Kerstmis



Honderdvijftien miljoen kerstkaarten (plus tientallen miljoenen e-cards), negentig miljoen kerstballen, zeventig miljoen kerstkaarsen, viereneenhalf miljoen kerstpakketten, drie miljoen kerstbomen en twee miljoen kerststallen
. Wanneer is Kerstmis in Nederland eigenlijk zo'n gigantisch feest geworden?

De geboorte van Jezus Christus wordt sinds de vierde eeuw gevierd, nadat paus Julius I daartoe rond het jaar 340 het besluit had genomen. Tot die tijd gaven christenen de voorrang aan diens herrijzenis met Pasen, waarmee als het ware hun eigen geloof boven de bekering van andersdenkenden werd gesteld - of eigenlijk 'verlossing', want Jezus is een Verlosser. Dit missionaire facet kwam met Kerstmis centraal te staan.

 

luyken

De geboorte van Christus, door Jan Luyken, 1700. www.amsterdammuseum.nl

 

Opmerkelijk genoeg betoogt de Katholieke Encyclopedie dat Jezus' geboortedag, waarover de bijbel geen zekerheid verschaft, met opzet op 25 december is geplaatst om de bestaande eredienst voor de Romeinse zonnegod Mithras te kerstenen. Die viel in een periode dat de dagen weer lengen, de midwinterzonnewende, een gebeuren dat de Germanen in Noord-Europa eveneens vierden, zodat hun feest in één moeite door een christelijk stempel kreeg opgedrukt. 

De Romeinen konden op deze katholieke zienswijze uiteraard niet meer reageren, maar de nazi's hebben dat namens de Germanen wel gedaan. Zij waren het er volkomen mee eens. Volgens hen was Christus bij Kerstmis zelfs artfremd. In hun ogen ging het om een lichtfeest, waarbij mensen de wederkomst van de zon stimuleerden door vuren te stoken en tegelijk brood offerden aan boomgeesten die het op hun leven hadden voorzien. Het kerstblok - een groot stuk hout dat in veel haarden tijdens de kerstdagen brandde - herinnerde aan zulke vuren en de kerstboom aan de verering van de kale eik, die met dennetakken en appels werd opgetuigd om zijn bladeren weer te laten ontbotten.

De herkomst van de in Engeland populaire mistletoe of maretak, waaronder een jongen een meisje mag zoenen, gunden aanhangers van deze theorie aan een ander volk: de Kelten, oftewel de Galliërs. Inderdaad vertoont stripheld Asterix zich geregeld met een maretak.

 

princeekerst

Zeldzame hedendaagse voorstelling van de geboorte van Christus, Gérard Princée, Helmond 1996

 

Op de keper beschouwd is het echter onwaarschijnlijk dat 'Christus-mis', waarvan het woord Kerstmis afstamt, veel heidense elementen bevat. Onderzoek heeft aangetoond dat de meeste 'heidense' elementen zo oud niet zijn. Dat geldt uiteraard ook voor de boodschap achter het feest: een koning die niet in een paleis maar in een stal werd geboren. Binnen het drietal christelijke deugden, geloof, hoop en liefde, was dit de hoop.


Dikkevretsaovond


Zeker is dat Kerstmis gedurende de Middeleeuwen een hoogtepunt in de jaarcylcus vormde; allerlei liedjes als Nu sijt wellecome en Een kindelien so lovelic dateren daaruit. De wereldlijke viering bestond, aldus de onderzoeker J.J. Mak, uit eten, drinken en spelen, en kerstavond heette 'dikkevretsaovond'. Jongeren zongen op straat en brachten geschenken rond, hoewel dat al vroeg als onchristelijk werd aangemerkt. In de zeeprovincies was de kerstgans een gewild gerecht. Met het oog hierop schuifelden in de dagen voor Kerst hele batterijen van 'vette en niet vette ganzen' over paden en wegen. Germaanse offers vonden hiermee niet plaats, of het moest aan de eigen maag zijn. Aan het begin van de winter, die met schaarste en bittere kou gepaard kon gaan, deed men zich nog eenmaal te goed, in afwachting van betere tijden.

 

kerstfeest

Kerstkaart 1950. Hoewel de maretak of mistletoe hier te lande alleen in Zuid-Limburg groeit en daarom afwezig is in de nationale kerstfolklore, figureert hij wel in de verbeelding van het feest. Dat deze groenblijvende halfparasiet elders als vruchtbaarheidssymbool dienst doet, is begrijpelijk: hij toont zich wanneer de takken van zijn gastheer kaal zijn. 

 

Een laatmiddeleeuwse bijdrage aan het feest waren de kerstspelen, bedoeld om de volksdevotie te bevorderen. Tijdens een kerstspel werd in de open lucht het bijbelse kerstverhaal nagespeeld, waarbij Maria en Jozef eerst eindeloos zochten naar een plek om Jezus geboren te laten worden, de ster van Bethlehem die straalde toen hij ter wereld kwam, de herdertjes bij nachte die toesnelden, en zo door tot aan niet-bijbelse toevoegingen van later datum, zoals de os en de ezel uit de derde eeuw en de koningen Caspar, Melchoir en Balthasar uit de achtste eeuw.

De gestolde versie van deze spelen is de kerststal met kribbe - of 'voederbak' zoals de jongste Nederlandse bijbelvertaling luidt. Een eerste kerstkribbe schijnt paus Liberius al in het jaar 354 in zijn eigen kapel te hebben aangebracht; toch wordt Franciscus van Assisi algemeen als bedenker ervan aangemerkt. Om het kerstverhaal dichter bij de mensen te brengen vervaardigde hij op kerstavond van het jaar 1223 in de bossen bij zijn woonplaats Greccio een stal met daarin een kribbe, een levende os en ezel en diverse uitgesneden figuren, maar niet de Heilige Familie. Tijdens zijn preek riep hij de aanwezigen op zich voor te stellen dat Jezus in zijn armen verscheen, en velen zagen dit daadwerkelijk gebeuren. 

De volgelingen van Franciscus zouden de kribbe internationaal verspreiden. Naar verluidt kreeg Roermond er een in 1370, Utrecht in 1489. De St.Clemenskerk in Praag hield in 1563 zelfs een tentoonstelling van mogelijke modellen. Als onderkomen voor de kribbe fungeerde net als bij Franciscus doorgaans een stal; vandaar de in Nederland gebruikelijke benaming 'kerststal' (alleen Limburgers houden het op 'kribbe'). Merkwaardigerwijs kent Bethlehem echter al sinds de tweede eeuw een officiële Geboortegrot, die nog steeds in menig kerk wordt nagebouwd. Het behoort tot de onopgeloste raadsels van het katholicisme waarom de ene pastoor voor een grot kiest en de andere voor een stal.

 

aanbiddingderherders

Voordat kerststallen tot de huiskamers doordrongen waren ze veelvuldig verbeeld op schilderijen en in altaarstukken, zoals in dit Noord-Nederlandse altaarfragment met de Aanbidding der herders uit ca 1490. www.catharijneconvent.nl

 

Een eenvoudiger opzet kon ook. Walich Sieuwertsz. meldde in 1604 dat in Amsterdamse kerken priesters op 'Kersdach' een 'beeldeken' van een 'cleyn kindeken' tijdens de mis in de armen namen, onder het zingen van een wiegeliedje. De Reformatie maakte echter een eind aan dergelijke praktijken. In de zeventiende eeuw noemde de katholieke schrijver Joost van den Vondel Kerstmis nog 'de hoogste feest van 't jaer', een tijd voor 'te danssen en te bancketeeren', maar alleen de kerstgans overleefde het rituele bewind van de dominees.

Het is veelzeggend dat oude edities van de Enkhuizer en Deventer Almanak Sint-Maarten, Sinterklaas, nieuwjaar, vastenavond, Driekoningen, Pasen en Pinksteren uitvoerig melden, maar Kerstmis niet of nauwelijks. Men krijgt de indruk dat de dag in stilte voorbijging. Uit protestantse kerken was alle uitwendigheid verdwenen: de kerststal moest weg, evenals de kerstspelen, waarvan niet één Nederlands voorbeeld bewaard is gebleven. Zelfs de benaming Kerstmis kon niet langer door de beugel. Dat werd kortaf Kerst, want protestanten vieren geen missen. En voor de Kerstdagen kwam de combinatie Kerstfeest in zwang. Al zouden andersgelovigen dit woord wel als synoniem accepteren, het Nederlands is hiermee de enige taal ter wereld zonder uniforme aanduiding voor Kerstmis.  

Hoezeer verschilde de ontwikkeling in katholiek Europa! Als antwoord op de protestantse kaalslag ontstond de Barok. Jezuïten, speciaal in touw om de Hervorming te bestrijden, zagen in de kerststal een ideale drager voor katholieke propaganda. Zij zorgden dat alle kloosters, kerken en paleizen een stal kregen, zo ook menige stad. De absolute bloeitijd van de kerststal was echter de achttiende eeuw, toen onder de Verlichting de secularisatie voet aan de kreeg en bijvoorbeeld in Beieren publieke kerstallen werden verboden. Van de weeromstuit stortten particulieren zich op dit cultuurgoed. Beroemd werd de Napolitaanse editie, met zestig tot zeventig, merendeels wereldse figuren, die door een 'regisseur' een plek kregen toegewezen. Een mega-stal ontstond in Brixen, gelegen in het Italiaanse gedeelte van Tirol, met maar liefst vijfduizend figuren. Dit was tevens de tijd dat gewone gelovigen kleine stalletjes in huis begonnen te halen. Inspiratie hiertoe leverden Tiroler houtsnijders, wier ensembles alle werelddelen zouden bereiken.

Protestants Nederland stond uiteraard buiten deze ontwikkeling. Omdat hier niet zoals in Duitsland en Engeland pakjesavond naar Kerstmis verschoof, kreeg ook de huiselijke viering geen extra accent. Dit is honderden jaren zo gebleven; op het platteland tot in de twintigste eeuw. De volkskundige S. J. van der Molen beschrijft althans uit het begin daarvan enkele boerse kerstfeesten: voor de gelegenheid droeg men wel schoenen in plaats van klompen, maar de sfeer was plechtig en karig: buurpraatjes gaven geen pas en de kinderen mochten niet op de brink spelen. Van 'dikkevretsaovond' was geen sprake.

 

zalig

Een katholiek 'Zalig kerstfeest' uit de jaren vijftig. 'Kerstfeest' kan een tegemoetkoming zijn aan principiële protestanten, die liever geen Kerst-mis zeggen. www.seniorplaza.nl  

 

Niettemin wensen protestanten elkaar sinds mensenheugenis een vrolijk kerstfeest; 'gezegend' zeggen sommige dominees en Zuid-Afrikaners. Ook hierin onderscheiden zij zich van katholieken, die immers van een zalig kerstmis reppen. Me dunkt dat dit te maken heeft met het maximaal haalbare voor beiden. Katholieken geloven dat het heilig doopsel de erfzonde wegneemt en dat begane doodzonden tijdens een biecht kunnen worden weggenomen; zaligheid op aarde is met andere woorden bereikbaar. Protestanten geloven dit allemaal niet en kunnen daarom slechts op een vrolijk kerstfeest hopen, wat voor de zwaarste groeperingen onder hen al niet gering is. Als indirect bewijs voor mijn stelling mag gelden dat doopsgezinden de hele idee van een erfzonde verwerpen en de verrassende combinatie 'gelukzalig kerstfeest' hanteren. Overigens lijkt het erop dat Nederlandse katholieken hun landgenoten dit verschil in beleving wel hebben willen inpeperen, want katholieken elders spreken net als protestanten over een fröhliches, merry of joyeux kerstfeest.      

 

Sint-Thomasluiden, midwinterhoornblazen


Dat Kerstmis in Nederland vooral een gelegenheid tot bezinning was blijkt tevens uit het feit dat er nauwelijks uithuizige tradities omheen zijn ontstaan, hoewel dat met een twee dagen durend feest makkelijk had gekund. Op het platteland zijn slechts twee kerstgebruiken overgebleven, die ook nog niet óp Kerstmis maar ervoor en erna plaatsgrijpen.

 

kerstmis_1

Klokkestoel met het Sint-Thomasluiden, bekend uit Oudehorne en Katlijk in Friesland. (OLM Arnhem)

 

Tussen 21 december en nieuwjaar speelt zich in het Friese Oudehorne en Katlijk het Sint-Thomasluiden af. Op klokkenstoelen proberen vooral jongeren van 's ochtends zeven tot 's avonds tien uur met een grote en een kleine klok de zogenaamde vierkante slag te bewerkstelligen (bam, bim) - lastig, want een kleine klok loopt sneller. De hardnekkige mare wil dat zulk gelui boze geesten moeten verdrijven die de midwinterzonnewende willen voorkomen, reden waarom aan het begin van onze jaartelling de germanen in dezelfde periode al lawaai maakten. Toch dateren de eerste klokkenstoelen pas uit de veertiende eeuw. Christelijker en aannemelijker klinkt het verhaal dat de klokken de strijd tussen goed en kwaad verbeelden en christelijk is in ieder geval de benaming - naar de 'ongelovige' apostel Thomas, die blijkens www.heiligennet.nl tot 1969 op 21 december in de katholieke Kerk werd herdacht. Trouwens, de vroegste meldingen van het Sint-Thomasluiden zijn van nog weer later, de achttiende eeuw. Het vond destijds in de hele Friese Wouden plaats, maar raakte bijna overal uitgestorven, mede doordat het gebeier dag en nacht doorging en bestuurders niet dol waren op de begeleidende wanordelijkheden. In Oudehorne en Katlijk moest het gebruik ook enkele malen van de ondergang worden gered. Oudehorne riep in 1967 de wedstrijdvorm in leven, met een wisselbeker voor de beste 'klokkenstuurders'. En Katlijk kent sinds de jaren tachtig een gilde van twaalf luiders.

 

midwinterhoornblazen

Kerstklanken: het midwinterhoornblazen in Diever 1997, van 30 november (St. Andries) tot Driekoningen. (ANP)


Het midwinterhoornblazen in het oosten van Twente zou eveneens met boze geesten en germanen van doen hebben, al wordt dat verband minder nadrukkelijk gebracht. Van origine, zo beweren sommigen, gebruikten katholieke streekbewoners de hoorns om elkaar te waarschuwen voor naderende protestantse overheidsdienaren. Dit strookt echter niet met het gegeven dat zulke hoorns tot in de Alpen opklinken. In de negentiende eeuw schijnt er nog wel eens spontaan boven een put (vanwege de nagalm) te zijn geblazen, maar het animo hiervoor nam rap af. Volgens de volkskundige Han Voskuil werd de midwinterhoorn tussen de beide wereldoorlogen bewust gepropageerd om het platteland te folkloriseren. Nadien ging het toch weer bergafwaarts, totdat vanaf 1953 een 'Kemmisie veur 't Mirreweenterbloazen' jaarlijks een concours begon te organiseren. Op Sint Steffen, tweede Kerstdag, staan daartoe enige tientallen blazers aan de ene kant van de Dinkel, en de juryleden aan de andere kant. Geblazen wordt er echter tussen Allerheiligen op 1 november en Driekoningen; en wie wil kan er een cursus in volgen.

 

Engelse kerstgroeten


Als familiaal feest dat ten lange leste ook Nederland in zijn greep kreeg, is Kerstmis een vinding van de negentiende-eeuwse burgerij. De ingrediënten hiervoor kwamen van heinde en verre. In Engeland verscheen in 1843 A Christmas Carol van Charles Dickens, over de harteloze zakenman Ebenezer Scrooge, die doorgaans alleen van Kerstmis genoot omdat de mensen zich dan extra in de schulden staken en hij nog meer rente kon vangen. Maar hij kwam tot inkeer toen hij tijdens Kerstnacht verschijningen kreeg. De volgende morgen liep hij zingend door de straten van Londen en deelde hij geld en geschenken uit - de geboorte van de 'op één na beroemdste kerstvertelling ter wereld' aldus Godfried Bomans. Inderdaad, in zoverre ze dat nog niet wisten begrepen lezers uit alle landen dat Kerstmis een feest van liefdadigheid en warmte hoorde te zijn. En omdat Scrooge een ander mens werd terwijl het sneeuwde, nestelde zich in ieders hoofd meteen het verlangen naar een witte kerst, hoe zeldzaam die in onze contreien ook is.

Engeland, minder geraakt door de Reformatie, bezat al uit een uitbundige Kerst, met de mistletoe en de middeleeuwse plumpudding, die zes weken van tevoren op Stir-up Sunday moet worden bereid. In de zestiende eeuw kwam daar de gevulde kalkoen bij, en in de zeventiende eeuw Boxing Day op Tweede Kerstdag, om de inhoud van de armenbus ('box') in de kerk te verdelen. Mede dankzij Dickens groeide Kerstmis uit tot dé sociale gebeurtenis van het jaar, met veel community singing op straat en intensief theaterbezoek. De Engelsen mogen ook gelden als de uitvinders van het huiselijk kerstdiner, liefst met zoveel mogelijk gasten, die daarbij niet zelden een papieren kroon op het hoofd dragen, want het Driekoningenspel heeft zich in Engeland naar Kerstmis verplaatst. Van oudsher nodigden rijkaards daarbij arme sloebers uit, een gebruik dat nog niet helemaal is uitgestorven.

 

kerstkaart


Allereerste kerstkaart ter wereld van Sir Henry Cole in 1843, naar een tekening van John Callcot Horsley. (Atlas van Stolk)

 

Als om deze idylle te bevestigen bedacht de Londense uitvinder en kunstliefhebber Henry Cole in hetzelfde jaar als A Christmas Carol verscheen de kerstkaart. In Engeland kende men al in de achttiende eeuw Christmas Pieces, versierde wensen die schoolkinderen voor hun ouders ontwierpen. Ook plachten verwanten en goede vrienden elkaar rond Kerstmis lange brieven te schrijven, Round-Robin Letters, waarin zij over het aflopende jaar berichtten en de beste wensen voor het komende overbrachten. Cole was met dit karwei te laat begonnen en liet kunstenaar John Callcot Horsley een soort Christmas Piece vervaardigen: een tekening van een gezin dat, geflankeerd door liefdadigheidstaferelen, een toast uitbrengt richting kijker: 'A merry Christmas and a happy new year to you'. Dat uitgerekend Cole deze oplossing koos, is begrijpelijk want hij was secretaris van een regeringscommisie geweest die drie jaar eerder zulke post veel goedkoper maakte: van vier naar één pence. Dat zo'n kaart andere mensen eveneens kon dienen, begreep Cole onmiddellijk: hij bestelde er maar liefst duizend exemplaren van, die voor één schilling te koop waren. Gaandeweg bleek een ander voordeel. Met behulp van een kerstkaart konden niet alleen intimi bereikt worden, ook kennissen, buren en zakenrelaties. Vanwege dit aspect zou zij internationaal aanslaan.

In Nederland lag de klemtoon voor wensen niet op Kerstmis maar op Nieuwjaar. De traditie van gedrukte nieuwjaarswensen, die aan de deur werden verkocht, leefde nog volop, zo ook de verzending van visitekaartjes binnen de hogere kringen. De verandering begon toen de PTT in 1871 de briefkaart uitbracht en tegelijk het versturen van visitekaartjes duurder maakte. De Amsterdamse firma Gebrs. Koster kocht exemplaren daarvan en lanceerde voor de jaarwisselling 1873/'74 de eerste 'nieuwjaarsbriefkaart' met een rijmpje op de achterkant; tien jaar later werd dat een illustratie. Ook andere firma's gingen zulke kaarten brengen, vaak met religieuze voorstellingen en teksten.

 

kerstkaart1912

Vroege Nederlandse kerstkaart, weliswaar met 'Christmas wishes', 1912. www.rhc-eindhoven.nl

 

De zuivere kerstkaart liet nog op zich wachten, wat wellicht te maken had met het feit dat de PTT tot 1892 het monopolie op de uitgifte van prentbriefkaarten behield. Rond 1895 kwam de Goudse boekhandelaar T.J. Kousbroek met een eerste gecombineerde kerst- en nieuwjaarskaart. Kort daarop werden in kranten echte kerstkaarten te koop aangeboden, zij het onder de benaming X-mas Cards, zo exotisch waren ze dus nog. Uiteindelijk zou de combinatiekaart het in Nederland net als in Engeland winnen. De late opkomst van dit gebruik zou overigens nog lang doorwerken. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het echt populair kaarten te versturen; het verhaal wil dat Engelse soldaten, hier gelegerd, Nederlanders op het idee ertoe brachten.

Inmiddels is die achterstand meer dan goedgemaakt. Volgens PostNL prijken Nederlanders zelfs op de eerste plaats in Europa als het gaat om kerst- en nieuwjaarskaarten: in 2010 verstuurde hier negentig procent van de huishoudens gemiddeld veertig exemplaren; in nabuurlanden verstuurde zeventig procent van de huishoudens gemiddeld dertig exemplaren. Dat is wel een blijk van een relatief grote gemeenschapszin in Nederland, - of van een grotere gemeenzaamheid, voor wie het democratisch verlangen achter deze traditie proeft. Overigens is sinds de komst van internet het aantal kaarten rap aan het dalen: rond de eeuwwisseling waren dat er nog tweehonderd miljoen, in 2015 honderdvijftien miljoen.

 

Duitse Weihnachten

 

Duitstalige landen brachten andere nieuwigheden. Stille Nacht, Heilige Nacht, in 1816 gecomponeerd door de Oostenrijkse priester Joseph Mohr, werd in ruim veertig talen vertaald (in het Nederlands zelfs tweemaal: een katholieke versie, minstens zo mooi en simpel als het origineel, en een opgezwollen protestantse versie, eigenlijk een complete herschrijving, alsof de Beeldenstorm ditmaal vice versa moest gebeuren). Bijna net zo succesvol was O Tannenbaum, o Tannenbaum van de organist Ernst Anschütz uit 1824, over de vertaling waarvan in Nederland geen onenigheid ontstond.

Protestantse Duitsers zouden ook de periode vóór kerst exploreren, de advent, die vier zondagen voor 25 december aanvangt. De advent - letterlijk: 'komst' - was al sinds de vijfde eeuw  onderdeel van het liturgisch jaar maar veel aandacht werd er niet aan geschonken. De lutherse predikant Johann Heinrich Wichern bracht hierin verandering. Hij regelde opvang voor arme kinderen en kreeg van hen voortdurend de vraag voorgelegd wanneer het Kindeke Jezus kwam. In 1839 hing hij een versierd karrewiel op met vier grote kaarsen voor de zondagen en negentien kleine voor de dagen ertussen, die hij een voor een aanstak: de geboorte van de adventskrans.

 

adventskalender         

Een adventskalender is als speelgoed nog volop verkrijgbaar in Nederland, maar dat is dankzij de aanhoudende vraag ernaar in Duitstalige en Engelstalige landen. www.bol.com

 

Uit hetzelfde tijdperk en eveneens van lutherse origine stammen de eerste papieren adventskalenders, al duurde het tot 1920 voordat een Hamburgse drukkerij de bekende exemplaren in omloop bracht waarvan de luikjes van de dagen successievelijk te openen zijn. De adventskalender en de adventskrans zouden in de hele christelijke wereld ingang vinden. De kalender is in Nederland inmiddels wat weggezakt, zoniet de adventskrans, al verschijnt die tegenwoordig veelal in de vorm van een simpele kerstkrans op de voordeur.

En dan was er de kerstboom. De geschiedenis van die boom is als een bos waarvan men de bomen niet meer ziet; dus omgekeerd aan het spreekwoord. Een denneboom, waarvan het lied rept, is al nooit aan de orde geweest, doch een spar, die gelijkmatigere takken bezit. Dat in Nederland toch van een denneboom wordt gesproken, zal het gevolg zijn van een ongelukkige vertaling: Tannenbaum betekent letterlijk spar; een denneboom is in het Duits een Föhre of Kiefer.

De vroegste meldingen van iets als een kerstboom dateren uit de vijftiende eeuw, uit Estland en Duitsland. In de Middeleeuwen daarentegen bestond al wel de kerkelijke paradijsboom, de Boom der Kennis van Goed en Kwaad. Dat was een loofboom die in het voorportaal werd opgesteld tijdens het feest voor Adam en Eva op 24 december. Naast bloemen van papier, vergulde noten, gebak en suikergoed hingen er appels in, de verboden vrucht waarin Eva had gebeten voordat Adam en zij uit het paradijs werden verjaagd. Een hardnekkig verhaal wil dat Maarten Luther, op zoek naar een tegenhanger voor de katholieke kerststal, zo'n paradijsboom in huis heeft gehaald en er geschenken voor zijn kinderen onderlegde, teneinde van Kerstmis een geeffeest te maken. Dat laatste is hem zoals iedereen weet gelukt, maar dat van die boom is volledig verzonnen. Een zekere Carl Schwerdgeburth vervaardigde in 1856 zelfs een prent van Luther en zijn gezin rond een kerstboom in 1536, die tot in Amerika werd verpreid.  

 

kerstboomluther   

Protestantse legendevorming. Maarten Luther met gezin rond een kerstboom in het jaar 1536, volgens Carl Schwerdgeburth in het jaar 1856. De kleding is inderdaad 16de eeuws, de boom met kaarsjes en kerstballen daarentegen 19de eeuws. www.pastispresent.org

 

Het eerste concrete bericht over een kerstboom dateert uit 1605, toen een inwoner van Straatsburg meldde dat aldaar met Kerstmis sparren in salons werden neergezet, met daarin papieren rozen, goudkleurige figuurtjes, appels, wafels en suikerkransjes. Vermoedelijk vanwege de vermeende lutheraanse oorsprong duurde het lang voordat het versierde boompje zich vanuit de Elzas verspreidde. In 1774 beschreef Wolfgang Goethe in Die Leiden des jungen Werthers  er een met geschenken eronder. Goethe zou hierdoor een beroemd propagandist van de kerstboom worden, al had hij hem niet eens in de glorieuze staat gezien waarmee hij uiteindelijk de wereld zou veroveren. Na 1830 kwamen goedkope stearine-kaarsen in productie, die hoewel dun niet meteen krom smolten en daardoor als boomverlichting konden dienen. Voor mensen die nog geen elektrisch licht bezaten, moet een boom met brandende kaarsjes een hemelse aanblik hebben geboden.

Volgens de volkskundige Ton Dekker vond het debuut van de kerstboom in Nederland in 1835 plaats in het Betuwse Hemmen, waar dominee Otto Heldring hem aantrof in het huis van baron van Lynden. Heldring, die zich bekommerde om daklozen, alcoholisten en gevallen vrouwen, zag er meteen een middel in om hen ontvankelijker voor het evangelie te maken en zette het jaar daarop een boom neer in het lokale kerkje.

 

hoffmann1


Afbeelding van een kerstboom uit 1855 in Notenkraker-Muizenkoning, een vertaald sprookje van de Duitse schrijver E.T.A. Hoffmann. Het afgebeelde milieu moet protestants zijn, want de kerststal ontbreekt. De stearine-kaarsjes zitten wel in de boom, zo niet de gekleurde kerstballen. www.geheugenvannederland.nl

 

Vermoedelijk hebben Duitse immigranten, waarvan er toen velen waren, de boom naar Amsterdam meegenomen, waar in 1844 een Duitse banketbakker adverteerde met een 'luisterrijk Geillumineerde Kersboom', die duizenden kijkers trok. Halverwege de negentiende eeuw haakten de pas opgerichte orthodox-protestantse zondagsscholen in, die in navolging van Luther Jezus als kindervriend naar voren wilden schuiven en daartoe met Kerstmis voor hun veelal arme leerlingen presentjes onder een boom legden. De sterk Duitse Oranjes bevorderden deze traditie op eigen wijze. Willem III plaatste in 1871 een boom met presentjes in paleis Het Loo, wat een vaak herhaald festijn zou worden. Uit krantenverslagen kon het publiek leren dat die presentjes niet louter bij arme kinderen hoefden te belanden, want ten paleize verschenen slechts kinderen van 'de notabelste ingezetenen van Apeldoorn'. 

Via een vertaald kinderboek als Notenkraker-Muizenkoning van E.T.A. Hoffmann (1855) maakte Nederland nader kennis met de kerstboom. Opvallend is dat de boom daarin nog geen gekleurde kerstballen van glas draagt, wat kan kloppen. De vroegste glazen Weihnachtskugel stamt uit 1830 en volgens een ongeloofwaardige legende zou een glasblazer uit Lauscha in Thüringen twintig jaar later de glazen kerstbal hebben uitgevonden, omdat hij zich zogenaamd geen dure appels en noten kon veroorloven. De massaproductie ervan startte echter pas in 1867 dankzij de ingebruikneming van een gasfabriek. En drie jaar later volgde de ontdekking van zilvernitraat: voor de binnenwand aanmerkelijk geschikter en goedkoper dan het totdan gebruikelijke lood. 

Ondanks deze recente opkomst zijn er claims dat de kerstbal teruggaat op de middeleeuwse heksenbal, die groter was en eveneens spiegelde. Zelfs de tegenstrijdige theorieën rond die heksenbal doen nog steeds de ronde. Eén theorie wil dat heksen geen spiegelbeeld bezaten en dus dankzij zo'n bal makkelijk op te sporen waren. Een andere theorie wil dat heksen hun lelijke tronies niet ook nog in vervormde staat verdroegen en daarom vanzelf uit de buurt bleven. Maar het is van tweeën één...

 

kersboom


Tien jaar later is de kerstboom mede met ballen gevuld. Uit: Een nuttig en prettig boek voor kinderen, J. van Egmond, ca 1865. www.geheugenvannederland.nl 


De glasindustrie in Thüringen zou ook voor andere opsmuk zorgdragen. Het zogenaamde Engelenhaar, gesponnen uit glasvlezel, dateert van omstreeks 1900, idem dito de kunstige boompieken - eerder werden daarvoor beplakte papieren sterren gebruikt die naar Bethlehem verwezen. De zilverkleurige lametta-slierten, gemaakt van ijzerdraad, stammen daarentegen uit Sebnitz in Saksen en hebben als geboortejaar 1870. 

De zegetocht van de kerstboom in Nederland kon beginnen, maar verliep niet zonder strubbelingen. Veel protestanten veroordeelden de boom aanvankelijk niet alleen als onbijbels, ook als veruitwendiging van het geloof; de tweehonderdduizend lidmaten van orthodoxe kerken doen dat nog steeds. Veel katholieken ervoeren de boom juist als protestants - hun Duitse geloofsgenoten betitelden het protestantisme zelfs als 'Weihnachtsbaumreligion'. Zij beschikten over een eigen icoon, de kerststal. Het is niet waarschijnlijk dat zij in de achttiende eeuw reeds stalletjes in huizen hadden, want dan zouden er exemplaren uit die tijd moeten zijn overgebleven en dat is niet zo. Maar de Tiroler ensembles veroverden Nederland wel tijdens het katholiek reveil een eeuw later, vaak in de vorm van een bouwpakket. Toen dan ook rond 1900 de eerste kerstbomen in katholieke scholen verrezen, was dat steeds náást een kerststal.

Net als protestanten en katholieken zaten ook sommige folkloristen met de kerstboom in hun maag. Omdat hij makkelijk met Germaanse mystiek in verband kon worden gebracht, had hij voor hen iets aantrekkelijks; anderzijds was het evident dat het om klinkklare import ging, die weleens afbreuk kon doen aan Sinterklaas. De protestantse neerlandicus Eelco Verwijs verzuchtte daarom in 1863: 'Laat Duitschland zijn kerstboom en zijn kerstkindeken' (met welk laatste hij de kerststal bedoelde).

 

kerststaloberammegauer

Huiselijke kerststal uit het Beierse stadje Oberammegau, een ander centrum van kerstnijverheid. De weergegeven situatie is die van 6 januari, want de Drie Koningen zijn gearriveerd. www.marktplaats.nl Overigens is de Duitse kerstindustrie recentelijk ingehaald door de Chinese stad Yiwu, anno 2014 goed voor zestig procent van de mondiale productie.  

 

Ondanks dit alles was de kerstboom in de jaren dertig van de twintigste eeuw in Nederland al wijdverbreid. Toen ook kwam de eerste elektrische kerstboomverlichting in de handel, nadat die al in 1882 was uitgevonden door de Amerikaan Edward Hibberd Johnson, een collega van Thomas Edison, de uitvinder van de gloeilamp. Toch zou het tot de jaren vijftig duren voordat kaarsjes in de bomen tot het verleden gingen behoren, tegelijk met ontelbare huiskamerbrandjes. 

Ten lange leste zwichtte ook de katholieke Kerk. Zij begon in de kerstboom een relatie te zien met de kerkelijke paradijsboom uit de Middeleeuwen en beschouwt zichzelf nu als medebedenker van de hedendaagse kerstboom. Als om hieraan uiting te geven staan sinds 1982 jaarlijks op het Pietersplein in Rome een kerstboom en een meer dan levensgrote kerststal broederlijk naast elkaar. Het idee hiertoe kwam niet toevallig van de Poosle paus Johannes Paulus II. De opstelling blijft zelfs intact tot 2 februari, zijnde veertig dagen na Kerstmis, als Maria Lichtmis wordt gevierd, ter herinnering aan haar gang naar de tempel om Jezus aan de Heer op te dragen en haar fase van onreinheid te beëindigen. Kerkelijk gezien is het geboortefeest van Christus dan pas echt voorbij.  

In Nederland haalt de kerstboom vaak Oudjaar niet, al is het officiële moment om hem af te tuigen na Driekoningen, dus op 7 januari. Ook wordt hij zelden geplaatst op de eerste adventsdag, de vierde zondag vóór Kerstmis, die kan vallen tussen 27 november en 3 december. Weliswaar kennen zowel protestanten als katholieken de advent, een periode die tevens het kerkelijk jaar inluidt, maar de meeste Nederlanders willen Sinterklaas niet in een kerstsfeer vieren. Desondanks verrijst de boom in bijna driekwart van de huizen, ook bij vrijgezellen. Dit succes is wel bespoedigd door de komst van kunstmatige exemplaren: bij hun entree in de jaren zeventig nog weggehoond als een doldriest exempel van Amerikaanse onechtheid, was in 2012 volgens de Telegraaf 57 procent van alle kerstbomen van plastic.  


Verbroedering en overvloed


De twintigste eeuw maakte van Kerstmis een feest van vrede en solidariteit. Al in 1907 zette het Leger des Heils op diverse plekken in Amsterdam de bekende driepoot met hangende collectebus neer. Andere kerkgenootschappen collecteerden intern maar met een zelfde oogmerk: bestrijding van stille armoede. NRC Handelsblad begon in 1928 met een eigen Kerstactie, en daarmee was de teneur voor de decembermaand wel gezet. Eerst via de radio en later tevens via de televisie zouden tientallen BN-ers zich gaan inzetten voor specifieke behoeftigen tijdens het Feest van het Licht. 

De kerstboom op de Dam in Amsterdam schijnt in 1933 zijn debuut te hebben gehad, ook weer vanuit het Leger des Heils. De traditie van publieksbomen begon eerst goed toen Noorse steden vanaf 1950 als vriendschapsgebaar steden in de westerse wereld gratis een exemplaar bezorgden; voor Amsterdam trad een halve eeuw lang Trondheim als weldoener op. Naar het voorbeeld van beroemde evenknieën op het Rockefeller Centre in New York en Trafalger Square in Londen is het aansteken van de lichtjes in menige stad een plechtig moment geworden. Gouda heeft hiervan het grootste evenement gemaakt. Sinds 1955, toen het bedrijf Gouda Kaarsen honderd jaar bestond, kent men daar Kaarsjesavond, met massale zang en flikkerende kaarsvlammetjes in de vorm van mini-boompje achter de ramen van het middeleeuwse stadhuis.

Middenstandsverenigingen verhoogden op hun beurt de feestvreugde door in de decembermaand hele stadscentra met verlichtingsbogen op te tuigen, waarbij overvloedig groen wordt toegepast, eveneens een Scandinavische inbreng. Dit zijn nog bescheiden versieringen vergeleken met de dertig officiële kerstmarkten die Nederland inmiddels telt, ontwikkeld in navolging van de Duitse Weihnachtsmarkten. Het Nationaal Bureau voor Toerisme spreekt van ruim negen miljoen Nederlanders die zulke markten bezoeken, van wie er anderhalf miljoen naar Duitsland trekken. De markten zijn voor kooplustigen interessant, omdat ze niet louter op luxe zijn gericht en net als de beroemde markt in Düsseldorf uit peperkoekhuisjes en houten stalletjes bestaan. Men kan er ontdekken dat heel veel kitsch bij elkaar iets onburgelijks krijgt, ja, zelfs niet langer kitsch is maar moderne volkskunst wordt.

 

kerstmarktdordrecht 

Met 300 kraampjes en 350.000 bezoekers in 2015 bezit Dordrecht de grootste kerstmarkt van Nederland. www.kerstmarktdordrecht.nl

 

Ook elders in het publieke leven drong Kerstmis door. Koningin Wilhelmina begon in 1931 met een kerstgroet, koningin Juliana maakte daar een kersttoespraak van en koningin Beatrix een kerstboodschap - men ziet de toenemende graad van indringendheid. Koning Willem-Alexander heeft er weer een kersttoespraak van gemaakt.

Gelijktijdig kwam in bedrijven en instellingen de kerstborrel op, samen met het kerstpakket. Als voorganger van het kerstpakket mag gelden de mand of zak met voedsel waarmee boerenknechten al sinds mensenheugenis op Tweede Kerstdag hun moeder thuis mochten verblijden, een traditie die vooral in Engeland leefde (een Christmas Hamper op Boxing Day). Voor de Tweede Wereldoorlog verzond de Nederlandse regering reeds echte pakketten naar militairen in Nederlands-Indië. En in 1949 richtte de huidige marktleider, Groothandel Makro, er ten behoeve van het bedrijfsleven een aparte afdeling voor op. Momenteel verzorgt de branche elk jaar 4,5 miljoen pakketten.

Alsof Nederland op het gebied van Kerstmis nog een inhaalslag moest maken, werd het feest tevens omringd met eindejaars-nostalgie. Deventer keert sinds 1990 terug naar de dagen van Scrooge, middels een Dickens Festijn, waarbij maar liefst achthonderd karakters uit diens romans op straat verschijnen. Andere plaatsen organiseren soortgelijke festijnen.    

 

kersttrui

Ugly Christmas Jumpers, ooit camp in Engeland en Amerika, nu een wereldwijde rage. Zelfs Nederlandse supermakten bieden ze te koop aan. Honderdduizenden landgenoten zullen dus met Kerst een foute kersttrui dragen. Lidl-collectie 2015. www.marketingonline.nl 

 

De commercie drong zich bij dit alles sluipenderwijs op. Popmusici, ooit strijders tegen de consumptiemaatschappij maar sinds lang de herauten ervan, roken reeds vroeg hun kans. Het eerste wereldse kerstlied Jingle bells van James Piermont dateert uit 1857, het tweede, White Christmas van Irving Berlin, uit 1940, en sinds de jaren zestig dient zich bijna ieder jaar een opvolger aan. Terwijl de binnensteden in kerstgroen zijn gehuld, klinken uit radio's kerstklokken en arresleebellen. Een kersthit is ook een revolverende hit: op de playlist van iedere zender staan in december nummers als Driving home for Christmas van Chris Rea, Last Christmas van Wham, All I want for Christmas is you van Mariah Carey, Do they know it's Christmas van Band Aid en So this is Christmas van John Lennon. 

Alsof alle andere hits tussentijds onrecht wordt aangedaan, presenteert sinds 1999 de NPO op radio en tv de Top 2000 tussen Tweede Kerstdag en Oudjaar, waarin kersthits nauwelijks meetellen. Miljoenen landgenoten brengen hiervoor hun stem uit. Het evenement heeft inmiddels zo'n impact dat kranten twee weken tevoren al de uitslag bekend maken. Het valt ook moeilijk te loochenen dat religie en popmuziek verwantschap bezitten: ex-gelovigen kunnen nergens beter dan bij popmuziek terecht voor gezamenlijke verering en exaltatie.  

Ook rondom particuliere huizen kreeg Kerst nog een impuls doordat menigeen na zijn interieur tevens zijn tuin ging versieren. Hollywood diende hierbij als inspiratiebron, maar ontleende zelf het voorbeeld ertoe aan de rijke Engelse traditie. Vooral in egalitaire gebieden, zoals Noord-Holland, lijken bewoners elkaar de loef af te steken met lichtshows en kersttaferelen bedekt met nepsneeuw. Het is volkscultuur en massacultuur ineen. De jongste loten van dit genre: uitbundig lelijke kersttruien, aanvankelijk vooral in Engeland en Amerika te bewonderen, anno 2015 overal in Nederland te koop. 

 

kerstmis_5


Het aansteken van de lichtjes in de kerstboom in Amsterdam, op 7 december 1999. Publieke kerstbomen zijn in Europa een traditie sinds 1950, toen Noorse steden zulke bomen begonnen te schenken aan steden op het vasteland. (ANP).


In huis herkreeg Kerstmis dankzij de diverse loonrondes het karakter van een middeleeuwse 'dikkevretsaovond', hoewel de aanleiding daartoe eigenlijk ontbreekt, want voedsel is tegenwoordig het hele jaar door volop voorradig. Wel heeft de traditionele kerstgans allang plaats gemaakt voor wild of een Angelsaksische kalkoen, en die soms op hun beurt voor 'bewerkbare' gemaksvoeding, zoals gourmettableaus. Maar het eetfestijn blijft niet langer beperkt tot de maaltijden. Brabanders kennen hun worstenbroodjes, Zaankanters hun zoete duivekater, en in iedere huiskamer liggen door de dag kerststollen en chocolade kerstkransjes grijpklaar, of zelfs oliebollen, die traditioneel bij Oud en Nieuw horen.  

 

kerstboom

Het lot van de kerstboom, kinderprent eind 19de eeuw. (Museum de Drie Koningen)

 

Niet alleen vanwege deze eendaagse obesitas is Kerstmis voor een aanzienlijk aantal mensen ook een benauwende aangelegenheid geworden. Simon Carmiggelt lanceerde ooit de term 'Kerstkneut'. Een bepaald aspect roerde Harriët Freezer aan met haar boek Wat doen we met moeder tijdens de feestdagen? Niet voor niets biedt internet tegenwoordig survivaltips voor de kerstdagen. En het voormalige Postbus 51 probeerde iedereen gerust te stellen met de boodschap: 'Kerstmis hoeft niet'. Als alternatief kwamen etentjes in restaurants en korte vakanties in huurbungalows in zwang, maar niemand kan zich aan het feest onttrekken. Het vreemde doet zich voor dat terwijl nog slechts een op de vier Nederlanders als kerkganger kan worden aangemerkt, het feest steeds dominanter wordt. Het heeft er tegen heug en meug zelfs een nieuwe heilige bijgekregen....

 

Een onheilige sint

 

Santa Claus stamt niet uit een grijs verleden: hij is een adaptatie van onze Sinterklaas, zoals die begin zeventiende eeuw werd ingevoerd in Nieuw Amsterdam, het huidige New York. In 1733, toen de Nederlanders er al driekwart eeuw weg waren, meldde een lokale krant dat een groep mensen het feest van St. Nicholas, 'otherwise called Santa Claus', had gevierd. De schrijver Washington Irving geldt als degene die hem weer in het centrum van de aandacht heeft geplaatst. In zijn History of New York uit 1809 liet hij een sinterklaasfiguur ronddolen door het historische Nieuw Amsterdam. Twaalf jaar later verschafte de Amerikaanse hoogleraar Clement Moore hem in zijn gedicht A visit from St. Nicholas (ook bekend als Twas the night before christmas) zijn typische vervoermiddel: een arreslee met acht rendieren die snel als een adelaar waren, een opstapje naar de vliegfantasie. De heilige was hiermee bisschop af. 

Als profaan wezen kon hij vervolgens door de commercie makkelijk omgebouwd worden tot een guitige uitvoering van sombere Europese collega's als Weihnachtsmann, Father Christmas en Père Noël. Al aan het eind van de negentiende eeuw wekte hij met een rinkelende bel en schuddebuikend ('hohoho') het Amerikaanse publiek in winkels op om behoorlijk in te slaan. Coca Cola, op zoek naar mogelijkheden om haar frisdrank ook in de winter te promoten, gaf in 1930 de Zweedse tekenaar Haddon Sundblom de opdracht een kerstman in de eigen bedrijfskleuren te tekenen. Het bekende rood en wit deed zijn intrede; voorheen was Santa Claus groen, net als de Engelse Father Christmas. In 1939 tenslotte verzon Robert May Rudolph, the Red-Nosed Reindeer, het negende rendier dat met zijn rode neus de weg in het donker kon wijzen; het gelijknamige lied werd wereldberoemd dankzij Bing Cosby.


kerstman1

Opvallend moderne voorstelling van de Kerstman door Jan Kraan in De Vaderlander van 15 december 1926, ter opwekking van advertenties in dat dagblad. www.delpher.nl


Het lijkt erop dat Nederland met de kerstman kennismaakte middenin de Eerste Wereldoorlog. Op 12 december 1915 liet het inmiddels verdwenen hotel De l' Europe in Rotterdam per  advertentie in de Rotterdamsche Courant weten dat vanwege het eenjarig bestaan een kerstman aan alle bezoekende kinderen een cadeau zou uitreiken. Halverwege de jaren twintig verrasten De Bijenkorf in Den Haag en de lunchroomketen Heck's hun klanten met dit personage, veelal vergezeld door kabouters. Dagbladen drukten intussen tekeningen van hem af, ter opwekking van advertenties. Er moet al vroeg sprake van enige adaptie zijn geweest, want de kerstman werd consequent kerstman genoemd en niet Santa Claus - voor Nederlanders geen makkelijk uitspreekbaar geluid. Vanwege de krachtige sinterklaastraditie vergaarde hij echter weinig goodwill. Bovendien werd zijn Duitse broer tijdens de bezetting het symbool van de gehate Winterhulp Nederland, die op nationaal-socialistische grondslag aan liefdadigheid deed. Horecazaken en winkels lieten de kerstman direct na de oorlog wijselijk achterwege.

Met de Amerikaanse Marshallhulp kwam de Cola-Sint als bagage mee naar Europa. Hij kreeg zeker geen hartelijk onthaal. Begin jaren vijftig 'executeerden' in het Franse Dijon katholieke priesters een Clauspop op een brandstapel voor de kerk. Net als in Frankrijk waren het in Nederland vooral katholieken die de strijd aanvoerden. Santa Claus stond in hun ogen voor dolgedraaid materialisme, niet voor naastenliefde en wereldvrede, waarmee het kerstkindje inmiddels werd geassocieerd. In Roermond voerde een heus comité enkele jaren een brievenactie tegen winkeliers die hun etalages met de 'kwalijke en onreine' kerstman tooiden. Katholieken, zo liet het comité weten, behoorden zelfs geen films te bekijken waarin de man voorkwam.

Tegelijk werd met succes gepleit om in de openbare ruimte levensgrote kerststallen neer te zetten. Het voorbeeld daartoe leverde Vlaanderen, waar men op die manier de sluipende secularisatie een halt wilde toeroepen. Vanaf de jaren vijftig verschenen dergelijke stallen, vaak met echte dieren en soms zelfs met echte mensen erin, in tal van plaatsen in Limburg, Twente en vooral Brabant, waar zij, aldus de etnoloog Gerard Rooijakkers, tot een nieuwe vorm van 'reli-toerisme' voor tienduizenden aanleiding hebben gegeven.

 

kerstparade

Seculiere Kerstparade zonder enige referentie aan het kerstverhaal. Sinds 2006 organiseert de zender SBS6 zo'n parade in wisselende steden. Editie 2012 in Zwolle. (www.sbs6.nl)

 

De man met de kaboutermuts bleek echter niet meer te verdrijven. Zijn functie nam zelfs toe, net als zijn aanwezigheid: hij doemt in winkelcentra al in levenden lijve op. Was hij aanvankelijk slechts aanjager van koopzucht, vanaf de jaren tachtig werd hij een overdrachtelijke brenger van geschenken, omdat mensen ook met Kerstmis cadeautjes gingen uitwisselen. In deze Sinterklaasrol irriteerde hij menigeen. 'Een geestelijke zakkenroller', zo noemde Godfried Bomans hem. De schrijver Nicolaas Matsier sprak van een 'Duits-Amerikaans-Engels misbaksel', een 'roodgroene lul', die het sinterklaasfeest wegdrukte; nota bene 'een evenement, op zich al bijna voldoende om een mens ermee te verzoenen dat-ie een Nederlander is'. Anderen hieven het 'Claus, Raus' aan.

Inmiddels is de vrede wel getekend tussen Sinterklaas en de kerstman. Middenstandsverenigingen zorgen er angstvallig voor dat de twee elkaar nimmer in de baard kunnen vliegen. Het publiek lijkt evenzeer met de nieuwe sint verzoend, getuige het feit dat diens kerstmuts sinds circa 2010 op het hoofd van menig gast aan het avondlijk feestmaal prijkt, waar inmiddels de Ugly Christmas sweaters nog bij zijn gekomen. Volgens het Nibud geven tegenwoordig ook vijf op de tien Nederlandse gezinnen elkaar op deze dag cadeautjes, tegen acht op die tien met Sinterklaas. En drie op de tien geven zelfs op beide dagen!

 

De toekomst van Kerstmis

 

Maar: hoe zal het verder gaan? In Amerika, waar Kerstmis inderdaad trekken van een cult vertoont, groeit het verzet ertegen. Een moderne samenleving zou volgens een aantal actievoerders niet dagenlang gedomineerd mogen worden door een feest van christenen. Zij richten op pleinen concurrerende bomen op die zij holiday tree noemen en wensen iedereen Season's greetings of Happy solstice (Vrolijke zonnewende). Tegen warenhuizen die zich al te nadrukkelijk met Kerstmis associëren wordt met processen gedreigd, - terwijl gelovigen juist dreigen met een boycot indien de gestelde eisen worden ingewilligd. De gemoederen lopen zo hoog op dat althans christenen spreken van een War on Christmas.

Nederland lijkt hiervan vooralsnog verschoond te blijven, al is de alertheid groot. In 2009 liet de Haagse Hogeschool een kerstboom achterwege met het oog op de gemixte aard van haar studentenbevolking, wat leidde tot een landelijke rel. In 2011 deed het gerucht de ronde dat Schiphol voortaan bomen zou weren, ten onrechte, want Schiphol kent zelfs een rijdende boom (met een dikke kerstman erin).

Iin 2012 trok Brussel, Europese hoofdstad, internationale aandacht door op de middeleeuwse Grote Markt niet een kerstboom te plaatsen maar een peperdure lichtinstallatie en de begeleidende Kerstmarkt om te dopen tot Winterpret. Het gemeentebestuur gaf hiervoor nota bene een germanistische verklaring: de kerstboom was van origine ook maar een heidens symbool. Het is natuurlijk wel gek dat iets wat tweeduizend jaar geleden mogelijk - misschien! - heeft gespeeld, als referentie dient en alles uit de tweeduizend jaren nadien als irrelevant terzijde wordt geschoven.

Naast deze bedreiging van buitenaf zullen gelovigen een bedreiging van binnenuit ervaren, want ook zonder politieke bijbedoelingen profaniseert het feest geleidelijk. Zelfs de christelijke naastenliefde is hier onderwerp van...

 

kerstparade1

Beeld uit de SBS6-Kerstparade 2011 te Enschede. (www.sbs6.nl )

 

De populariteit van popmuziek gaf de publieke omroep in om vanaf 2004 met Serious Request te beginnen, een ideëel programma waarbij enkele dj's voorafgaand aan Kerstmis zes dagen lang ergens in Nederland volcontinu verzoekplaatjes tegen een donatie draaien, terwijl zij opgesloten zitten in een Glazen Huis. De analogie met het stalletje van Bethlehem dringt zich op, maar daarmee is alles gezegd. In plaats van een gewijde sfeer heerst er een opgewonden drukte rond het huis, aangezwengeld doordat de dj's tijdens hun verblijf slechts vloeibaar voedsel tot zich nemen, - iets tussen vasten en hongerstaking in, maar in wezen Edelkitsch want een ander motief dan spraakmakendheid is er niet. De toeloop wordt vooral veroorzaakt doordat de mensen die giften aanreiken kans hebben op de nationale televisie te verschijnen, een formule die zich heeft bewezen sinds de actie Open het Dorp in 1962. De pregnantste beelden biedt het glazen huis overigens in het holst van de nacht, als het plein eromheen nagenoeg verlaten is: binnen zit dan een dj met een andere BN-er te ginnegappen, en buiten lijken enkele verkleumde herdertjes, met de neus tegen de ramen gedrukt, zich af te vragen waarom zijzelf nimmer een ster zijn geworden.  

Er bleken nog verdere stappen in deze richting mogelijk te zijn. Sinds 2006 houdt Noordwijk aan Zee een officiële intocht voor de kerstman, die dan als een vorst de sleutel van de de stad krijgt overhandigd. In hetzelfde jaar begon de zender SBS6 met een Kerstparade in wisselende steden. Bij het gebeuren in Noordwijk zijn de kerken op de achtergrond nog betrokken, bij de Kerstparade is dat niet het geval. Er bestaat daar slechts één protagonist: de kerstman, ter opluistering vergezeld door teletubbie-achtige wezens, die een stuurloze nostalgie uitstralen, alsof niemand meer weet waarop die nostalgie gericht zou kunnen zijn...

 

 

 

* Een hedendaagse Katholieke encyclopedie is te vinden op www.rkk.nl/abc

* Voor de RKK-radio vroeg priester Roderick Vonhögen mij: 'Wie gaat er winnen, de kerstman of het kerstkind?' Ik was verrast. Ik had gedacht dat hij zou vragen: 'Wie gaat er winnen, de kerstman of Sinterklaas? www.rkk.nl/katholiek-nederland/radio-uitzendingen/2012/detail_objectID753380.html 

* gespecialiseerde kerststalmusea zijn er in Brixen, Italië, en Steyr, Oostenrijk. Voor Weihnachtsmuck in het algemeen is Rothenburg ob der Tauber in Beieren aan te bevelen. Het Utrechtse Catharijneconvent houdt jaarlijks een tentoonstelling over kerststallen, www.catharijneconvent.nl/


terug naar boven