlijke haat jegens alles wat naar Rome riekte. Juist in die jaren liepen zij te hoop tegen het dreigende herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland, waarbij de anti-revolutionaire voorman Groen van Prinsterer het bestond katholieken tot 'bijwoners' van Nederland te betitelen, een bijbelse term voor mensen die ergens getolereerd worden maar niet ter zake doen. En desondanks kwam Schenkman met zijn boekje. Hij zou er de eretitel 'bedenker van de sinterklaastraditie' aan overhouden, maar dat mag als zwaar overdreven gelden.    

Schenkman voegde wel nieuwe elementen toe. Een van zijn plaatjes geeft de sint weer met het 'Boek van Sinterklaas', waarin over elk kind iets staat. Het is niet vreemd dat een onderwijzer zo'n boek bedacht, want hij hield er een bij voor zijn eigen leerlingen. Het Boek van Sinterklaas werd sindsdien een object van vrees en begoocheling - hoe kon de goedheiligman al die bijzonderheden te weten zijn gekomen?

Een ander nieuw element was het vertrek, de uittocht, van Sinterklaas. In de eerste editie van het boekje geschiedde dat per luchtballon, in latere per trein. Dit verraadt de protestantse geest van Schenkman. Katholieken geloven in heiligen die er immer zijn, ook wanneer ze niet speciaal worden aanbeden. Een protestant daarentegen beschouwt een heilige als een normaal persoon die komt en gaat. Sterk is dat de katholieke beleving in deze heeft gewonnen, want het uitzwaaien van de bisschop werd geen onderdeel van het feestprogramma. Wel zou in 2009 de Nederlandse Vereniging voor Autisme hiervoor pleiten, onder de slogan 'Weg met Sinterklaas', omdat autistische kinderen onrustig blijven als ze hem niet daadwerkelijk zien vertrekken. Sindsdien kent een tiental steden inderdaad een officiële uittocht.

 

uittocht

Uit Sint Nicolaas uit zijn knecht, 1850. De protestantse Schenkman geloofde kennelijk niet in heiligen: voor hem moest Sinterklaas als een gewone sterveling aankomen en vertrekken. In deze editie ging hij per luchtballon, later per trein, maar de uittocht is nooit een vast programmapunt geworden. www.catawiki.nl

 

En dan was er de eerste zwarte knecht die Schenkman afbeeldde. In de eerste druk droeg deze nog een soort pyama, in een volgende werd hij, aldus de kunsthistorica Eugenie de Boer, gemodelleerd naar de luxe Moorse pages, die in de zestiende eeuw op statieportretten van regenten figureerden. Dit wekt de suggestie dat hij ook een Moor was, dus oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Afrika en mogelijk lichtgekleurd. De tekening geeft daarentegen duidelijk een neger te zien. En dat klopt ook met de heersende gewoonte binnen de adel. Het werd in die kringen alleszins passabel geacht een negerjongen als speelkameraadje voor de kinderen in huis te halen. Koning Christiaan VII van Denemarken had zo'n kameraadje, maar nota bene ook prins Bernhard, de latere man van koningin Juliana, zoals een recente biografie onthulde. Het is daarom geen wonder dat Schenkmans knechtje nog nauwelijks angstaanjagend oogde, hij was een kind met wie andere kinderen zich konden identificeren.

Hoewel 'Pieter-me-knecht' al wel bekend was, droeg het knechtje van Schenkman geen naam. De naam 'Zwarte Piet' is volgens de neerlandicus Frits Booy in verband met Sinterklaas voor het eerst gemeld in een prentenboek uit 1868 maar werd pas populair in de twintigste eeuw. In de zuidelijke provincies zijn tot na de Tweede Wereldoorlog andere aanduidingen gangbaar gebleven, zoals Assipan, Sabbas, Sjaksoer, Trappadoelie en Kasavubu. Toch ligt mijns inziens de benaming Zwarte Piet voor de hand. Er bestond immers al een kaartspel dat zo heette: Zwartepieten, een vertaling van Schwarzer Peter. De verliezer daarvan diende zijn gezicht met houtskool zwart te maken - de uitdrukking 'iemand de zwartepiet toespelen' komt hier vandaan. Het spel schijnt rond 1811 bedacht te zijn door Johan Peter Petri, een beruchte rover uit Rheinland-Pflaz wiens bijnaam overeenkomstig luidde. De vroegste Nederlandse vermelding ervan dateert van 5 november 1855, toen de Rotterdamsche Courant een genoeglijk avondje aan het hof van Napoleon III beschreef met een spel dat 'in Duitschland en Holland onder den naam Zwarte Piet bekend is'. Wat was er logischer dan de Piet van Sinterklaas, die tevens met houtskool zwart werd gemaakt, hiernaar te vernoemen?

Nu men over de belangrijkste personages beschikte kon men het feest verder aanpassen. Ook de nieuwerwetse Sint was namelijk nog een griezelig heerschap, een soort geciviliseerde Kinderschrik. Tot in de twintigste eeuw treffen we hem op illustraties in allerlei onbisschoppelijke houdingen aan. Sint slaat Alexander: een jongen ligt over zijn knie en sint haalt vol uit met een zweep. En in Schenkmans boekje grijpt hij twee kinderen, met gesperde monden van angst, om ze in de zak te proppen. 'Hij straft niet graag kinderen, maar is hun een vriend,' zo luidt de begeleidende tekst. Maar zelfs de ouders van de kinderen kijken ontzet naar de man. Om Sinterklaas te 'verlieven' was het slechts nodig dat van Zwarte Piet een volwassene werd gemaakt, die net als Knecht Ruprecht in Duitsland de zak van Sinterklaas ging dragen en de roe hanteerde. Sinterklaas zelf werd een milde oude man, alleen bedreigend vanwege zijn fanatieke begeleider.

 

sint

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  
Wederom een kwaadaardige bisschop: 'Sint slaat Alexander', uit Sint Nicolaasvertellingen voor de jeugd, door C. van Schaick, 1852. (OLM Arnhem)


Aldus kon het feest stad en land veroveren. In Brabant waren zoals gezegd al aan het eind van de achttiende eeuw in dorpen verklede figuren verschenen die te paard snoepgoed rondstrooiden, en dat werden nu waarschijnlijk nette bisschoppen. De eerste meldingen van een bisschop te paard boven de grote rivieren dateren echter pas uit de jaren zeventig van de negentiende eeuw. Het ging daarbij om gelegenheidsoptochten, niet om een heuse intocht. Na de vorige eeuwwisseling namen lokale middenstandsverenigingen daartoe het initiatief. Ongetwijfeld van grote invloed is de officiële ontvangst geweest die Sint Nicolaas vanaf 1934 in Amsterdam ten deel ging vallen, temeer daar hij met een echte stoomboot aankwam en ook anderszins rechtstreeks uit het boekje van Schenkman leek te zijn gestapt. Naar analogie van Amsterdam organiseerde vrijwel iedere gemeente een feestelijke intocht.

 

Pakjesavond 

 

Met ongelovige kinderen die niet langer werden afgezout en ouderparen die onderling attenties uitwisselden, vroeg het huiselijk feest om een andere regie. Het had geen zin dat ongelovigen het bestaande ritueel getrouw volgden, en omdat zij kleine kinderen reeds voor het lapje hielden, gingen zij dat ook elkaar doen. De surprise kwam op. Dat Franse woord gebruikten rond 1800 dure bakkers, confituriers, voor verrassingssnoep. Het werd nu ook de aanduiding voor fopcadeautjes. Een klassieker was meteen het gigantische pak gevuld met louter papier, of een pak dat geadresseerd was aan één iemand die echter bij het openmaken van de buitenste papierlaag op een andere naam stuitte en het moest doorgeven, waarna etc. Het is duidelijk dat men zulke grapjes niet met gelovige kinderen kon uithalen. 

 

 schoen

In Wat Hansje zag uit 1948 laat schrijver Dick Poortvliet Hansje 's ochtends in alle vroegte bekijken wat de Sint hem geschonken heeft.  www.geheugenvannederland.nl

 

Zo ontstond er dus een feest binnen een feest, dat desgewenst ook qua tijdstip kon verschuiven. In Zie de maan schijnt door de bomen van J. P. Heije uit 1843 luidt een strofe: 't Heerlijk avendje is gekomen, 't avendje van Sint-Nicolaas. Dit ontwikkelde zich tot wat wij nu kennen als pakjesavond. In 1874 valt die term voor het eerst in een artikel van Het Nieuws van de Dag uit Amsterdam. De plaats van handeling ervan was onmiskenbaar een welgesteld milieu. De deurbel ging voortdurend en de meid bezweek zowat onder de last van 'groote en kleine vrachten' die zogenaamd uit alle windrichtingen waren afgezonden zonder dat er porto voor was betaald. Eindeloze fopperijen en raadsels waren ook anderszins de regel.

De journalist in kwestie gaf indirect wel aan dat deze wijze van viering lang niet algemeen was, want hij riep alle vaders op om er voortaan aan deel te nemen en aldus de band met hun kroost te versterken. Alleen vaders die aan 'stijfheid' laboreerden, moesten de avond maar op de sociëteit doorbrengen, want hun 'deftige tronie' zou het plezier voor de andere aanwezigen vergallen.

 

strooiavond

Strooiavond, uit Sinterklaas Kapoentje van A.B. vanTienhoven, 1928.  www.geheugenvannederland.nl

 

Sinterklaasvond, normaal gesproken het moment waarop kinderen hun schoentjes plaatsten, had hiermee een aparte invulling gekregen. Een volgende nieuwigheid diende zich alweer aan: een sinterklaasgedicht bij de surprises. Volgens Frits Booy dateert het eerste gedicht van dien aard uit 1810, maar pas aan het eind van die eeuw leefde het gebruik dat kinderen die het schrijven machtig waren gedichten vervaardigden. Van de toen zestienjarige prinses Wilhelmina is bekend dat zij in 1896 voor sinterklaasavond pakjes met gedichtjes maakte. 

In de meeste gezinnen in het land bleef sinterklaasavond evenwel bestemd voor spelletjes en zang van opgewonden kinderen, samen met de ouders. Vaak wierp een geschoeide hand om de hoek van de deur snoepgoed naar binnen - 'strooiavond' was een bekend begrip. En soms kwam Sinterklaas in hoogsteigen persoon langs. Voor zover de term pakjesavond werd gehanteerd was dat vanwege de pakjes die winkeliers dan discreet kwamen afgeven. De geschenken reden Sint en Piet 's nachts uit en troffen kinderen op sinterklaasochtend aan in hun schoen, of elders, getuige de alternatieve benaming 'zoekochtend'. Omdat na de Tweede Wereldoorlog de cadeautjes steeds duurder en groter werden en ook een feestverpakking kregen, verhuisden ze van de schoenen naar de eettafel, waar ze algauw een mini-berg vormden.

 

jetses 

Sinterklaasavond met spelletjes, door Cornelis Jetses in Dicht bij huis van Jan Ligthart (1902). In België gaat het nog steeds zo, maar in Nederland werd na de Tweede Wereldoorlog 'Pakjesavond' algemeen.


Intussen raakte pakjesavond vanuit steden in het westen langzaam verspreid over het land. Katholieken zetten die stap later, omdat zij zich gebonden achtten aan 6 december, waarop de heilige Nicolaas in de kerk met een mis werd vereerd. Hun religieuze band werd wellicht extra geprikkeld doordat sommige niet-gelovigen met het feest aan de haal leken te gaan. Zo lanceerde W.F. Oostveen in 1925 het liedje Sinterklaas is jarig. Dat de goedheiligman op die dag helemaal niet jarig was, maar juist gestorven is, zal minder erg zijn gevonden dan de oneerbiedige versie van zijn lied die op schoolpleinen de ronde ging doen: Sinterklaas is jarig/ 'k Zet hem op de pot/ O, wat stinkt die kerel/ 'k Doe de deur op slot.

Desondanks konden ook katholieken niet ontkennen dat een avond met sinterklaasgedichten en surprises een festijn voor het hele gezin opleverde. Door de toename van het aantal cadeautjes werd het voor ouders bovendien aantrekkelijker om erbij aanwezig te zijn wanneer de kleinste kinderen ze ontdekten. Als vanzelf verschoof dit onderdeel naar wat al toepasselijk pakjesavond heette. In de meeste provincies kreeg dit zijn beslag in de jaren vijftig, in Brabant pas in de jaren zestig; tegelijk overigens met ettelijke katholieke gezinnen in Amsterdam, zo leerde navraag mij. Sindsdien zet in heel Nederland op het heilig avondje een haastige Piet een mand of jutezak bij menig voordeur, driftig kloppend ter attentie.

 

pakjesavond

Eindelijk Pakjesavond, ca 1960, foto Walter Blum, Nationaal Archief, www.flickr.com

 

Pakjesavond bleef wonderlijk genoeg een Nederlandse aangelegenheid. Belgen hebben wel Zwarte Piet en de sinterklaasintochten overgenomen; dit onderdeel niet. Religieuze bezwaren kunnen daar nauwelijks achter zitten, want sinds de heilige Nicolaas in 1969 van de liturgische kalender is afgevoerd geniet hij minder aanzien. Mogelijk ontberen de Belgen de familiale vrijmoedigheid voor sinterklaasgedichten en suprises. In De herontdekking van Nederland (2003) betoogt Herman Pleij althans dat plagerijen daarvan een wezenlijk element vormen: een intensieve en gecompliceerde samenleving als de onze, zo stelt hij, heeft het af en toe nodig 'stoom af te blazen' en aan 'zelfreiniging' te doen. Maar overdrijft hij hierin niet? Misschien dat in de jaren vijftig een spotversje enige lucht in autoritaire familieverhoudingen blies, tegenwoordig haalt iemand met zo'n versje juist de banden aan. Hoe dit ook zij, vanwege de surprises en gedichten ontstond in Nederland een feest dat zelfs kinderloze stellen konden vieren, ja, eigenlijk iedereen. Waar de meeste volksfeesten geleidelijk afzakten tot een aangelegenheid voor de allerkleinsten, steeg sinterklaas juist naar volwassenen op.

Zo zag het ernaar uit dat Sinterklaas alleen maar populairder zou worden. Sint en Piet verschenen eerst alleen op scholen, later ook op bedrijfsavondjes. Zij kregen vanaf 1952 een landelijk onthaal op de televisie. En in hun manier van doen volgden zij de pedagogische inzichten met enige vertraging. Het lugubere verhaal van de kinderen die mee moesten naar Spanje om daar tot pepernoten te worden vermalen, verdween vanzelf uit de mondelinge overlevering. Zwarte Piet moest zich ook minder fanatiek gaan gedragen. Bij de eerste naoorlogse intochten stormde hij langs de rijen, schudde met zijn roe, rinkelde met zijn kettingen en gooide keihard pepernoten in de menigte. Een informant wist te vertellen dat in het Friese Staveren tot 1953 kinderen door Zwarte Piet in de zak werden gestopt en enkele straten verder volkomen verdoofd werden losgelaten.

 

sint_10


Aankomst van de Sint per stoomboot in 1997 in Enkhuizen, een traditie uit Amsterdam van 1934. (ANP)

 

In 1966 maakte de nationale Sinterklaas, die van de televisie, aan deze praktijken een eind door in de haven van Harlingen demonstratief zijn zak in het water te gooien. Uiteraard zou de zak zou nooit helemaal verdwijnen want hij bevatte tevens de geschenken. Zwarte Piet op zijn beurt werd verlost van zijn kettingen en dreigde niet langer met de roe, al zou het tot de jaren tachtig duren voordat dit attribuut bij intochten helemaal achterwege bleef (bij verhuurbedrijven voor particulieren vond de roe zelfs aftrek tot na de eeuwwisseling). Tegelijk begon Zwarte Piet met buitelingen ieders sympathie te wekken. Hij ging ook praten, maar werd dan wel als oliedom gepresenteerd. In schoolklassen beantwoordde hij de som 1 + 1 met 3, wat gejoel bij de leerlingen uitlokte. Zijn onschuld werd nog versterkt doordat in toenemende mate ook meisjes zijn rol gingen vervullen, een tour de force waaruit blijkt dat hij inmiddels tot een fantasiefiguur was uitgegroeid. Sint en Piet waren eindelijk de kindervrienden geworden waarvoor zij altijd doorgingen. Zelfs orthodox-gereformeerden slikten hun bezwaren in, al zouden zij hun eigen sinten nooit met een kruis op de mijter tooien. Alleen leden van de Hersteld Hervormde Kerk beschouwen hem nog als een 'onbandig' mens, maar zij weren tevens de kerstboom uit hun huis. De toekomst van het feest, zo merkte een waarnemer op, leek in 'banket- en chocoladeletters' te zijn geschreven.


Bedreigde vrienden


Het was in zekere zin ironisch dat nu Sint en Piet zich aardiger dan ooit gedroegen, er toenemende kritiek op hen ontstond. De gretige commercialisering van het feest wekte bij menigeen al tijden irritatie, evenals het feit dat men jonge kinderen bewust om de tuin leidde, iets wat generaties anti-autoritaire pedagogen hebben verfoeid. De mare wil dat hierom in het verleden enkele leerkrachten zich in aanwezigheid van de leerlingen als Sinterklaas uitdosten. Of dit daadwerkelijk is gebeurd, valt niet te achterhalen, maar psychologen danken er wel een klassiek voorbeeld aan van wat zij cognitieve dissonantie noemen. Een juf had zich net voor de ogen van kinderen omgekleed, waarna hun werd gevraagd wie zij was. Unisono luidde het antwoord: 'Sinterklaas!'

 

witteklaas

Affiche uit circa 1985 van een anti-racisme comité. Het standaardantwoord op deze kritiek luidde dat Zwarte Piet helemaal geen neger was. Maar als in die kritische, anti-autoritaire jaren, toen de goedheiligman toch al minder instemming wekte, de waarheid bekend was geweest, had hij misschien wel eeuwig in Spanje moeten blijven.  www.geheugenvannederland.nl  
 

Veertig jaar geleden kwam plotseling Zwarte Piet onder vuur te liggen. Dat hij als zwarte slechts de functie van dom knechtje kreeg toebedeeld, herinnerde volgens sommigen aan de slavernij, wat grievend zou zijn voor het toenemend aantal gekleurde Nederlanders. Een bepaalde strofe in het lied Daar wordt aan de deur geklopt was zelfs specifiek over zijn inborst: 'Ook al ben ik zwart als roet, toch ben ik goed'. Hoewel Piet met zijn kroeshaar en dikke lippen voor iedereen die niet stekeblind was onmiskenbaar op een neger leek, brachten bepaalde deskundigen hiertegen in dat hij een geketende, zwartgeblakerde duivel moest voorstellen; de visie van Meisen. Andere deskundigen wezen erop dat Zwarte Piet juist een Moor, een Spanjaard is, van nature lichtgekleurd. Weer anderen betoogden dat hij zijn kleur had opgedaan tijdens zijn gang door de schoorstenen, de germaanse visie. Vooral deze laatste visie sloeg aan. Generaties neerlandici hebben in scholen uitgedragen dat Piet slechts een blanke met roet op zijn gezicht is, waardoor dat tegenwoordig op tientallen websites als de definitieve waarheid vermeld staat. 

Interessant is de vraag waarom het Meertens Instituut pas na tachtig jaar etnologisch onderzoek een quickscan op Zwarte Piet pleegde. Als dat instituut zich eerder van zijn taak had gekweten dan hadden we niet decennialang de verkeerde discussie hoeven te voeren. Nu het bewijs er ligt dat Zwarte Piet al twee eeuwen een 'kroesharige neger' is, kunnen we hem ook beter plaatsen. Als zijn verschijning ergens op lijkt dan zijn het de Amerikaanse blackface singers, blanke zangers die hun gezicht zwart schminkten om voor een blank publiek negermuziek te brengen wat negers zelf niet mochten, een traditie die tot aan de Tweede Wereldoorlog heeft geduurd. Niet voor niets zijn Amerikanen ook vaak geschokt als ze op een Nederlandse Zwarte Piet stuiten, en het verhaal wil dat Schiphol hem daarom weert.

 

zp1958       jumbo1979

Zonder wild geraas heeft speelgoedfabriek Jumbo haar zwartepietenspel al jaren geleden aangepast. Links de editie van 1958, rechts die van 1979, met een Piet als smeerpoets. Verzamelaarsplatform www.wikipedia.nl

 

Maar er zijn wel verzachtende omstandigheden aan te dragen. Ik vermoed dat Zwarte Piet is bedacht als fijner alternatief voor de griezelige sintbegeleiders elders. Dit ligt voor de hand bij de gemaskerde duivels met hoorns en lange tongen die in traditoneel katholieke landen heersen, zoals Krampus in het Alpengebied, Klaubauf in Tirol, Cert in Tsjechië en de Pelznickel of Pelzmärtel in het midden van Duitsland. Minder duivels maar even bedreigend zijn de in stro gehulde Buttnmandl in Berchtesgaden, de witgeklede Kläuse in Schwaben en de Klazen van onze Waddeneilanden. De modernste editie van deze engerds lijken baardige roetmannen te zijn als de Zwitserse Schmutzli (letterlijk: smeerlappen), Hans Trapp in de Elzas, Père Fouettard ('Vader Zweep') in het oosten van Frankrijk en Knecht Ruprecht in het noorden van Duitsland - modern dan in betrekkelijke zin, want van Père Fouettard werd verteld dat hij drie kinderen persoonlijk met zijn zweep had doodgeslagen en Knecht Ruprecht introduceerde zich aldus: 'Ich bin der alte böse Mann, der alle Kinder fressen kann'. Welnu, vergeleken met al deze figuren was Zwarte Piet een wonder van civilisatie. In zijn pagekleren beeldde hij ook een onschuldig knaapje uit, dat destijds in Nederland volkomen exotisch was en aan wie niemand aanstoot nam.

Nu tegenwoordig ook niet-blanke kinderen steeds vaker zijn rol vervullen en er bij wijze van tegemoetkoming zelfs Witte Pieten optreden, zou Sinterklaas eigenlijk als het eerste echte multiculturele feest van Nederland kunnen worden aangemerkt, een gezamenlijk cadeautje van katholieken en Afro-Nederlanders. Maar niet iedereen is van dit idee gecharmeerd. Rond elke viering verschijnen er verontwaardigde artikelen in kranten en op internet en soms krijgen scholen dreigbrieven wanneer zij aankondigen een Zwarte Piet te zullen ontvangen.

 

sint_11

Lieve Sinterklaas tijdens de intocht in Enkhuizen 1997. (ANP)

 

Na eerdere intiatieven, zoals de tentoonstelling Wit over Zwart van kunstenaar Felix de Rooy, bundelden Surinaamse en Antilliaanse intellectuelen zich in 1989 onder de slogan: Sinterklaasje, kom maar binnen zonder knecht. Het probleem is, zulke kritiek heeft de schijn van overdrevenheid en doorgeschoten logica. De aanhangers ervan vooronderstellen eerst bij Nederlandse kleuters en hun ouders een neiging tot racisme, en willen die neiging vervolgens bestrijden door in dezelfde trant te blijven denken. Maar consequent geredeneerd zou er er dan alleen sprake kunnen zijn van een zwarte Sinterklaas met Witte Pieten, ja, herinnert eigenlijk iedere zwarte in een ondergeschikte positie aan de slavernij. Los hiervan kan iemand met evenveel stelligheid beweren dat Piet juist het tegendeel van racisme impliceert, want ware racisten zouden zo'n figuur niet eens op hun feest dulden. Wat dan ook maximaal lijkt te spelen is goedwillende neerbuigendheid.

Bij deze ideologische dreiging voegde zich een praktische. Het was al opgemerkt dat de generatie van tweeverdieners geen zin meer had in bewerkelijke sinterklaassurprises en elkaar liever designspulletjes gaf met Kerstmis, dat in Nederland toch al een 'geeffeest' was geworden sinds werkgevers na de oorlog met kerstgratificaties en kerstpakketten begonnen. De media speelden hierop in door steeds intensiever met Santa Claus op de proppen te komen, die ook een gewenste internationale uitstraling bezat. Naar aanleiding van deze ontwikkelingen schreef NRC-Handelsblad op Sinterklaasavond 1980: 'Het hoge woord moet er maar eens uit: Sinterklaas loopt op zijn laatste benen'. De krant gaf hem nog een jaar of drie, vier. De tekenen wezen inderdaad in die richting. Grootwinkelbedrijven begonnen al met kerstversieringen terwijl Sinterklaas nog in het land was en restaurants en tuincentra sloegen zijn feest zelfs helemaal over.

 

sint_12


Hippische training van Sinterklaas en zijn Hulpsinterklazen in het Kralingse bos in Rotterdam, 1997. Dankzij de Hulpsinterklaas, in de jaren negentig plots opgedoken, kunnen kinderen die argwanend worden door de alomaanwezigheid van de goedheiligman vaak nog één seizoen hun geloof in hem verlengen. (ANP)


Een tegenbeweging liet niet lang op zich wachten. De achtergrond hiervan was een groeiend chauvinisme, want Nederland was ongemerkt van een emigratieland in een immigratieland veranderd en het proces van Europese eenwording leek de nationale identiteit weg te willen poetsen. Columnisten, die anders alleen klaagden over het verval van stedelijk schoon, klaagden nu over de teloorgang van een traditie, - de enige waarmee Nederland zich volgens hen onderscheidde. In 1989 diende het Sint Nicolaas Genootschap zich aan, als eerste in een reeks van organisaties die zich vooral keerden tegen winkelbedrijven die alleen Kerstmis wilden propageren. Vanaf 1997 stortte de commerciële televisie zich op de goedheiligman, uitmondend in de serie De Club van Sinterklaas. Vier jaar later begon de publieke omroep met het populaire Sinterklaasjournaal, dat de landelijke intocht steeds in een andere stad laat plaatsvinden.

Deze programma's zouden de sinterklaasviering een enorme impuls geven en ook wijzigen. Ongetwijfeld uit ongemak over zijn personage namen zij met name Zwarte Piet onder handen. De brabbelende dommerik met grote oorbellen en immens roodgestifte lippen was bij hen van meet af aan uit de gratie. Anderzijds kreeg hij omwille van de zichtbaarheid op televisie een lichtere teint; hij is nu bruin in plaats van zwart, wat hem overigens onbedoeld nog sterker op de gemiddelde Afro-Nederlander doet lijken. Om in een klap van de discussie over discriminatie af te zijn presenteerde in 2006 het Sinterklaasjournaal Pieten in alle kleuren van de regenboog, maar dat werd door de kijkers als gekunsteld ervaren. Een beter alternatief leek hem een veelvoud aan karakters te geven, van Coole Piet tot Hoge Hoogste Piet, van wie sommigen zelfs slimmer zijn dan hun baas. Het resultaat van deze inspanning is dat bij kinderen de laatste vrees voor Sint en Piet is weggenomen, zoals blijkt uit het opmerkelijke feit dat tegenwoordig veel kinderen bij intochten zelf als Sint en Piet verkleed zijn: kennelijk kunnen zij zich met beiden identificeren. 

 

pubiek2012

Intocht 2012 Amsterdam: kinderen die zich als Sint en Piet uitdossen. Zelfs de herinnering aan beiden als boeman is blijkbaar vervlogen. www.dichtbij.nl/Amsterdam

 

Mede vanwege alle aandacht in de media viert momenteel meer dan tweederde van de Nederlandse bevolking het feest uitvoerig. Ook het enthousiasme voor deelname aan de intochten is groter dan ooit: in Amsterdam doen daar 750 Pieten aan mee, een complete karavaan. Zelfs voor een toenemend aantal moslimkinderen rijdt de goedheiligman, hoewel zijn personage geenszins strookt met hun geloof. Maar moslims worden ook wel tegemoetgekomen. Wat ten behoeve van orthodox-gereformeerden nooit is gedaan, is wel gedaan voor hen: sinds 2006 bij sinterklazen in Amsterdam-West en sinds 2008 bij de stadssint blijft het kruis op de mijter achterwege. Blijkbaar kan niet het katholicisme maar het hele christendom als steen des aanstoots fungeren...

Niettemin bekleedt Sinterklaas fier de eerste plaats op een lijst van honderd Nederlandse tradities, gepubliceerd door het Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed. Alleen het protest tegen Zwarte Piet houdt aan, hoewel zijn supporters evenzeer van zich doen spreken. In 2008 wilde een groep kunstenaars in Eindhoven een ludieke demonstratie tegen hem houden, en zag daarvan af vanwege alle ontvangen hate-mails en telefonische bedreigingen. In 2011 werden tijdens de intochten in Dordrecht en Amsterdam enkele tegenstanders gearresteerd die slechts een T-shirt met afkeurende tekst droegen. We zien hier de kleine pijn van een multi-etnische samenleving die misschien nooit overgaat. Maar voor wie het aanvoelt: Zwarte Piet is een naïef katholiek idee, dat in een katholiek land geen commotie zou wekken of allang zou zijn verlaten.

 

 

* In de Leeuwarder Courant van 26 november 2011 mijn stellingname op verzoek omtrent Zwarte Piet. De waarheid gebiedt te erkennen dat de mening die ik daarin verkondig pas in diezelfde Sinterklaastijd tot stand was gekomen. Op een avond liep ik in een versierde winkelstraat in Culemborg twee Surinamers tegemoet en dacht instemmend: Hé, daar heb je een stel Zwarte Pieten. Toen ik hen passeerde keken zij - een meneer en mevrouw op leeftijd - mij bekommerd aan, alsof zij wisten welke associatie hun verschijning had gewekt...

* Het Sint Nicolaas Genootschap Nederland ijvert ervoor dat het Nederlandse Sinterklaasfeest een notering krijgt op de Unesco-lijst voor beschermd immaterieel erfgoed. Dat lijkt mij onverstandig, omdat de figuur van Zwarte Piet een ingrijpende verandering zal moeten ondergaan wil alle kritiek verstommen. Zie  http://zwartepietisracisme.tumblr.com en www.roetinheteten.info. Het verwijt van actievoerder Quinsy Gario en zijn medestanders dat Zwarte Piet als blijk van racisme moet worden opgevat, deel ik overigens niet. Hooguit zou het bijvoeglijk naamwoord 'racistisch' van toepassing kunnen zijn, maar dan in de technische zin van 'het racisme betreffend'. Bij zijn vele, vele fans ontbreekt namelijk een kwade intentie of 'bijzondere opzet', zoals Vlamingen zo fraai zeggen. Ook kan zijn huidige rol binnen het feest moeilijk als zwaar negatief worden uitgelegd; integendeel, het lijkt wel alsof een reclamebureau louter lollige en aandoenlijke typetjes voor hem heeft bedacht. Toch gaat het om een toe-eigening van de fysieke kenmerken van een hele bevolkingsgroep en dat is in wezen onaardig. Hetzelfde zou aan de orde zijn als louter gehandicapten of scheelkijkers zijn rol vervulden. Met het oog op een gewenste interculturele etiquette pleit ik daarom voor afschaffing van Zwarte Piet. Maak er een gewone Piet van, of een Oranje Piet. Een Witte Piet kan ook; daarvoor hebben twee Nederlanders al jaren her gepleit: hoofdonderwijzer Arnold Ras uit Wanroij (1963) en mevrouw Riet Grünbauer uit De Bilt (1968).

* Inmiddels heeft het Meertens Instituut, bij monde van John Helsloot, zich eveneens negatief over Zwarte Piet uitgelaten. Volgens Helsloot hebben wij in dit verband zelfs last van culturele afasie. Dat klinkt nogal aanmatigend. Zijn instituut heeft driekwart eeuw de kans gehad de herkomst van Zwarte Piet bloot te leggen en een debat over hem aan te zwengelen, maar dat is nooit gebeurd. Bij mijn weten heeft het zich indertijd evenmin geschaard achter de oproepen van Ras en Grünbauer, die in de pers werden weggehoond. En om ons dan nu een taalstoornis als gevolg van hersenbeschadiging toe te schrijven...    

* Sinterklaas op internet is een horreur: miljoenen meldingen. Uitstekende informatie biedt http://nl.wikipedia.org/wiki/Sinterklaas. Prominent aanwezig zijn http://sinterklaasjournaal.ntr.nl/ en www.declubvansinterklaas.nl van de gelijknamige televiesieprogramma's. Promotionele sites zijn onder meer www.sngnederland.nl, www.vriendenvansint.nl en www.sint.nl. Tot mijn genoegen zag ik dat de door mij gelegde relatie tussen kinderschrik en het vroegere sinterklaasfeest inmiddels alom is geaccepteerd. Ook mijn verklaring waarom Nederland Sinterklaas als geschenkenbrenger heeft behouden, kwam ik herhaaldelijk op internet tegen, alsmede mijn theorie over het waarom van Spanje als 's mans thuisland. Het Meertens Instituut bezigt in publicaties zonder bronvermelding zelfs mijn term 'verlieving', die ik in een andere publicatie toegeschreven zag aan Mirjam van Leer. Waar is de gulheid van de Sint gebleven?  

* Hoe penibel Zwarte Piet ligt bleek weer eens tijdens een presentatie bij de Unesco in Parijs van belangrijke tradities die als immaterieel erfgoed mondiale bescherming verdienen. Die presentatie vond toevalligerwijs op 5 december 2012 plaats voor het front van de internationale gemeenschap. Sinterklaas was in levenden lijve aanwezig, maar de Nederlandse delegatie had Zwarte Piet nadrukkelijk thuisgelaten, in de verwachting dat zijn verschijning louter onbegrip en ergernis zou opwekken. Dit staaltje hypocrisie illustreert mijn inziens voldoende dat we met deze figuur op het verkeerde spoor zitten.

De vraag is dan ook: hoe komen we op een nette manier van Zwarte Piet af, ondanks het feit dat hij door veel landgenoten oprecht wordt gewaardeerd? Zwarte tegenstanders overtuigen blanke liefhebbers zelden, heb ik gemerkt, vooral niet als zij het slavernijverleden erbij betrekken en zichzelf presenteren als verworpenen der aarde. Maar ook blanke opponenten sorteren weinig effect: zelfs progressieve lieden, die normaal gesproken aanmerkingen vanuit het buitenland vóór zijn, reageren vaak kribbig als het om Zwarte Piet gaat. Dit is in deze hele kwestie overigens het aspect dat mij het meest verbaast. Nederland: domineesland, maar nu even niet. De enige verklaring die ik hiervoor kan verzinnen is dat mensen zich beschuldigd voelen van motieven die zij helemaal niet bezitten, en zelfs een dominee raakt daardoor van de wijs.  

Toch is mijn persoonlijke ervaring dat een bescheiden beroep op vriendelijkheid, inlevingsvermogen en cultuurrelativisme wel werkt. Wie zou dat publiekelijk moeten uitspreken? Nederland is soms een eenzaam landje. In een republiek kan een president als geweten van de natie fungeren en een appèl op ieders gezond verstand doen, in een monarchie als de onze bestaat die mogelijkheid niet. Een oplossing zou zijn als het St. Nicolaas Genootschap in beweging komt, of anders: het Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, in de persoon van directeur Ineke Strouken. De redenatie die zij daarbij kunnen hanteren ligt ook voor de hand: een figuur als Zwarte Piet zou in de huidige tijd nimmer zijn bedacht, en wanneer hij eenmaal is afgeschaft zullen latere generaties zich erover verbazen dat hij ooit heeft bestaan.    

* 7 oktober 2013. Quinsy Gario bij P&W: hij was niet sterk, maar wel sterker dan Henk Westbroek, die slechts brieste. Gario probeert nu via bureaucratisch-juridische weg zijn gelijk te halen, hopeloos, want geen politicus of rechter kan feestvierende kleuters verbieden zich zwart te schminken. Zo'n verbod zou voor Gario ook een pyrrusoverwinning inhouden, die veel kwaad bloed zal zetten. Ik zie nu wel als mogelijkheid dat bijvoorbeeld burgemeester van der Laan de organisatoren van de Amsterdamse intocht al dan niet publiekelijk vraagt iets aan het Pieten-probleem te doen, niet op grond van de wet maar uit consideratie.    

* 11 oktober 2013. Blijkens Het Parool is Ineke Strouken van het Centrum voor Volkscultuur nu toch in beweging gekomen. Zij vraagt voor- en tegenstanders om geduld en wijst op een hoopvolle ontwikkeling in den lande naar Pieten zonder kroeshaar, gestifte lippen en oorringen. In plaats van een volledig zwart gezicht hebben zij ook slechts enkele roetvegen op de wangen. Interessant. Daarmee wordt de germanistische zienswijze weer actueel dat Zwarte Piet zijn kleur heeft opgedaan in de schoorsteen, een volledig verzonnen verhaal, maar dat geldt insgelijks voor de oude Zwarte Piet, ja, voor het hele sinterklaasfeest. 

* 16 oktober 2013. Het gaat hard nu. Te midden van al het gekrakeel van de afgelopen dagen kwam ik één opmerkelijk gezichtspunt tegen, van Arnold-Jan Scheer in de Volkskrant: Piet is helemaal geen (ex-) slaaf. Dat is inderdaad correct, want in Nederland zelf bestond geen slavernij. Niet voor niets oogt hij totaal anders dan een slaaf: in plaats van een lendendoek draagt hij het sierlijke pak van een middeleeuwse edelman. Met zijn ondergeschiktheid valt het dus nogal mee. Om 's mans zwartheid te verklaren verwijst Scheer weer naar ettelijke rauwe, duivelse begeleiders en plaatsvervangers van de Sint elders. Dat roept de vraag op waarom wij eigenlijk sinds het begin van de negentiende eeuw een fancy creool als Piet hebben. Zoals hierboven reeds gezegd luidt mijn hypothese dat hij destijds is verzonnen om het sinterklaasfeest... te civiliseren. O, ironie.           

* 20 oktober 2013. De Verenigde Naties doen onderzoek naar Zwarte Piet, melden de media. Dat is slecht nieuws, want de betrokken rapporteurs, onder voorzitterschap van een Jamaicaanse prof, zullen dolgraag een hoog ontwikkeld land met de roede tuchtigen. Een blamage is het even zo goed wel. Hoe zijn we in deze situatie beland? Zelf wijt ik dit aan het Meertensinstituut. Dankzij dat instituut weten we bijna tot op het uur wanneer en waar de eerste Duitse kerstboom in Nederland verscheen, maar onze originele Zwarte Piet achtte het tot voor kort tijd geen studie waard. De neerlandici die er de dienst uitmaakten kwamen zelfs niet verder dan het lezen van Duitse boeken over Sinterklaas, zodat Zwarte Piet een zelfde uitleg kreeg als Knecht Ruprecht: hij was slechts beroet. Tot op vandaag doet deze uitleg de ronde, al kan iedereen die uit zijn doppen kijkt vaststellen dat Piet een karikaturale neger verbeeldt. Later hebben medewerkers van dat instituut nog gepoogd het fabeltje van de getinte Moorse page ingang te laten vinden, alsof zij aan cognitieve dissonantie leden in plaats van afasie. Inmiddels heeft John Helsloot namens hen die fouten afdoende hersteld, maar als we in de kritische jaren zestig en zeventig de ware aard van Zwarte Piet hadden geweten, dan was hij reeds lang uit beeld verdwenen, of dusdanig getransformeerd dat niemand meer aanstoot aan hem kon nemen.

* 22 oktober 2013. Handig om te achterhalen of iemand iets van de geschiedenis van het sinterklaasfeest weet is de vraag: in welk jaar deed Zwarte Piet zijn intrede? Indien het antwoord luidt: '1850, in een boekje van Jan Schenkman', gaat het om een persoon die zelf tot de sinterklaasgeschiedenis behoort.

* 25 oktober 2013. Hoewel ook dit jaar weer flink wat mensen totaal uit de bocht vlogen tijdens het Zwarte Piet-debat, had ik het idee dat we verder kwamen dan ooit. Totdat Verene Shepherd van de VN een duit in het zakje meende te moeten doen. Wat een ongelofelijke stommerd, zeg. Ze vindt het blijkbaar ook geen punt als de VN met twee maten maten meet. Het Perzische Nieuwjaar, Noroez, prijkt al op de Immaterieel Erfgoed-lijst van de Unesco, terwijl dat een boodschapper heeft, Hadji Firoez, die zelfs in de overlevering een zwarte slaaf is. 

* P.S. 2013. Hierboven schreef ik dat Nederland soms een eenzaam landje lijkt, omdat we geen echte leiders bezitten. We, the people, meer is er niet, zeker in deze kwestie die eerst en vooral een fatsoenskwestie is. Premier Rutte illustreerde dat perfect door zich met betrekking tot Zwarte Piet nadrukkelijk onbevoegd te verklaren. Maar ik heb wel de invloed van onze burgemeesters onderschat; zij vormen het laatste restje van onze vroegere notabelen-democratie. De Amsterdamse burgemeester Van der Laan heeft uitstekend werk verricht door de organisatoren van de intocht te vragen of zij enigszins aan de bezwaren tegemoet konden komen. Meer was niet mogelijk, getuige de zogenaamde pietitie.nl - een reactie op de onnozele opmerkingen van Verene Shepherd - die door meer dan twee miljoen Nederlanders is getekend. Toch kwam het antwoord direct: een minder etnische Piet. De oplossing die nu opdoemt is een figuur met slechts roetstrepen in zijn gezicht, een beetje zoals Knecht Ruprecht, Schmutzli en Hans Trapp, die de laatste jaren ook een gematigder uiterlijk hebben gekregen. De bal ligt nu bij het Sinterklaasjournaal, dat volgend jaar moeilijk kan doen alsof er niets is gebeurd. Wat mij betreft mag daarbij ook meer variatie worden betracht in de aanduiding van Zwarte Piet, zoals Piet, Pieterman of het grappige Pieterbaas.

* 12 februari 2014. Het jaar is amper begonnen of op een nieuwe groep heeft zich gepresenteerd: Kick Out Zwarte Piet. Duidelijk genoeg. Ook het Comité 21 Maart, dat mede namens moslimgroeperingen de algehele strijd wil aanbinden met Racistisch Nederland, eist voor dit jaar een Sinterklaasoptocht zonder Zwarte Piet. Troebel viswater. Een extra reden om met hem op te houden. Het zou helpen als bekende Afro-Nederlanders - ik denk aan Umberto Tan en Jörgen Raymann - verklaarden dat zij Zwarte Piet niet op prijs stellen, maar dan zonder de begeleidende verwijten die menig Nederlander het absurde gevoel geven dat hij een boete krijgt uitgereikt voor een overtreding die hij niet heeft begaan. Ik vrees echter dat zij dat niet aandurven.  

* 4 juli 2014. Hoe kan het dat geestelijke 'edellieden' zo hoog stijgen binnen de VN? En binnen onze rechterlijke macht? Enfin, de tijd van polderen is nu wel voorbij. Ik had er ook een hard hoofd in, gelet op de partijen die erbij betrokken waren. De voorstanders van Piet zijn wel ruimhartig maar niet ruimdenkend. De tegenstanders zijn geen van beide: niet ruimhartig en niet ruimdenkend. Toch heb ik wel vertrouwen in een goede afloop. De meesten die Zwarte Piet door dik en dun verdedigden zijn aan het twijfelen gebracht. Op tal van scholen is hij al aangepast, en dat zal nu bij het gros gebeuren. Ik geef hem in zijn huidige verschijningsvorm nog een jaar of twee, hooguit vijf. Het verlies zit straks bij de racisme-beschuldigers die minder te klagen zullen hebben maar het niveau ontberen om dat toe te geven. In die zin is dit hele conflict tragisch: het verscherpt slechts tegenstellingen. Gematigde Afro-Nederlanders hadden een brug kunnen slaan, maar dat hebben ze nadrukkelijk nagelaten. Het was een miniscule actiegroep, in het zadel geholpen door de VARA als ik het wel heb, tegen heel Nederland.

* 31 augustus 2014. Een sinterklaassurprise hartje zomer! Frits Booy van het Nationaal Sint Nicolaas Comité, in de jaren tachtig opgericht als hoeder van een toen kwijnend feest en dus wezenlijk conservatief, is om: hij schaart zich achter de Piet met roetvegen. Ik stel vast dat het intellectuele debat - ja, mensen, dat heeft ook plaatsgevonden - hiermee is voltooid. Een jaar of tien geleden was de aanzwengelaar ervan John Helsloot, die nu een fraaie overwinning boekt.

* 13 september 2014. De gedachtenpolitie heeft de heibel over Zwarte Piet behendig aangegrepen om haar zin door te drijven. Twee jofele tekstdichters van Sesamstraat herschreven de bekendste sinterklaasliedjes waarbij alles wat tot de verbeelding van kinderen kon spreken werd weggecensureerd. Uiteraard raakte Piet zijn kleur kwijt, maar hij was meteen niet langer een knecht, want dat zou verschrikkelijk denigrerend zijn geweest. Ook stoute kinderen hoeven geen angst meer te hebben: Sint en Piet houden tegenwoordig van ieder kind evenveel. Om over dit laatste geen misverstand te laten bestaan was zelfs 'beste' Sint niet goed genoeg; dat moet 'lieve' Sint worden. Het handelt hier om een soort pedagogische vertrossing, met dien verstande dat de Tros in haar programma's toch méér karakter behield. Enfin, vreselijk erg is het allemaal niet, maar het wordt raar als kwezels de toonzetting van het feest gaan bepalen, terwijl Sint en Piet vroeger juist kwezels extra onderhanden namen om hen weerbaarder te maken.

*  10 oktober 2014. Terwijl burgemeester Eberhard van der Laan de roetpiet tot norm verklaart en ook supermarktketen Albert Heijn aangeeft met Zwarte Piet in de maag te zitten, laat in een enquête van Eenvandaag 83 procent van de respondenten doodleuk weten hem niet te willen veranderen. Vermakelijk vind ik die halsstarrigheid wel. Het buitenland en het verlichte deel der natie spreken inmiddels openlijk schande van de Blackface Piet, maar de overgrote meerderheid van de bevolking weigert zich te laten aanpraten dat zij met hem racisme bedrijft. Zoals eerder aangegeven, acht ik dat zelf ook een overdreven kwalificatie. Als Zwarte Piet racisme is, dan zou elk slachtoffer van racisme hem graag als boosdoener hebben. Evenmin valt serieus vol te houden dat hij louter als domme knecht wordt opgevoerd, die alle 'witte' vooroordelen jegens 'zwarte' mensen bevestigt. Uit spontane reacties van sinterklaasvierders blijkt zonneklaar dat er hooguit sprake kan zijn van onbedoeld kwetsen. En wie dat doet, mag gevráágd worden zijn gedrag aan te passen; eisen is eigenlijk misplaatst. Hier maakt de anti-Zwarte Pietlobby haar eerste fout. Zij wint evenmin de harten door uitgerekend een kinderfeest tot doelwit te verklaren - het is niet erg dapper en kies om daarover naar de rechter te stappen. Een minderheid, zo beluister ik, zou ook toleranter mogen zijn voor de rituelen van de meerderheid; vice versa verlangt zij hetzelfde. Desalniettemin kan inmiddels niemand meer ontkennen dat althans een aantal landgenoten zich gekwetst voelt door de traditionele Piet. Nederlanders, voor zover ik hen ken, zijn best bereid daarmee rekening te houden, zij het wel graag uit goedheid, niet uit veronderstelde slechtheid. Ik verwacht dat zij spoedig zullen bijdraaien - ondanks de anti-Zwarte Pietlobby, die er alleen is geslaagd hem zijn onschuld te ontnemen.

* 12 november 2014. Niet alleen premier Rutte houdt zich buiten het debat, ook andere politici en zelfs veel intellectuelen. De enige politicus die een ferm standpunt inneemt is de onvermijdelijke Geert Wilders, maar voor hem geldt inmiddels: met zo'n vijand heb je geen vrienden meer nodig. Het resultaat van deze afzijdigheid is dat de media een variant van de Vox Populi hebben ontwikkeld: de Vox Popi Jopi. Nog niet met de beste wil van de wereld zie ik in wat Tanja Jess, Filemon Wesselink, Peter R. de Vries, Paul de Leeuw en Henk Westbroek ons over Zwarte Piet te melden zouden hebben. Ik weet wel, BN'ers hangen graag de notabelen van onze dagen uit, maar hun voorgangers waren aanmerkelijk beter geschoold dan zij en zijn desondanks enige decennia geleden als irrelevant terzijde geschoven.

* juli 2015.  Onder deze hele kwestie smeulen emoties die zelden publiekelijk tot uiting komen maar wel de felheid van de controverse verklaren. Bij de supporters van Zwarte Piet  overheerst teleurstelling over de realiteit van de multiculturele samenleving - inderdaad, geenszins het paradijs dat opinieleiders ons ooit beloofden. Ik kan alleen maar zeggen dat het niet de Surinamers en Antillianen zijn geweest die hiervoor verantwoordelijk zijn; integendeel, het heeft hen zelden aan goede intenties ontbroken. Zijdelings wil ik trouwens waarschuwen voor een groeiende band tussen anti-Piet activisten en inheemse moslims die zich tegen het hele westerse leefpatroon keren. Het zou gewone Nederlanders wat waard moeten zijn deze bepaald onfrisse combinatie in de kiem te kunnen smoren. Mogelijk helpt daarbij de gedachte dat Surinamers en Antillianen van hun kant evenzeer teleurgesteld zijn in de multiculturele samenleving. Grote woorden maken in dit opzicht minder indruk dan kleine. Quinsy Gario vertelde tijdens een televisie-interview met Sven Kockelmann terloops over zwarte kinderen die 's avonds hun gezicht extra wassen om even blank als hun klasgenootjes te worden, iets wat hij in verband bracht met Zwarte Piet. Het was de eerste keer dat ik dit pijnlijke verhaal in het openbaar hoorde, maar ik kende het al van diverse zwarte en zwart-witte ouders zonder verwijzing naar Zwarte Piet! Intens verdrietig blijft het. Ik vrees dat alleen de tijd het onderliggende besef van vreemdheid kan wegnemen, maar hoop en verwacht dat een beschaafd afscheid van Zwarte Piet daaraan zal bijdragen.

* 1 september 2015. Gelet op het ondemocratisch gehalte van een flink aantal gedelegeerden, had ik verwacht dat het Committee on the Elimination of Racial Discrimination van de VN om een verbod van Zwarte Piet zou vragen; het is bij een advies tot gedaanteverandering gebleven. Dat valt dus mee. De VN sluit zich in feite aan bij een beweging die in Nederland al bestaat en hoeft daarom geen speciale rol in de onderlinge discussie te vervullen. Opgewonden standjes ten onzent verzieken die discussie al genoeg. In de huidige fase lijkt het mij overigens het beste de bal het werk te laten doen. Inmiddels passen basisscholen massaal hun sinterklaasviering aan, waarmee zij geruisloos een probleem oplossen dat stokende media-commentatoren graag gecontinueerd zien.

* 30 november 2015. De Amerikaan Roger Ross Williams van de CNN-documentaire Blackface bij Umberto Tan. Tan deed het erg goed met zijn oproep aan iedereen het hoofd koel te houden en tegelijk het hart te laten spreken. Kort gaf hij aan hoezeer hij in zijn eigen jeugd gekwetst is door Zwarte Piet. Ik kan me niet voorstellen dat zijn verhaal op Nederlanders geen indruk maakt. Voor Roger Ross Williams geldt dat niet. Bij hem klinkt blijschap door over het feit dat zelfs een progressief landje als Nederland niet deugt, wat ik ook proef bij de Ghanees Jeffrey Afriye, alias Kno'ledge Cesare, van Zwarte Piet is Racisme. Andrews noemt Zwarte Piet ons 'dirty little secret'. O ja? En nu ik toch bezig ben: wat te denken van de Irakese asielzoeker en moslimactivist Abulkasim Al-Jaberi, die tijdens een demonstratie in Amsterdam riep: 'Fuck de koning, Fuck Zwarte Piet'? Ik zou zeggen: 'Fuck Abulkasim'. 

 


terug naar boven