Sinterklaas

 

Klaas zonder theorie, Katholieke Klaaskunde, Heidense bisschop, Parade der Klazen, Sint zonder sint, Feest der verwachting, De verlieving van de Sint, Pakjesavond, Bedreigde vrienden.

 

Vroeger joeg men kinderen schrik aan. Men maakte hen bang voor sloten en vaarten met de Bullebak, die onder het kroos wachtte om hen in het water te trekken en aan de vissen te voeren. Men probeerde hen weg te houden van korenvelden en bossen met wezens als de Roggemoeder, de Weerwolf, de Tenensnijder en de Bloedzuiper. Men zorgde dat ze voor donker thuis waren met figuren als Tientoon en Elfribben en men hield hen stil in bed met de Boeman, - Klaas Vaak, de Nederlandse uitgave van de Zandman, zou zo wel komen.

Volkskundigen noemen dit verschijnsel 'kinderschrik'. Maar kinderschrik was veel meer, dunkt me; het was de hele opvoedmethode. Onder katholieken hield men de jeugd tot in de twintigste eeuw braaf met engelbewaarders, die weliswaar bescherming boden maar bij wangedrag niet draalden om een zieltje zwart te kleuren. Onder protestanten liet men haar sidderen voor de Here Here met gebeden als: 'Genaderijke weldoener, gelieft het U om ons, vloek- en helwaardige Adamskinderen...'

 

baaskinderschrik         moederkinderschrik

Details van een stichtende centsprent, begin 19de eeuw, over Baas en Moeder Kinderschrik. (Atlas van Stolk) 

 

En dan waren er de akelige verhalen die kinderen te horen kregen over ongelukken waarin stoute leeftijdgenoten werden gestort, met de bijbehorende gruwelijke doodsstrijd. Er waren de lijfstraffen met speciaal voor dat doel vervaardigde werktuigen, zoals de bullepees en de plak; in de negentiende eeuw nog alom gangbaar. Er waren de tirannieke vaders, voor wie zij bij gelegenheid op hun blote knieën om vergiffenis moesten vragen. En zelfs degene die zich presenteerde als de kindervriend bij uitstek, was een engerd, die hedendaagse ouders geen minuut bij hun kinderen zouden dulden.

 

Klaas zonder theorie

 

Toen ik me eind jaren zeventig met Sinterklaas ging bezighouden had nog nooit iemand zijn pedagogische geschiedenis onderzocht. Het dichtst in de buurt kwam de psycholoog A.D. de Groot met zijn Saint Nicholas, a psychoanalytic analyses of his history and myth. Maar zijn 'history' betrof de Sint zoals hij uit de legendes oprijst, niet de ontwikkeling die hij sindsdien heeft doorgemaakt. 

Wat mij evenzeer verbaasde was dat het sinterklaasfeest in Nederland nooit een degelijke monografie had gekregen. Daar was genoeg aanleiding toe. Nergens was het feest zozeer onderdeel van het nationale leven geworden, met intochten in iedere gemeente en een weken durende aandacht in de media. Ook bezat het eigenaardigheden die om een verklaring smeekten. Hoe kon het dat een katholieke bisschop een calvinistisch land aan zijn voeten had gekregen, en waar kwam die unieke knecht Zwarte Piet vandaan? Weliswaar bestond er sinds 1930 een onderzoeksinstituut dat zich met zulke vragen belastte, het Meertens Instituut, maar dat was nooit verder gekomen dan het bestuderen van wat Duitstalige auteurs over hun eigen sinterklaasvieringen hadden gemeld. Hierdoor konden er met betrekking tot Zwarte Piet misverstanden rijzen die de discussie over hem jarenlang zouden vertroebelen en vertragen...  

 

Katholieke Klaaskunde 

 

De nog steeds belangrijkste auteur over ons sinterklaasfeest is de katholieke Duitse volkskundige Karl Meisen, met zijn Nikolauskult und Nikolausbrauch im Abendlande uit 1931. Via hem weten we dat de heilige Nicolaas in werkelijkheid de vereenzelviging is van twee personen: een bisschop van Myra uit de vierde eeuw na Christus, over wie nauwelijks iets bekend is, en een naamgenoot en collega uit het nabijgelegen Pinara, die in 564 overleed.

 

jansteen


Sinterklaasfeest van Jan Steen, circa 1665. Als katholiek heilige werd Sinterklaas pas later afgebeeld; hij reed meestal anoniem. (Rijksmuseum Amsterdam)


De eerste legendes over de bisschop van Myra, om wie de verering zich uiteindelijk zou concentreren, duiken in de Griekse overlevering in de zesde eeuw op. Wonderlijke vroomheid was zijn handelsmerk, waaruit ettelijke patronages voortrolden. Zo zou hij als zuigeling twee uur staand in bad hebben gebeden alvorens zich door de vroedvrouw te laten wassen, en op vastendagen accepteerde hij de moederborst slechts eenmaal. Als volwassene redde hij tot twee keer toe drie onschuldig veroordeelde generaals: zowel door persoonlijke tussenkomst als door in een droom aan Constantijn de Grote te verschijnen - vandaar dat hij patroon van gevangenen werd en, in één moeite door, van dieven, rechters en advocaten. Hij bracht voor zeelieden een orkaan tot bedaren: patroon van schippers, vissers en reizigers. Hij zond na zijn dood enkele graanboten naar de door hongersnood geplaagde inwoners van Myra en vervoerde hen naar veiliger oorden: patroon van bakkers, kooplieden en marskramers. Hij verschafte een bruidsschat, in de vorm van gouden appels, aan drie meisjes wier armlastige vader op het punt stond hen te prostitueren: patroon van bankiers, hoeren en maagden. En hij wekte drie scholieren die door een herbergier in een pekelvat waren gestopt om als varkensvlees te worden verkocht, weer tot leven: patroon van slagers, kuipers, kinderen en scholieren.

De verering van Sint Nicolaas bleef aanvankelijk beperkt tot de Byzantijnse kerk, waarvan hij na Maria nog steeds de belangrijkste heilige is. In de zevende en achtste eeuw verbreidde zijn cultus zich over Italië en drong via de Noormannen naar het noorden door. In aristocratische kringen werd hij hier geïntroduceerd door het huwelijk van Otto II met de Byzantijnse prinses Theophano in 972. Een volksheilige werd hij pas nadat Italiaanse kooplieden zijn stoffelijke resten vanuit het christelijke Myra, dat door moslims werd belegerd, in 1087 overbrachten naar Bari in Zuid-Italië. Kruisvaarders, die zich in die stad inscheepten voor de oversteek naar het Heilige Land, namen zijn roem mee naar huis. Via hen raakten ook relikwieën van hem over heel Europa verspreid (de Mariakerk in Maastricht bezit een van zijn tanden). De toenemende handel en scheepvaart versterkten zijn positie andermaal. Talrijke havensteden bouwden een Nicolaaskerk; in Nederland langs de hele Zuiderzee en langs de grote rivieren. Ook Groningen, Leiden en Delft hebben een aan hem gewijde kerk; Amsterdam heeft er zelfs drie en heeft hem bovendien tot stadspatroon verheven.

Volgens Meisen deed Nicolaas als kinderheilige later zijn intrede en ook vanuit een andere hoek. De herkomst van het kinderfeest ligt in middeleeuwse Franse kloosterscholen, waar op Onnozele Kinderen (28 december) een kinderbisschop werd gekozen, die een parodie op een mis opvoerde en zijn medeleerlingen over hun gedrag uithoorde: wie zoet was kreeg lekkers, wie stout was de roe. Op een of andere manier moet dit narrenfeest, dat zich over het hele noorden, midden en westen van Europa verbreidde, naar 6 december zijn verplaatst, de sterfdag van Sint Nicolaas. Op die datum kreeg het feest geleidelijk zijn huidige aanzien, aldus Meisen. De geschenken die men ging uitdelen, herinneren daarbij aan de bruidsschat voor de drie maagden; de schoen waarin ze worden gestopt aan de graanboten waarmee Nicolaas de bevolking van Myra redde; de schoorsteen aan het raam waardoor die bruidsschat naar binnen was gegooid.

 

brakenburgh1685

Andermaal een Sinterklaasfeest, hoewel schraler qua cadeautjes. Bij Jan Steen is dat nauwelijks te zien, maar de huilende jongen links heeft een roe in zijn schoen gekregen, hij is dus nog wel 'gelovig' maar te oud.  Olieverf Richard Brakenburgh, 1685 (www.geheugenvannederland.nl


En Zwarte Piet moeten we volgens Meisen beschouwen als een overwonnen duivel, een van de velen die het tegen Sint Nicolaas hebben afgelegd. Oorspronkelijk was Zwarte Piet geketend en bevatte, zo dacht men, de door hem gedragen zak alle verschrikkingen van de hel. Toen het geloof afnam dat duivels concrete verschijningen waren, werd Piet een knechtje, maar zijn zwartgeblakerde gezicht, zijn kettingen en zijn zak wijzen op zijn duivelse verleden.

 

Heidense bisschop  


Met deze kerkelijke interpretatie van sinterklaasgebruiken uit 1931 reageerde Meisen op de zienswijze van de germanistische school, die op dat moment dominant was (en wel zodanig dat de nazi's alle exemplaren van Meisens boek die zij te pakken konden krijgen, vernietigden). Aanhangers van die school zagen in Sinterklaas een gekerstend Wodanfeest, waarin ook Freir, de god van geschenken en vruchtbaarheid, een rol speelde. Wodan placht door de lucht te klieven op de achtvoetige schimmel Sleipnir. Hij droeg een breedgerande hoed en een wijde mantel; in zijn hand had hij de wonderlans Gungnir. Dikwijls ging Wodan vergezeld van Nörwi, een zwarte rijmende reus, die met een roe vruchtbaarheid bracht. De mensen stopten ten behoeve van Wodans paard wat voer in een schoen bij de schoorsteen, die als verbinding met de geestenwereld fungeerde. Hiermee is Sinterklaas volgens germanistische mythologen vrijwel rond. Maar een speciaal punt van aandacht is zijn lange witte baard geweest. In de Byzantijnse kerk wordt Nicolaas namelijk consequent afgebeeld met een geschoren baardje; de lange baard van Sinterklaas moet dus wel van Wodan afkomstig zijn.

Het probleem met de germanistische visie is dat zijzelf niet uit de oertijd stamt, maar is geconstrueerd in de negentiende eeuw op basis van sprookjes die Jacob Grimm heeft verzameld. Dit is 'invented tradition' in de ware zin van het woord. Bovendien gaat die visie voorbij aan mogelijke christelijke invloeden op het feest, terwijl die juist in de loop van de geschiedenis steeds meer op de voorgrond zijn getreden. Onder wetenschappers is het Wodan-verhaal daarom niet erg populair meer; wel onder publicisten. In recente publicaties is hij nog in verband gebracht met de Janusfiguur (katholieke heilige enerzijds, Wodan anderzijds) en met de Wijze Sjamaan, die in tijd gemeten zelfs Wodan voorafgaat. Niettemin is het duidelijk dat het Sinterklaasfeest ook buitenkerkelijke elementen in zich draagt. Zo is daar de magische leeftijd van de goedheilige. De katholieke Kerk vereert alleen gestorven heiligen, maar deze sint leeft nog, hoewel hij al honderden jaren oud is. Ook de diverse klazen die er zijn geven aan dat de Kerk de regie nooit volledig voerde.


Parade der Klazen


Sint Nicolaas is niet de enige Sinterklaas en zijn feest wordt niet altijd op 5 december gevierd. In het Friese Grouw komt Sinterklaas helemaal niet langs, maar Sint Pieter, de apostel van de lente, aan wie tot aan de Reformatie de dorpskerk was gewijd. Vroeger werd Sint Pieter in grote delen van het land vereerd, onder meer met Pietersvuren, maar om een of andere reden heeft alleen Grouw hem in het hart gesloten. Op de avond voor zijn naamdag, 22 februari, doet Sint Pieter precies hetzelfde wat Sinterklaas in de rest van Nederland doet. Wel ziet hij er anders uit. Hij draagt een witte mantel in plaats van een rode, berijdt een zwart paard in plaats van een schimmel en zijn enige zwarte knecht heet Hantjse Pik. Net als Sinterklaas wordt 'Sint Piter', zoals de Friezen zeggen, ingevaren met een boot en ontvangen door de burgemeester, maar hij verdwijnt niet in de nacht, hij wordt feestelijk uitgezwaaid. De onderzoeker S.J. van der Molen meldt dat de huidige viering dateert van 1908, toen een kleuterjuf de sint qua uiterlijk transformeerde tot een bisschop. Sindsdien heeft het feest de instroom van talloze nieuwe bewoners overleefd, niet in de laatste plaats doordat dorpsonderwijzers de organisatie ervan in handen houden en jaarlijks een sprookje over de heilige opvoeren. Zelfs de winkeliers voegen zich naar zijn regime, ook al hebben ze geprobeerd als extraatje de sinterklaasviering ingang te doen vinden.

 

stpieter

 

Een verre neef van Sinterklaas, de lente-apostel Sint Pieter, die op 21 februari in het Friese Grouw rijdt. (ANP)


Interessant is het uiterlijk dat Sint Pieter voor 1908 had: een ketting aan zijn been, een oude jas om waarop lekkernijen waren genaaid en een doek voor zijn gezicht die alleen zijn ogen onbedekt liet. Dit signalement gaat op voor talloze klazen. Dominee Hanewinkel schrijft in zijn Reizen door de Marjorij van 's Hertogenbosch uit 1799 dat sinterklaas daar in alle dorpen zijn intrede deed: 'Op enige derzelven rijdt één, somtijds twee mensen op een paard dan rond; zij zijn zeer misselijk, somtijds zelfs afschuwelijk uitgedost, zij werpen allerlei klein gebak onder de kinderen, die hen in menigte, met hoop en vrees bezield, navolgen en denken dat dit de ware St. Nicolaas is'. De Friese volkskundige Waling Dijkstra meldt dat in Franeker aan het begin van de negentiende eeuw gemaskerde schippersknechten op sinterklaasavond onder 'hoorngetoet en ketelmuziek' rondtrokken, in een gewaad dat 'lelijk en wanstaltig, ook wel onkies' was; 'de duivel met een zwarte keten aan het been mocht er nooit bij ontbreken'. En bij Ter Gouw staat te lezen dat in Amsterdam 'zwarte klazen' kettingen over de straatstenen lieten kletteren, op deuren en vensters bonsden en met een bullebakstem riepen of er nog stoute kinderen waren. Die konden dan mee om tot pepernoten te worden vermalen.

krampus.jpg

Hedendaagse Sinterklaas met de duivelse Krampus in Zwitserland. Deze sint is nooit onderwerp van een algemeen volksfeest geworden. http://wickedwayproductions.blogspot.nl

 

Dergelijke klazen zijn nog steeds te vinden op de Waddeneilanden, zo ook in Oostenrijk en Zwitserland. Texel vormt een soort overgangsgebied. Op 5 december wordt daar het Nieuwe Sunderklaas gevierd, dat precies verloopt als op het vasteland, maar op 12 december 'speult' men in de meeste dorpen Oude Sunderklaas. Eerst de jongeren, daarna de ouderen lopen vermomd over straat en gaan naar binnen waar de deur op een kier is gezet. Ze spreken met verdraaide stem om niet te worden herkend. Een jury beoordeelt sinds enkele decennia de vermommingen, die vaak op lokale of nationale situaties slaan.

De overige eilanden kennen alleen officieus ons sinterklaasfeest. Op 5 december trekken op Vlieland en Schiermonnikoog verklede figuren, zowel mannen als vrouwen, 's avonds langs de huizen. De bedoeling is ook hier anoniem te blijven. De Vlielandse Opgekleden zwijgen daartoe, al proberen hun gastheren hen tot spreken te verleiden. De Schiermonnikoger Klozums (Klaas-omes) praten slechts met vervormde stem. Er wordt natuurlijk allerlei gekheid gemaakt en later op de avond volgt de feestelijke ontmaskering. Op Terschelling gaat het ongeveer net zo, zij het dat het feest daar op 6 december plaatsvindt en zich beperkt tot het oosten van het eiland. Bovendien mogen de vrouwen zich er niet als Sunderums (sintheeromes) voordoen.

 

sint_4


Amelander Sunderklaas uit 1948, door tekenaar Bantzinger. (Zuiderzeemuseum Enkhuizen)


Ameland tenslotte heeft zijn Klaasomes; vooral die van Hollum zijn beroemd. Hollum houdt op 4 december een Kleine Klaas voor jongens tot achttien jaar, die daarmee worden ingewijd in de geheimen van Grote Klaas, de dag erna voor volwassen mannen. Op Grote Klaas verzamelen zich tegen de avond mannen in cafés met witte lakens om de schouders geknoopt, versierde stokken in de hand en lange toeters aan de mond. Klokslag vijf uur trekken ze 'knorrend' op hun toeters door de straten, daarmee het sein gevend dat vrouwen en kinderen naar binnen moeten gaan. Dit heet banenvegen. De straten, die de hele nacht onverlicht blijven, zijn vanaf dat moment het domein van de mannen. Wie dit niet respecteert, wordt in elkaar geknuppeld, zo staat er in de verslagen doodleuk te lezen. De uitdaging voor meisjes en jongens is vliegensvlug achter de banenvegers van het ene huis naar het andere over te steken. Dan, tussen zeven en acht, krijgen de vrouwen een vrijgeleide naar verschillende open huizen. In pakken waaraan maanden in het diepste geheim is gewerkt en die vaak plaatselijke toestanden op de hak nemen, verschijnen al toeterend de gemaskerde klaasomes op het toneel. Het zijn er enkele honderden, die in groepjes van twee of meer opereren. Zodra de groepjes elkaar ontmoeten beginnen ze te 'foesten': ze geven elkaar de hand en proberen met rukken en trekken de ander uit balans te brengen. Blijkt die ander, wat wel eens gebeurt, onder de leeftijd te zijn dan krijgt hij een flinke aframmeling. De klaasomes schijnen ook niet tegen verlichte gordijnspleten te kunnen; ze slaan dan met hun stokken op de ruiten en daarbij gaat er vaak eentje stuk. Eenmaal in de open huizen, waar drank en eten gereed staan, eisen ze van de vrouwen dat ze voor hen dansen. Ze geven dat aan door met hun stok voor de voeten van de vrouwen op de grond te tikken. Een klap op de benen volgt als het niet tot tevredenheid gebeurt. Sommige klaasomes gaan bij de vrouwen op schoot zitten en fluisteren met een babystemmetje onzinnigheden in hun oor ('Ke je me niet meer? We hewwe toch zo heerlijk ritselt?'). De afgang is enorm voor wie daarbij door de mand valt. Rond middernacht volgt het algemeen demasqué.


Sint zonder sint


De klaasomgangen vormen ongetwijfeld een residu van een sinterklaasfeest dat ooit algemeen is geweest. De vroegste Nederlandse vermelding van dat feest heeft echter slechts betrekking op schoolkinderen. De historicus G.D.J. Schotel citeert een stadsrekening uit Dordrecht van 1360, waaruit blijkt dat schoolkinderen op 'Nyclaesdagh' vrij van school kregen en geld ontvingen om plezier te maken. Een van hen werd net als in Frankrijk tot bisschop gekozen; onder de Vespers kreeg hij een mijter op zijn hoofd en een kromstaf in zijn hand gedrukt en vervolgens gingen de kinderen bedelend langs de straten. Ook het zetten van schoenen, ter herinnering aan de graanboten voor de bevolking van Myra, was al vroeg bekend. In 1427 werden in de Sint-Nicolaaskerk in Utrecht op sinterklaasavond enkele schoenen met wat geld gevuld, dat 'om Godswille' aan de armen werd geschonken. Volgens de sociologe Mirjam van Leer mochten in de vijftiende eeuw kinderen ook thuis en bij 'petemoei' een schoen of klomp zetten, om daar de volgende ochtend noten, appels en zoetigheid in te vinden.

 

sint_3

Sinterklaas op het platteland in de 17de eeuw, met voornamelijk eetwaren als cadeautjes. Anoniem. (Atlas van Stolk)


Daarnaast was sinterklaas een feest voor adolescenten en volwassenen. In veel steden bestond een Nicolaasgilde, dat op die dag een processie hield en een feestmaal aanrichtte. Zeelieden hielden een braspartij. Op de sinterklaasmarkten konden jongelui mannelijke en vrouwelijke speculaaspoppen kopen, vrijers en vrijsters geheten. Door die poppen aan elkaar te schenken, suikerharten waren ook goed, konden zij peilen hoe de voorkeuren lagen. Bakkers gaven diezelfde jongelui open huis om klaaskoeken met bladgoud en zilver te beplakken, het zogenaamde koekvergulden, een gebruik dat tot in de negentiende eeuw heeft bestaan. Sinterklaas was namelijk een hylickmaker, een huwelijksmaker. De theoloog Louis Janssen weet te melden dat onwettige zonen hierom dikwijls Klaas werden genoemd.

De Reformatie bracht heil en verdoemenis. Met de openbare, kerkelijke verering van Sint Nicolaas was het direct afgelopen, zo ook met de kinderbisschop. Zelfs het lekenfeest werd onder vuur genomen. Dominee Walich Sieuwerts schreef: ' 't Is een zotte ende ongefundeerde manier van de kinderen hun schoenen met allerlei snoeperij ende slickerdemick te vullen. Wat is dit anders gedaan, als op de hoogten geofferd ende gerookt? Die zulks doen en verstaan noch niet wat van de ware religie is!'

Ook een gematigd hervormer als Luther was tegen het sinterklaasfeest. Blijkens zijn bewaard gebleven boekhouding, onderzocht door Meisen, vierde hij het feest nog wel met zijn kinderen, maar oordeelde hij later dat het geven van geschenken met het kerstkind moest worden geassocieerd. Immers, in een religie waarin alleen God goed doet, kunnen geschenken slechts van hem komen. Dit heeft er toe geleid dat in landen als Duitsland, Frankrijk en Engeland het sinterklaasfeest naar Kerstmis verhuisde. De Duitse Weihnachtsmann, de Franse Père Noël, de Engelse Father Christmas en de Amerikaanse Santa Claus zijn dus ontheemde klazen. Dit geldt bijna letterlijk voor de laatste, want zijn naam is een rechtstreekse vertaling van 'sinterklaas', die indertijd door Hollanders is ingevoerd in Nieuw Amsterdam, het huidige New York.

In Nederland weerstond het publiek het verzet van de dominees, hoewel de laatsten veel stadsbestuurders aan hun kant kregen. Om de 'paapsche idolaterie' tegen te gaan verboden Dordrecht (1657) en Amsterdam (1663) zelfs het hele sinterklaasfeest, inclusief de markt. Leerzaam is wat er daarop in Amsterdam gebeurde: boze kinderen en hun ouders roerden zich dusdanig dat het stadsbestuur snel bakzeil haalde. En nog in 1732 sneuvelden in Amsterdam bij drie predikanten de ruiten, omdat zij zich te fanatiek tegen sinterklaas hadden gekeerd. Misschien gingen de eisen van Nederlandse dominees te ver en spraken zij ook hun banvloek uit over het geven van geschenken tijdens Kerstmis, wat als schending van de Heer kon worden uitgelegd. Maar waarschijnlijker is dat sinterklaas hier al te zeer met het vroeg-moderne gezinsleven was verstrengeld om nog succesvol door het protestantisme te kunnen worden bestreden.

Het katholicisme lukte dit evenmin, al wilde de Kerk dat wel. Vanaf de achttiende eeuw hekelde zij de optochten van gemaskerde klazen, vooral vanwege de onoirbare dingen die daarbij gebeurden. Onder invloed van de Contrareformatie en de Verlichting, die ten aanzien van geloofszaken een grotere stiptheid en soberheid brachten, werd ook het kerkelijk vertoon ter ere van Sint Nicolaas minder uitbundig. Uiteindelijk, omstreeks 1960, zou de Kerk de verering van alle heiligen als niet wezenlijk voor de godsdienst beoordelen. In 1970 liet paus Johannes Paulus zelfs explixiet weten dat de naamdag van Nicolaas van Myra op 6 december van de liturgische kalender was afgevoerd, al staat hij nog steeds als heilige in de boeken. In katholieke landen heeft deze devaluatie reeds vroeg concequenties gehad voor de heilige: zijn verering werd een plaatselijke aangelegenheid en versnipperde. Het protestantse Nederland bleef uiteraard ongevoelig voor deze ontwikkeling. En zo kon Nederland het enige land worden met een echte nationale Sinterklaas.


Feest der verwachting


Intussen had Sinterklaas nog steeds geen Sint zoals wij hem kennen. Men vierde zijn verjaardag zonder hem. Voor de publieke viering was dat geen punt, want festiviteiten als markten en bals werden gaandeweg minder populair. De sinterklaasmarkt in Amsterdam, tegen de afschaffing waarvan tweehonderd jaar eerder kinderen nog in opstand kwamen, werd rond 1830 wegens gebrek aan belangstelling zelfs geschrapt. Alleen als grootschalig geef- en vormingsfestijn voor sociaal zwakkeren bleef een anonieme Sint nut hebben. Vanaf 1871 werden in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt leerlingen van armenscholen namens de Vereniging tot Veredeling van het Volksvermaak vergast op chocolademelk en krentenbollen en wat kleren en speelgoed. In andere steden bloeiden soortgelijke initiatieven. Er valt overigens van hieruit een directe lijn te trekken naar de Witte Bedjesactie van Het Parool sinds 1946 en de Vara Speelgoedactie sinds 1951.

 

cortroost


Burgerlijke Sinterklaasviering uit 1761, naar Cornelis Troost. (GA Amsterdam)


De nadruk van het sinterklaasfeest lag inmiddels op het thuisfront. W.J. Dekker meldt dat halverwege de achttiende eeuw de gewoonte was ontstaan oudere kinderen, die tot dan steevast zout in hun schoen aantroffen, eveneens met cadeaus te bedenken. Mirjam van Leer voegt hieraan toe dat in de eerste helft van de negentiende eeuw mannen aardigheidjes voor hun vrouwen gingen kopen en dat in de tweede helft van die eeuw die vrouwen dat omgekeerd voor hun mannen deden. Fopcadeaus en gedichten waarin elkaar op snaakse maar acceptabele wijze de waarheid werd verteld, voegden zich bij deze traditie. Sinterklaas werd aldus 'een feest van verwachting', zoals tot uitdrukking kwam in het lied Zie de maan schijnt door de bomen uit 1843 van Jan Pieter Heije ('Vol verwachting klopt ons hart, wie de roe krijgt wie de gard'). Ook andere liedjes die in die tijd werden vastgelegd vertolkten dit gevoel: Hoort wie klopt daar kinderen en Hoort de wind waait door de bomen.

 

sinterklaas10


Sinterklaas gesocialiseerd: feest voor arme kinderen in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam, door J.C. Greive, 1883. (GA Amsterdam)


De Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman lanceerde in 1850 het verrassend moderne Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan. Niet alleen de stoomboot, die toen net nieuw was, is hierbij opmerkelijk, ook 'Spanje' dat als thuisland van de sint wordt genoemd. De relatie met dat land schijnt overigens al eerder ter sprake te zijn gebracht in het lied Sinterklaas, goedheiligman/ trek uw beste tabberd an/ reis daarmee naar Amsterdam/ van Amsterdam naar Spanje, etc, dat voor het eerst in 1810 in druk verscheen. Er is over die relatie oneindig veel gespeculeerd, maar volgens mij zit het zo in elkaar: Zuid-Italië, waarin Bari met haar Sint Nicolaas-basiliek ligt, viel in de zeventiende eeuw rechtstreeks onder de Spaanse kroon en werd nog in de negentiende eeuw door Spaanse Bourbons bestuurd, zodat dit gebied in het spraakgebruik best voor Spanje kon doorgaan.

De moeilijkheid was dat men nog steeds niet over een scenario voor een blij huiselijk feest beschikte. In de meeste gezinnen bleef Sinterklaas 's nachts rijden, waarbij de avond ervoor de spanning werd opgevoerd door iemand op deuren te laten bonzen en pepernoten naar binnen te laten smijten. Vooral die pepernoten vertolkten een dubbele boodschap. Als lekkernij waren ze al in de tijd van Jan Steen bekend, hoewel ze toen uit brokken taai-taai bestonden. Wat nu doorgaat voor een pepernoot is eigenlijk een kruidnoot, op basis van speculaas, een achttiende eeuws product. De fraaie vorm is het gevolg van machinale verwerking (de grootste pepernotenfabriek ter wereld staat in Harderwijk, Van Delft). De speculaasnoot werd door kinderen meer gewaardeerd dan de harde taai-taainoot, maar de consumptie leverde ook een gewetensprobleem op. Immers, hun werd verteld dat de noten bestonden uit vermalen kinderen die stout waren geweest...

 

sint_6 

Rond 1800 doemt de eerste fysieke Sinterklaas als katholiek bisschop in volksprenten op. (Atlas van Stolk)

 

De Sint zelf kregen de kinderen nog steeds niet te zien. Omdat hij als pedagogisch middel buitengewoon effectief kon zijn, verscheen hij eerst in volksprenten, rond 1800. Niet veel later moet het verlangen zijn ontstaan hem ook in levenden lijve op te voeren, het liefst tijdens huisbezoek. Het lijkt erop dat de eerste experimenten daarmee niet gelukkig zijn geweest. Men kende tot dusver slechts de Klazen, en in 1831 beschrijft W.A. van Hengel hoe zo'n Klaas er uitzag: 'een gemeenen kluchtspeler', in beestenhuiden gehuld en met 'oogen van Vuur'. Ook in Sint-Nicolaasavond van De Genestet uit 1849 heeft Sinterklaas nog een weinig mondain voorkomen. Hij draagt zijn kleren binnenstebuiten, en: 'Al grommlend in den baard, die afstroomt van zijn kin, Een masker voor 't gelaat - afschuwelijk van kleuren'. Een dergelijke Sint wilde de nette burgerij niet over de vloer hebben.

 

De verlieving van de Sint


Maar waar moest men een nieuwe Sint vandaan halen? Het is logisch dat protestanten daartoe niet het initiatief konden nemen, omdat zij een katholieke heiligman verketterden. Katholieken konden dat wel. In 2012 kwam een medewerker van het Meertens Instituut, John Helsloot, op het idee voor deze ontstaansgeschiedenis enkele digitale databanken te raadplegen, zoals www.kranten.kb en www.groene.nl. Hierdoor weten we nu dat roomse milieus in Amsterdam al in 1828 een moderne sinterklaasviering kenden. In dat jaar organiseerde een Italiaanse koopman, Domenico Arata, in zijn huis op de Herengracht een 'strooiavond' voor kinderen, onder wie de toekomstige schrijver Jozef Alberdingk Thijm, die bijna zestig jaar later zijn herinneringen eraan zou publiceren. Nadat de kinderen hadden gezongen kwam een 'kinderlievende bisschop' binnen, compleet met koorkap, witte baard en mijter. Terwijl de kinderen dansten wierp de Sint uit een zak ulevellen, chocolaadjes, suikererwten, kapittelstokjes en amandelen (nog geen pepernoten!) in de kring en vervolgens overhandigde hij, na 'eenige kwalijk geformuleerde zedelessen', ieder kind een geschenk uit een korf, die werd gedragen door... Pieter me knecht, een 'kroesharige neger'. 

We zien hier dus zowel Sint en Piet optreden. Dat dit niet een eenmalige verschijning betrof, bevestigt het Amsterdamse katholieke dagblad De Tijd in 1859, met de mededeling dat 'hier en daar', dus allicht ook onder zijn lezers, de gewoonte bestaat dat een goedhartige peetoom of een oude huisknecht zich tijdens sinterklaas met een mijter en staf tooit, vergezeld door 'een personnaadje, een Neger, die onder den naam Pieter, mijn knecht niet minder populair is dan de Heilige Bisschop-zelf'.  

 

nicolaas

 

schenkman

 

Sinterklaas bij stoute kinderen in twee edities van Sint Nicolaas en zijn knecht van Jan Schenkman; boven uit 1850, onder uit 1905. Opmerkelijk is dat de Sint in het laatste jaar zelfs een nog actievere rol vervult als geciviliseerde Kinderschrik. (Atlas van Stolk, www.dbnl.nl

 

Waarschijnlijk heeft de eerder genoemde Jan Schenkman, een onderwijzer van protestantse huize, het aangedurfd dit katholieke feest te gebruiken voor zijn geïllustreerde Sint Nicolaas en zijn knecht uit 1850, dat talloze malen is herdrukt. Van durf lijkt hier wel degelijk sprake, want veel protestanten koesterden destijds nog een ouderwetse haat tegen alles wat naar Rome riekte. Zij liepen in deze periode bovendien te hoop tegen katholieken, vanwege het dreigende herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland. De anti-revolutionaire voorman Groen van Prinsterer presteerde het daarbij zelfs om katholieken tot 'bijwoners' te betitelen, een bijbelse term voor mensen die in een stad getolereerd worden maar verder niet ter zake doen. En desondanks kwam Schenkman met zijn boekje. Hij zou er wel de eretitel 'bedenker van de sinterklaastraditie' aan overhouden, maar dat mag als onzin gelden.    

Schenkmans zwarte knecht blijft intussen de eerste die ooit is afgebeeld. Volgens de kunsthistorica Eugenie de Boer was hij getekend naar het model van luxe Moorse pages, die al in de zestiende eeuw op statieportretten van regenten figureerden. Dit wekt de suggestie dat hij ook een Moor was, dus oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Afrika en mogelijk lichtgekleurd. De tekening geeft daarentegen duidelijk een neger te zien. En dat klopt ook met de heersende gewoonte binnen de adel van diezelfde tijd. Het werd in die kringen nog alleszins passabel geacht een negerjongen als speelkameraadje voor de kinderen in huis te halen. Koning Christiaan VII van Denemarken had zo'n speelkameraadje, maar nota bene ook prins Bernhard, de latere man van koningin Juliana, zoals in een recente biografie wordt onthuld. Het is daarom geen wonder dat Schenkmans knechtje nog nauwelijks angstaanjagend oogde, hij was een kind met wie andere kinderen zich konden identificeren.

Hoewel 'Pieter-me-knecht' al wel bekend was, droeg het knechtje van Schenkman geen naam. De naam 'Zwarte Piet' is volgens de neerlandicus Frits Booy in verband met Sinterklaas voor het eerst gemeld in een prentenboek uit 1868 maar werd pas populair in de twintigste eeuw. In de zuidelijke provincies zijn tot na de Tweede Wereldoorlog andere aanduidingen gangbaar gebleven, zoals Assipan, Sabbas, Sjaksoer, Trappadoelie en Kasavubu. Toch ligt mijns inziens de benaming Zwarte Piet voor de hand. Er bestond immers al een kaartspel dat zo heette: Zwartepieten, een vertaling van Schwarzer Peter. Het spel telde doorgaans 31 kaarten en de verliezer diende zijn gezicht met houtskool zwart te maken - de uitdrukking 'iemand de zwartepiet toespelen' komt hier vandaan. Het spel schijnt rond 1811 bedacht te zijn door Johan Peter Petri, een beruchte rover uit Rheinland-Pflaz wiens bijnaam overeenkomstig luidde. De vroegste Nederlandse vermelding ervan dateert van 5 november 1855, toen de Rotterdamsche Courant een genoeglijk avondje aan het hof van Napoleon III beschreef met een spel dat 'in Duitschland en Holland onder den naam Zwarte Piet bekend is'. Wat was er logischer dan de Piet van Sinterklaas, die tevens met houtskool zwart werd gemaakt, hiernaar te vernoemen?

Nu men over de belangrijkste personages beschikte kon men het feest verder aanpassen. Ook de nieuwerwetse Sint was namelijk nog een griezelig heerschap, een soort geciviliseerde Kinderschrik. Tot in de twintigste eeuw treffen we hem op illustraties in allerlei onbisschoppelijke houdingen aan. Sint slaat Alexander: een jongen ligt over zijn knie en sint haalt vol uit met een zweep. En in Schenkmans boekje grijpt hij twee kinderen, met gesperde monden van angst, om ze in de zak te proppen. 'Hij straft niet graag kinderen, maar is hun een vriend,' zo luidt de begeleidende tekst. Maar zelfs de ouders van de kinderen kijken ontzet naar de man. Om Sinterklaas te 'verlieven' was het slechts nodig dat van Zwarte Piet een volwassen knecht werd gemaakt, die de zak van Sinterklaas ging dragen en de roe hanteerde. Sinterklaas werd een milde oude man, die alleen bedreigend was vanwege zijn fanatieke begeleider.

 

sint

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  
Wederom een kwaadaardige bisschop: 'Sint slaat Alexander', uit Sint Nicolaasvertellingen voor de jeugd, door C. van Schaick, 1852. (OLM Arnhem)


Aldus kon het feest stad en land veroveren. In Brabant waren zoals gezegd al aan het eind van de achttiende eeuw in dorpen verklede figuren verschenen die te paard snoepgoed rondstrooiden, en dat werden nu waarschijnlijk nette bisschoppen. De eerste meldingen van een bisschop te paard boven de grote rivieren dateren echter pas uit de jaren zeventig van de negentiende eeuw. Het ging daarbij om gelegenheidsoptochten, niet om een heuse intocht. Na de vorige eeuwwisseling namen lokale middenstandsverenigingen daartoe het initiatief. Ongetwijfeld van grote invloed is de officiële ontvangst geweest die Sint Nicolaas vanaf 1934 in Amsterdam ten deel ging vallen, temeer daar hij met een echte stoomboot aankwam en ook anderszins rechtstreeks uit het boekje van Schenkman leek te zijn gestapt. Naar analogie van Amsterdam organiseerde vrijwel iedere gemeente een feestelijke intocht.

 

Pakjesavond 


De welvaartsgroei van na de Tweede Wereldoorlog creëerde een volgende vernieuwing. Nog steeds was het zo dat de cadeautjes - een speculaasje en een inkleurboekje in armere gezinnen; een paar sokken of een gebreide das in rijkere - 's nachts werden gereden. De avond ervoor zaten de ouders met de ongeduldige kinderen bijeen om spelletjes te doen en liedjes te zingen. Omdat de cadeautjes steeds duurder en groter werden en ook een feestverpakking kregen, verhuisden ze van de schoenen bij de schoorsteen naar de eettafel, waar de kinderen ze 's ochtends in alle vroegte uitgestald aantroffen. Het was voor de ouders natuurlijk veel leuker om bij dat moment aanwezig te zijn; vandaar dat het uitpakken naar de avond ervoor werd verschoven, naar wat Pakjesavond ging heten. Een haastige Piet zette daartoe de cadeautjes in een mand of zak bij de voordeur, met driftig geklop erbij ter attendering.

 

jetses 

Sinterklaasavond met spelletjes, door Cornelis Jetses in Dicht bij huis van Jan Ligthart (1902). Pas na de Tweede Wereldoorlog zou 'Pakjesavond' ingeburgerd raken.

 

Maar nu de ouders meededen dienden zij tevens een cadeautje te krijgen, evenals de oudere kinderen die niet langer in de goedheiligman geloofden. Als om de status van ongelovigen te onderstrepen kwam de persoonlijke surprise in zwang, die niet door de sint wordt verzorgd maar door een anonymus uit het gezin, aangewezen middels lootjes. Die anonimiteit maakte het weer mogelijk dat in de begeleidende gedichten plaagstootjes worden uitgedeeld. In De herontdekking van Nederland (2003) betoogt de neerlandicus Herman Pleij dat die plaagstootjes inmiddels een wezenlijk element van het feest vormen: een intensieve en gecompliceerde samenleving als de onze heeft het nodig af en toe 'stoom af te blazen' en aan 'zelfreiniging' te doen. Maar overdrijft hij hierin niet? Misschien dat in de jaren vijftig een spotversje enige lucht in autoritaire familieverhoudingen blies, tegenwoordig haalt iemand met zo'n versje juist de banden aan, of hij herstelt ze, na bij een eerdere gelegenheid verbaal compleet uit de bocht te zijn gevlogen. Hoe dit ook zij, vanwege de surprises ontstond een feest dat zelfs kinderloze stellen konden vieren, ja, wie niet. Waar de meeste volksfeesten geleidelijk afzakten tot een aangelegenheid voor de allerkleinsten, steeg sinterklaas juist naar volwassenen op.

 

sint_10


Aankomst van de Sint per stoomboot in 1997 in Enkhuizen, een traditie uit Amsterdam van 1934. (ANP)


Zo zag het ernaar uit dat Sinterklaas alleen maar populairder zou worden. Sint en Piet verschenen eerst alleen op scholen, later ook op bedrijfsavondjes. Zij kregen vanaf 1952 een landelijk onthaal op de televisie. En in hun manier van doen volgden zij de pedagogische inzichten op de voet. Met name Zwarte Piet moest zich nog minder fanatiek gaan gedragen. Bij de eerste naoorlogse intochten stormde hij langs de rijen, schudde met zijn roe, rinkelde met zijn kettingen en gooide keihard pepernoten naar de kinderen, die daar slechts aarzelend de tanden inzetten omdat het vermalen leeftijdgenootjes betrof. Een informant wist te vertellen dat in het Friese Staveren tot 1953 kinderen door Zwarte Piet in de zak werden gestopt en enkele straten verder volkomen verdoofd werden losgelaten.

In 1965 maakte de nationale Sinterklaas, die van de televisie, aan deze praktijken een einde door demonstratief zijn zak in het water te gooien. Zwarte Piet op zijn beurt liet zijn roe en kettingen voortaan achterwege en trachtte met roodgestifte lippen en ondeugende buitelingen bij de kinderen sympathie te wekken. Hij ging ook praten, maar werd dan wel altijd als oliedom gepresenteerd. In schoolklassen beantwoordde hij de vraag van Sinterklaas hoeveel 1 + 1 is steevast met 3, waarna de leerlingen hem gezamenlijk uitjoelden. Zijn onschuld werd nog versterkt doordat in toenemende mate ook meisjes zijn rol gingen vervullen, een tour de force waaruit blijkt dat hij inmiddels tot een fantasiefiguur was uitgegroeid. Sint en Piet waren eindelijk de kindervrienden geworden waarvoor zij al eeuwen doorgingen. Zelfs orthodox-gereformeerden slikten hun bezwaren in, al zouden zij hun eigen sinten nooit met een kruis op de mijter voorzien. De toekomst van het feest, zo merkte een waarnemer op, leek in 'banket- en chocoladeletters' te zijn geschreven.


Bedreigde vrienden


Het was in zekere zin ironisch dat nu Sint en Piet zich aardiger dan ooit gedroegen, er toenemende kritiek op hen ontstond. De gretige commercialisering van het feest wekte bij menigeen al tijden irritatie, evenals het feit dat men jonge kinderen bewust om de tuin leidde, iets wat generaties anti-autoritaire pedagogen hebben verfoeid. De mare wil dat hierom in het verleden enkele leerkrachten zich in de klas, voor de ogen van de leerlingen, als Sinterklaas hebben uitgedost. Of dit daadwerkelijk is gebeurd, valt niet te achterhalen, maar psychologen danken er wel een klassiek voorbeeld aan van wat zij cognitieve dissonantie noemen. Een juf had zich net verkleed, waarna de kinderen werd gevraagd wie zij was. Unisono luidde het antwoord: 'Sinterklaas!'

Dertig jaar geleden kwam plotseling Zwarte Piet onder vuur te liggen. Dat hij als zwarte slechts de functie van dom knechtje kreeg toebedeeld, herinnerde volgens sommigen aan de slavernij, wat grievend zou zijn voor het toenemend aantal gekleurde Nederlanders. Een bepaalde strofe in het lied Daar wordt aan de deur geklopt was zelfs specifiek over zijn inborst: 'Ook al ben ik zwart als roet, toch ben ik goed'. Hoewel Piet met zijn kroeshaar en dikke lippen voor iedereen die niet stekeblind was onmiskenbaar op een neger leek, brachten bepaalde deskundigen hiertegen in dat hij een geketende, zwartgeblakerde duivel moest voorstellen; de visie van Meisen. Andere deskundigen wezen erop dat Zwarte Piet juist een Moor, een Spanjaard is, die zijn kleur had opgedaan tijdens zijn gang door de schoorstenen. Vooral deze laatste visie sloeg aan. Generaties neerlandici hebben haar voor zoete koek geslikt en in scholen uitgedragen, waardoor zij tegenwoordig op tientallen websites als de definitieve waarheid te boek staat. 

 

witteklaas

Affiche uit circa 1985 van een anti-racisme comité. Het standaardantwoord op deze kritiek luidde dat Zwarte Piet helemaal geen neger was. Maar als in die kritische, anti-autoritaire jaren, toen de goedheiligman toch al minder instemming wekte, de waarheid bekend was geweest, had hij misschien wel eeuwig in Spanje moeten blijven.  www.geheugenvannederland.nl  

Het zou interessant zijn om te achterhalen wie precies deze twee visies in Nederland heeft verspreid. Interessanter is evenwel de vraag waarom het Meertens Instituut pas na tachtig jaar etnologisch onderzoek een quickscan op Zwarte Piet pleegt? Als dat instituut zich eerder van zijn taak had gekweten dan hadden we niet decennialang de verkeerde discussie hoeven te voeren. Nu het bewijs er ligt dat Zwarte Piet al twee eeuwen een 'kroesharige neger' is, kunnen we hem ook beter plaatsen. Als zijn verschijning ergens op lijkt dan zijn het de Amerikaanse blackface singers, blanke zangers die hun gezicht zwart schminkten om voor een blank publiek negermuziek te brengen wat negers zelf niet mochten, een traditie die tot aan de Tweede Wereldoorlog heeft geduurd. Niet voor niets zijn Amerikanen ook vaak geschokt als ze op een Nederlandse Zwarte Piet stuiten, en het verhaal wil dat Schiphol hem daarom weert.

Maar er zijn wel verzachtende omstandigheden aan te dragen. Ik vermoed dat Zwarte Piet is bedacht als alternatief voor de griezelige sintbegeleiders in het buitenland. Zoals daar zijn: Knecht Ruprecht in Duitsland, een baardige blanke man die inderdaad schoorsteenroet op zijn gezicht heeft, Krampus in het Alpengebied, een duivel met een pels van een zwart schaap, en Père Fouettard in Frankrijk, letterlijk: Vader Zweep, van wie werd verteld dat hij drie kinderen had doodgeslagen. Ook de Klazen van de Waddeneilanden hebben mogelijk als afschrikwekkend voorbeeld gediend. Vergeleken met al deze figuren was Zwarte Piet een wonder van beschaving. In zijn pagekleren beeldde hij ook een onschuldig knaapje uit, dat destijds in Nederland volkomen exotisch was, waardoor niemand aanstoot aan hem kon nemen.

Nu tegenwoordig ook niet-blanke kinderen steeds vaker zijn rol vervullen en er bij wijze van tegemoetkoming zelfs Witte Pieten optreden, zou Sinterklaas eigenlijk als het eerste echte multiculturele feest van Nederland kunnen worden aangemerkt, een gezamenlijk cadeautje van katholieken en Afro-Nederlanders. Maar niet iedereen is van dit idee gecharmeerd. Rond elke viering verschijnen er verontwaardigde artikelen in kranten en op internet en soms krijgen scholen dreigbrieven wanneer zij aankondigen een Zwarte Piet te zullen ontvangen.

 

sint_11

Lieve Sinterklaas tijdens de intocht in Enkhuizen 1997. (ANP)

 

In 1998 bundelden Surinaamse en Antilliaanse intellectuelen zich in de slogan: Sinterklaasje, kom maar binnen zonder knecht. Het probleem is, zulke kritiek heeft de schijn van overdrevenheid en doorgeschoten logica. De aanhangers ervan vooronderstellen eerst bij Nederlandse kleuters en hun ouders een neiging tot racisme, en willen die neiging vervolgens bestrijden door in dezelfde trant te blijven denken. Maar consequent geredeneerd zou er er dan alleen sprake kunnen zijn van een zwarte Sinterklaas met Witte Pieten, ja, herinnert eigenlijk iedere zwarte in een ondergeschikte positie aan de slavernij. Los hiervan kan iemand met evenveel stelligheid beweren dat Piet juist het tegendeel van racisme impliceert, want ware racisten zouden zo'n figuur onmiddellijk van hun feest verbannen. Wat dan ook maximaal lijkt te spelen is goedwillende neerbuigendheid.

Bij deze ideologische dreiging voegde zich een praktische. Het was al opgemerkt dat de generatie van tweeverdieners geen zin meer had in bewerkelijke sinterklaassurprises en elkaar liever designspulletjes gaf met Kerstmis, dat in Nederland toch al een 'geeffeest' was geworden sinds werkgevers na de oorlog met kerstgratificaties en kerstpakketten begonnen. De media speelden hierop in door steeds intensiever met Santa Claus op de proppen te komen, die ook een gewenste internationale uitstraling bezat. Naar aanleiding van deze ontwikkelingen schreef NRC-Handelsblad op Sinterklaasavond 1980: 'Het hoge woord moet er maar eens uit: Sinterklaas loopt op zijn laatste benen'. De krant gaf hem nog een jaar of drie, vier. De tekenen wezen inderdaad in die richting. Grootwinkelbedrijven begonnen al met kerstversieringen terwijl Sinterklaas nog in het land was en restaurants en tuincentra sloegen zijn feest zelfs helemaal over.

 

sint_12


Hippische training van Sinterklaas en zijn Hulpsinterklazen in het Kralingse bos in Rotterdam, 1997. Dankzij de Hulpsinterklaas, in de jaren negentig opgedoken, kunnen kinderen die argwaan hebben gekregen door de alomaanwezigheid van de goedheiligman nog minstens een seizoen hun geloof in hem verlengen. (ANP)


Een tegenbeweging liet niet lang op zich wachten. De achtergrond hiervan was een groeiend chauvinisme, want Nederland was ongemerkt van een emigratieland in een immigratieland veranderd en het proces van Europese eenwording scheen de nationale identiteit weg te willen poetsen. Columnisten, die anders alleen klaagden over het verval van stedelijk schoon, klaagden nu over de teloorgang van een traditie, - de enige waarmee Nederland zich volgens hen onderscheidde. In 1989 diende het Sint Nicolaas Genootschap zich aan, als eerste in een reeks van soortgelijke organisaties die zich vooral keerden tegen winkelbedrijven die alleen Kerstmis propageerden. Vanaf 1997 stortte de commerciële televisie zich op de goedheiligman, uitmondend in de serie De Club van Sinterklaas. Vier jaar later begon de publieke omroep met het populaire Sinterklaasjournaal, dat de landelijke intocht steeds in een andere stad laat plaatsvinden.

Deze programma's zouden de sinterklaasviering een enorme impuls geven en ook veranderen. Ongetwijfeld uit ongemakkelijkheid over zijn personage pakten zij met name Zwarte Piet aan. De brabbelende dommerik met grote oorbellen en immens roodgestifte lippen was bij hen van meet af aan uit de gratie. Anderzijds kreeg hij omwille van de zichtbaarheid op televisie een lichtere teint; hij is nu bruin in plaats van zwart, wat hem overigens onbedoeld nog sterker op de gemiddelde Afro-Nederlander doet lijken. Om in een klap van de discussie over discriminatie af te zijn presenteerde in 2006 het Sinterklaasjournaal Pieten in alle kleuren van de regenboog, maar dat werd door de kijkertjes als gekunsteld ervaren. Een beter alternatief leek hem een veelvoud aan karakters te geven, van Coole Piet tot Hoge Hoogste Piet, van wie sommigen zelfs slimmer zijn dan hun baas. Het resultaat van deze inspanning is dat bij kinderen de laatste vrees voor Sint en Piet is weggenomen, zoals blijkt uit het opmerkelijke feit dat tegenwoordig veel kinderen bij intochten zelf als Sint en Piet verkleed zijn: kennelijk kunnen zij zich met beiden identificeren. 

 

pubiek2012

Intocht 2012 Amsterdam: kinderen die zich als Sint en Piet uitdossen. Zelfs de herinnering aan beiden als boeman is blijkbaar vervlogen. www.dichtbij.nl/Amsterdam

 

Mede vanwege alle aandacht in de media viert momenteel meer dan tweederde van de Nederlandse bevolking het feest uitvoerig. Ook het enthousiasme voor deelname aan de intochten is groter dan ooit: in Amsterdam doen daar 750 Pieten aan mee, een complete karavaan. Zelfs voor een toenemend aantal moslimkinderen rijdt de goedheiligman, hoewel zijn personage geenszins strookt met hun geloof. Maar moslims worden ook wel tegemoetgekomen. Wat ten behoeve van orthodox-gereformeerden nooit is gedaan, is wel gedaan voor hen: sinds 2006 bij sinterklazen in Amsterdam-West en sinds 2008 bij de stadssint blijft het kruis op de mijter achterwege. Blijkbaar kan niet het katholicisme maar het hele christendom als steen des aanstoots fungeren...

Niettemin bekleedt Sinterklaas fier de eerste plaats op een lijst van honderd Nederlandse tradities, gepubliceerd door het Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed. Alleen het protest tegen Zwarte Piet houdt aan, hoewel zijn supporters evenzeer van zich doen spreken. In 2008 wilde een groep kunstenaars in Eindhoven een ludieke demonstratie tegen hem houden, en zag daarvan af vanwege alle ontvangen hate-mails en telefonische bedreigingen. In 2011 werden tijdens de intochten in Dordrecht en Amsterdam enkele tegenstanders gearresteerd die slechts een T-shirt met afkeurende tekst droegen. We zien hier de kleine pijn van een multi-etnische samenleving die misschien nooit overgaat. Maar voor wie het aanvoelt: Zwarte Piet is een naïef katholiek idee, dat in een katholiek land geen commotie zou wekken of allang zou zijn verlaten.

 

 

* In de Leeuwarder Courant van 26 november 2011 mijn stellingname op verzoek omtrent Zwarte Piet. De waarheid gebiedt te erkennen dat de mening die ik daarin verkondig pas in diezelfde Sinterklaastijd tot stand was gekomen. Op een avond liep ik in een versierde winkelstraat in Culemborg twee Surinamers tegemoet en dacht instemmend: Hé, daar heb je een stel Zwarte Pieten. Toen ik hen passeerde keken zij - een meneer en mevrouw op leeftijd - mij bekommerd aan, alsof zij wisten welke associatie hun verschijning had gewekt...

* Het Sint Nicolaas Genootschap Nederland ijvert ervoor dat het Nederlandse Sinterklaasfeest een notering krijgt op de Unesco-lijst voor beschermd immaterieel erfgoed. Dat lijkt mij onverstandig, omdat de figuur van Zwarte Piet een ingrijpende verandering zal moeten ondergaan wil alle kritiek verstommen. Zie  http://zwartepietisracisme.tumblr.com en www.roetinheteten.info. Het verwijt van actievoerder Quinsy Gario en zijn medestanders dat Zwarte Piet als blijk van racisme moet worden opgevat, deel ik overigens niet. Hooguit zou het bijvoeglijk naamwoord 'racistisch' van toepassing kunnen zijn, maar dan in de technische zin van 'het racisme betreffend'. Bij zijn vele, vele fans ontbreekt namelijk een kwade intentie ten ene male en zijn huidige rol binnen het feest kan moeilijk als zwaar negatief worden uitgelegd; integendeel, het lijkt wel alsof een reclamebureau louter lollige en aandoenlijke typetjes voor hem heeft bedacht. Toch gaat het om een toe-eigening van de fysieke kenmerken van een hele bevolkingsgroep en dat is in wezen onaardig. Hetzelfde zou aan de orde zijn als een gehandicapte of scheelkijker zijn rol vervulde. Met het oog op een gewenste interculturele etiquette pleit ik daarom voor afschaffing van Zwarte Piet. Maak er een gewone Piet van, of een Oranje Piet. Een Witte Piet kan ook; daarvoor hebben twee Nederlanders al jaren her gepleit: hoofdonderwijzer Arnold Ras uit Wanroij (1963) en mevrouw Riet Grünbauer uit De Bilt (1968).

* Inmiddels heeft het Meertens Instituut, bij monde van John Helsloot, zich eveneens negatief over Zwarte Piet uitgelaten. Volgens Helsloot hebben wij in dit verband zelfs last van culturele afasie. Dat klinkt nogal aanmatigend. Zijn instituut heeft driekwart eeuw de kans gehad de herkomst van Zwarte Piet bloot te leggen en een debat over hem aan te zwengelen, maar dat is nooit gebeurd. Bij mijn weten heeft het zich indertijd evenmin geschaard achter de oproepen van Ras en Grünbauer, die in de pers werden weggehoond. En om ons dan nu een taalstoornis als gevolg van hersenbeschadiging toe te schrijven...    

* Sinterklaas op internet is een horreur: miljoenen meldingen. Uitstekende informatie biedt http://nl.wikipedia.org/wiki/Sinterklaas. Prominent aanwezig zijn http://sinterklaasjournaal.ntr.nl/ en www.declubvansinterklaas.nl van de gelijknamige televiesieprogramma's. Promotionele sites zijn onder meer www.sngnederland.nl, www.vriendenvansint.nl en www.sint.nl. Tot mijn genoegen zag ik dat de door mij gelegde relatie tussen kinderschrik en het vroegere sinterklaasfeest inmiddels alom is geaccepteerd. Ook mijn verklaring waarom Nederland Sinterklaas als geschenkenbrenger heeft behouden, kwam ik herhaaldelijk op internet tegen, alsmede mijn theorie over het waarom van Spanje als 's mans thuisland. Het Meertens Instituut bezigt in publicaties zonder bronvermelding zelfs mijn term 'verlieving', die ik in een andere publicatie toegeschreven zag aan Mirjam van Leer. Waar is de gulheid van de Sint gebleven?  

* Hoe penibel Zwarte Piet ligt bleek weer eens tijdens een presentatie bij de Unesco in Parijs van belangrijke tradities die als immaterieel erfgoed mondiale bescherming verdienen. Die presentatie vond toevalligerwijs op 5 december 2012 plaats voor het front van de internationale gemeenschap. Sinterklaas was in levenden lijve aanwezig, maar de Nederlandse delegatie had Zwarte Piet nadrukkelijk thuisgelaten, in de verwachting dat zijn verschijning louter onbegrip en ergernis zou opwekken. Dit staaltje hypocrisie illustreert mijn inziens voldoende dat we met deze figuur op het verkeerde spoor zitten.

De vraag is dan ook: hoe komen we op een nette manier van Zwarte Piet af, ondanks het feit dat hij door veel landgenoten oprecht wordt gewaardeerd? Zwarte tegenstanders overtuigen blanke liefhebbers zelden, heb ik gemerkt, vooral niet als zij het slavernijverleden erbij betrekken en zichzelf presenteren als verworpenen der aarde. Een beetje humor zou hen niet misstaan. Maar ook blanke opponenten sorteren weinig effect: zelfs progressieve lieden, die normaal gesproken aanmerkingen vanuit het buitenland vóór zijn, reageren vaak kribbig als het om Zwarte Piet gaat. Dit is in deze hele kwestie overigens het aspect dat mij het meest verbaast. Nederland: domineesland, maar nu even niet. De enige verklaring die ik hiervoor kan verzinnen is dat mensen zich beschuldigd voelen van motieven die zij helemaal niet bezitten, en zelfs een dominee raakt daardoor van de wijs.  

Toch is mijn persoonlijke ervaring dat een bescheiden beroep op vriendelijkheid, inlevingsvermogen en cultuurrelativisme wel werkt. Wie zou dat publiekelijk moeten uitspreken? Nederland is soms een eenzaam landje. In een republiek kan een president als geweten van de natie fungeren en een appèl op ieders gezond verstand doen, in een monarchie als de onze bestaat die mogelijkheid niet. Een oplossing zou zijn als het St. Nicolaas Genootschap in beweging komt, of anders: het Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, in de persoon van directeur Ineke Strouken. De redenatie die zij daarbij kunnen hanteren ligt ook voor de hand: een figuur als Zwarte Piet zou in de huidige tijd nimmer zijn bedacht, en wanneer hij eenmaal is afgeschaft zullen latere generaties zich erover verbazen dat hij ooit heeft bestaan.    

* 7 oktober 2013. Quinsy Gario bij P&W: hij was niet sterk, maar wel sterker dan Henk Westbroek, die slechts brieste. Gario probeert nu via bureaucratisch-juridische weg zijn gelijk te halen, hopeloos, want geen politicus of rechter kan feestvierende kleuters verbieden zich zwart te schminken. Zo'n verbod zou voor Gario ook een pyrrusoverwinning inhouden, die veel kwaad bloed zal zetten. Ik zie nu wel als mogelijkheid dat bijvoorbeeld burgemeester van der Laan de organisatoren van de Amsterdamse intocht al dan niet publiekelijk vraagt iets aan het Pieten-probleem te doen, niet op grond van de wet maar uit consideratie.    

* 11 oktober 2013. Blijkens Het Parool is Ineke Strouken van het Centrum voor Volkscultuur nu toch in beweging gekomen. Zij vraagt voor- en tegenstanders om geduld en wijst op een hoopvolle ontwikkeling in den lande naar Pieten zonder kroeshaar, gestifte lippen en oorringen. In plaats van een volledig zwart gezicht hebben zij ook slechts enkele roetvegen op de wangen. Interessant. Daarmee wordt de germanistische zienswijze weer actueel dat Zwarte Piet zijn kleur heeft opgedaan in de schoorsteen, een volledig verzonnen verhaal, maar dat geldt insgelijks voor de oude Zwarte Piet, ja, voor het hele sinterklaasfeest. Ik weet niet of haar oproep op tijd komt. Soms vrees ik dat de azijn al in de melk zit en alleen een complete restyling Piet nog van de ondergang kan redden.

* 16 oktober 2013. Het gaat hard nu. Te midden van al het gekrakeel van de afgelopen dagen kwam ik één opmerkelijk gezichtspunt tegen, van Arnold-Jan Scheer in de Volkskrant: Piet is helemaal geen (ex-) slaaf. Dat is inderdaad correct, want in Nederland zelf bestond geen slavernij. Niet voor niets oogt ook hij totaal anders uit dan een slaaf: in plaats van een lendendoek draagt hij het sierlijke pak van een middeleeuwse edelman. Met zijn ondergeschiktheid valt het dus nogal mee. Om 's mans zwartheid te verklaren verwijst Scheer weer naar ettelijke rauwe, duivelse begeleiders en plaatsvervangers van de Sint elders. Dat roept de vraag op waarom wij eigenlijk sinds het begin van de negentiende eeuw een fancy creool als Piet hebben. Zoals hierboven reeds gezegd luidt mijn hypothese dat hij destijds is verzonnen om het sinterklaasfeest... te civiliseren. O, ironie.           

* 20 oktober 2013. De Verenigde Naties doen onderzoek naar Zwarte Piet, melden de media. Dat is slecht nieuws, want de betrokken rapporteurs, onder voorzitterschap van een Jamaicaanse prof, zullen dolgraag een hoog ontwikkeld land met een roede tuchtigen. Een blamage is het even zo goed wel. Hoe zijn we in deze situatie beland? Zelf wijt ik dit aan het Meertensinstituut. Dankzij dat instituut weten we bijna tot op het uur wanneer en waar de eerste Duitse kerstboom in Nederland verscheen, maar onze originele Zwarte Piet achtte het tot voor kort tijd geen studie waard. De neerlandici die er de dienst uitmaakten kwamen zelfs niet verder dan het lezen van Duitse boeken over Sinterklaas, zodat Zwarte Piet een zelfde uitleg kreeg als Knecht Ruprecht: hij was slechts beroet. Tot op vandaag doet deze uitleg de ronde, al kan iedereen die uit zijn doppen kijkt vaststellen dat Piet een karikaturale neger verbeeldt. Later hebben medewerkers van dat instituut nog gepoogd het fabeltje van de getinte Moorse page ingang te laten vinden, alsof zij aan cognitieve dissonantie leden in plaats van afasie. Inmiddels heeft John Helsloot namens hen die fouten afdoende hersteld, maar als we in de kritische jaren zestig en zeventig de ware aard van Zwarte Piet hadden geweten, dan was hij reeds lang uit het beeld verdwenen, of dusdanig getransformeerd dat niemand meer aanstoot aan hem kon nemen.

* 22 oktober 2013. Handig om te achterhalen of iemand iets van de geschiedenis van het sinterklaasfeest weet is de vraag: in welk jaar deed Zwarte Piet zijn intrede? Indien het antwoord luidt: '1850, in een boekje van Jan Schenkman', gaat het om een persoon die zelf tot de sinterklaasgeschiedenis behoort.

* 25 oktober 2013. Hoewel ook dit jaar weer flink wat mensen totaal uit de bocht vlogen tijdens het Zwarte Piet-debat, had ik het idee dat we verder kwamen dan ooit. Totdat Verene Shepherd van de VN een duit in het zakje meende te moeten doen. Wat een ongelofelijke stommerd, zeg.

* P.S. 2013. Hierboven schreef ik dat Nederland soms een eenzaam landje lijkt, omdat we geen echte leiders bezitten. We, the people, meer is er niet, en terecht trouwens. Premier Rutte illustreerde dat perfect door zich met betrekking tot Zwarte Piet nadrukkelijk onbevoegd te verklaren. Maar ik heb wel de invloed van onze burgemeesters onderschat; zij vormen het laatste restje van onze vroegere notabelen-democratie. De Amsterdamse burgemeester Van der Laan heeft uitstekend werk verricht door de organisatoren van de intocht te vragen of zij enigszins aan de bezwaren tegemoet konden komen. Meer was niet mogelijk, getuige de zogenaamde pietitie.nl - een reactie op de onnozele opmerkingen van Verene Shepherd - die door meer dan twee miljoen Nederlanders is getekend. Toch kwam het antwoord direct: een minder etnische Piet. De oplossing die nu opdoemt is een figuur met slechts roetstrepen in zijn gezicht, een beetje zoals Hans Trapp in de Elzas, die de laatste jaren ook een gematigder uiterlijk heeft gekregen. De bal ligt nu bij het Sinterklaasjournaal, dat volgend jaar moeilijk kan doen alsof er niets is gebeurd. Wat mij betreft mag daarbij ook meer variatie worden betracht in de aanduiding van Zwarte Piet, zoals Piet, Pieterman en Pieterbaas.

* 12 februari 2014. Het jaar is amper begonnen of op een nieuwe groep heeft zich gepresenteerd: Kick Out Zwarte Piet. Duidelijk genoeg. Ook het Comité 21 Maart, dat mede namens moslimgroeperingen de algehele strijd wil aanbinden met Racistisch Nederland, eist voor dit jaar een Sinterklaasoptocht zonder Zwarte Piet. Troebel viswater. Een extra reden om met hem op te houden. Het zou helpen als bekende Afro-Nederlanders - ik denk aan Umberto Tan en Jörgen Raymann - verklaarden dat zij Zwarte Piet niet op prijs stellen, maar dan zonder de begeleidende verwijten die menig Nederlander het onheuse gevoel geven dat hij een bekeuring krijgt voor een overtreding die hij niet heeft begaan. Ik vrees echter dat zij dat niet aandurven.  

* 4 juli 2014. Hoe kan het dat geestelijke 'edellieden' zo hoog stijgen binnen de VN? En binnen onze rechterlijke macht? Enfin, de tijd van polderen is nu wel voorbij. Ik had er ook een hard hoofd in, gelet op de partijen die erbij betrokken waren. De voorstanders van Piet zijn wel ruimhartig maar niet ruimdenkend. De tegenstanders zijn geen van beide: niet ruimhartig en niet ruimdenkend. Toch heb ik wel vertrouwen in een goede afloop. De meeste lieden die Zwarte Piet door dik en dun verdedigden zijn aan het twijfelen gebracht. Op tal van scholen is hij al aangepast, en dat zal nu bij het gros gebeuren. Ik geef hem in zijn huidige verschijningsvorm nog een jaar of twee, hooguit vijf. Het verlies zit straks bij de racisme-beschuldigers die minder te klagen zullen hebben maar het niveau ontberen om dat toe te geven. In die zin is dit hele conflict tragisch: het verscherpt slechts tegenstellingen. Gematigde Afro-Nederlanders hadden een brug kunnen slaan, maar dat hebben ze nadrukkelijk nagelaten. Het was een miniscule actiegroep, in het zadel geholpen door de VARA als ik het wel heb, tegen heel Nederland.

* 31 augustus 2014. Een sinterklaassurprise hartje zomer! Frits Booy van het Nationaal Sint Nicolaas Comité, in de jaren tachtig opgericht als hoeder van een toen kwijnend feest en daarom wezenlijk conservatief, is om: hij schaart zich achter de Piet met roetvegen. Ik stel vast dat het intellectuele debat - ja, mensen, dat heeft ook plaatsgevonden - hiermee is voltooid. Een jaar of tien geleden was de aanzwengelaar ervan John Helsloot, die nu een fraaie overwinning boekt.

* 13 september 2014. De gedachtenpolitie heeft de heibel over Zwarte Piet behendig aangegrepen om haar zin door te drukken. Twee jofele tekstdichters van Sesamstraat herschreven de bekendste sinterklaasliedjes waarbij alles wat tot de verbeelding van kinderen kon spreken werd weggecensureerd. Uiteraard raakte Piet zijn kleur kwijt, maar hij was meteen niet langer een knecht, want dat zou verschrikkelijk denigrerend zijn geweest. Ook stoute kinderen hoeven geen angst meer te hebben: Sint en Piet houden tegenwoordig van ieder kind evenveel. Om over dit laatste geen misverstand te laten bestaan was zelfs 'beste' Sint niet goed genoeg; dat moet 'lieve' Sint worden. Het handelt hier om een soort pedagogische vertrossing, met dien verstande dat de Tros in haar programma's altijd meer karakter heeft behouden. Enfin, vreselijk erg is het allemaal niet, maar het wordt raar als kwezels de toonzetting van het feest gaan bepalen, terwijl Sint en Piet vroeger juist kwezels extra onderhanden namen om er Jongens van Stavast van te maken.

*  10 oktober 2014. Terwijl burgemeeester Eberhard van der Laan de roetpiet tot norm verklaart en ook supermarktketen Albert Heijn aangeeft met Zwarte Piet in de maag te zitten, laat in een enquête van Eenvandaag 83 procent van de respondenten doodleuk weten hem niet te willen veranderen. Vermakelijk vind ik die halsstarrigheid wel. Het buitenland en het verlichte deel der natie spreken inmiddels openlijk schande van de Blackface Piet, maar de overgrote meerderheid van de bevolking weigert zich te laten aanpraten dat zij met hem racisme bedrijft. Zelfs een internetfilmpje waarin BN-ers het volk belerend toespreken sorteerde niet het gewenste effect, al is dat goed te begrijpen: BN-ers hangen graag de notabelen van onze dagen uit, zonder dat zij het niveau van hun versmade voorgangers bezitten. Zoals eerder aangegeven, acht ikzelf racisme ook een overdreven kwalificatie. Als Zwarte Piet racisme is, dan zou elk slachtoffer van racisme hem graag als boosdoener hebben. Evenmin valt serieus vol te houden dat hij louter als domme knecht wordt opgevoerd, die, vreselijke termen, alle 'witte' vooroordelen jegens 'zwarte' mensen bevestigt. Uit spontane reacties van sinterklaasvierders blijkt zonneklaar dat er hooguit sprake kan zijn van onbedoeld kwetsen. En wie dat doet, mag gevráágd worden zijn gedrag aan te passen; eisen is eigenlijk misplaatst. Hier maakt de anti-Zwarte Pietlobby haar eerste fout. Zij wint evenmin de harten door een kinderfeest onder vuur te nemen - het is niet erg dapper en kies om daarover in de media te drammen en naar de rechter te stappen. Een minderheid, zo beluister ik, zou ook toleranter mogen zijn voor de rituelen van de meerderheid; omgekeerd verlangt zij hetzelfde. Desalniettemin kan inmiddels niemand meer ontkennen dat althans een aantal landgenoten zich oprecht gekwetst voelt door de traditionele Piet. Nederlanders, voor zover ik ze ken, zijn best bereid daarmee rekening te houden, zij het wel graag uit goedheid, niet uit veronderstelde slechtheid. Ik verwacht dat zij spoedig zullen bijdraaien - ondanks de anti-Zwarte Pietlobby.


terug naar boven