Welkom, lezer!



Twee keer eerder in mijn leven heb ik een overzicht gepubliceerd van alle wereldse rituelen in Nederland. Ik versta onder zulke rituelen: symbolische gedragingen waarmee mensen hun onderlinge banden en levensfeiten markeren. Tradities zijn daar de herhaalde vorm van, al bestrijken zij een breder terrein: ook eetgewoonten kunnen ertoe worden gerekend, zoals de winterse erwtensoep, het kaakje bij de thee en bitterballen bij de borrel. De wereldse rituelen die ik op het oog heb staan eveneens bekend als folklore, volksgebruiken, feesten, ceremonies en etiquette. De meeste mensen voelen feilloos aan wat er van geval tot geval wordt bedoeld. Van hen mag ik dat 'wereldse' zelfs weglaten, want zij vereenzelvigen rituelen niet langer met religie, ook al stamt het woord ritueel af van rite.

Mijn eerste overzicht dateerde van 1981, dus vlak na de storm van de jaren zestig en zeventig. Ik meende destijds met een grafschrift bezig te zijn. Hier en daar hielden ouden van dagen met de moed der wanhoop wat lokale folklore in stand, maar de lol leek ervan af. Zelfs het moderne carnaval, dat in de jaren zestig het Zuiden met een mokerslag een lossere moraal had bezorgd, scheen alweer over zijn hoogtepunt heen. In de persoonlijke levenssfeer was het met rituelen nog schraler gesteld. Moderne paartjes verloofden zich niet langer en gingen ongetrouwd samenwonen, waarmee een uitgebreide huwelijksetiquette, die gedurende honderden jaren was ontwikkeld, terzijde werd geschoven.

Hoe anders was de situatie in 2001, bij mijn tweede overzicht. Er heerste een kakofonie aan rituelen. Sinterklaas, dat twintig jaar eerder nog nagenoeg dood was verklaard, werd weer alom gevierd. De nieuwe minderheden die zich onlangs in Nederland hadden gevestigd, deden op hun beurt van zich spreken door eigen festivals en massabijeenkomsten te organiseren. Zelfs de persoonlijke levenssfeer van gewone Nederlanders was weer sterk geritualiseerd. Vooral begrafenissen, die als uitvloeisel van de deconfessionalisering steeds soberder waren geworden, kenden nu een rijkdom aan vormen die aan de hoogtijdagen van de burgerlijke grafcultuur in de negentiende eeuw herinnerde. Het meest opvallend bij dit alles was een ontwikkeling die al uit de jaren zeventig stamde maar nog door vrijwel niemand was gesignaleerd: de miljoenen landgenoten die zich bij sportevenementen als Oranjefan uitdossen.

 

rit3

De oplossing voor alle maatschappelijke problemen: een nationale klederdracht, voorgesteld door kleermaker H.B Warnsinck uit Amsterdam. Spotprent 1832. De redelijkheid van het voorstel zat hierin dat veel streekdrachten in die periode hun definitieve vorm kregen, waarbij modieuze burgerdracht als inspiratiebron diende. (Atlas van Stolk)


Inmiddels zijn we weer bijna tien jaar verder. Er komt geen einde aan de opleving van rituelen. Zelfs protestanten, die altijd het Woord boven het Gebaar hebben gesteld, raken erin geïnteresseerd, alsof rituelen toch een wezenlijk onderdeel van hun religie uitmaken. En er zijn bureautjes opgedoken die tegen betaling aangepaste rituelen bedenken, bijvoorbeeld met betrekking tot echtscheidingen, waarvoor eerdere generaties geen model hebben nagelaten. Ook het begrip traditie, dat tot voor kort bij menigeen afschuw inboezemde, beleeft een herwaardering, zelfs van overheidswege, want onder haar auspiciën verscheen onlangs een Top Honderd van bestaande tradities, alsof we ons in het vervolg over stijgers en dalers op die lijst moeten druk maken.  

Het werd dus tijd voor een nieuwe bewerking van mijn boek, wat mij bovendien de gelegenheid bood mijn opvattingen hier en daar bij te stellen. Maar dit keer wilde ik het anders aanpakken. Om niet de inhoud van mijn boek direct na publicatie alweer te zien verouderen, besloot ik er een webboek van te maken. Die vorm biedt mij het voordeel dat ik de actualiteit kan blijven volgen. En de lezer hoeft niet meer naar de bibliotheek, wat bij de vorige edities toch al de meest voorkomende vorm van raadpleging was.

Op de achtergrond speelt natuurlijk nog iets anders. Een rijk geïllustreerd overzichtswerk als het onderhavige lijkt tegenwoordig alleen nog tot stand te kunnen komen met behulp van subsidies. Eerst wordt de schrijver gesubsidieerd, als hij al niet in dienst van een overheidsinstelling is, vervolgens wordt de uitgave gesubsidieerd, en dan wederom de schrijver, via royalties die volgens mij de subsidieverstrekker zouden moeten toevallen. Een dergelijke situatie moeten we niet willen en is dankzij internet ook niet langer nodig.

Jef de Jager

(Wie blijft, die schrijft)


terug naar boven